7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieVordering wijziging tenlastelegging. Intrekking dagvaarding. Art. 258 Sv. Art. 266.1 Sv. Het Hof heeft…
Hoge Raad|20 maart 2012|ECLI:NL:HR:2012:BU8695
Vordering wijziging tenlastelegging. Intrekking dagvaarding. Art. 258 Sv. Art. 266.1 Sv. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de ter terechtzitting van de Rechtbank door de OvJ gedane vordering tot wijziging
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1502Aangehaald in 21 uitspraken
betekenis worden toegekend dan daaraan toekomt in het bepaalde bij het eerste lid van art. 258 Sv, handelende over het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting, luidende: "De zaak wordt … grond van deze bewoordingen moet worden aangenomen dat in het eerste lid van art. 258 Sv onder "de zaak" moet worden verstaan al datgene waarop het rechtsgeding betrekking heeft. 4.4. Het vorenoverwogene
- Strafrecht overigCassatieVordering tot cassatie in het belang der wet. Wat dient in art. 591a.1 en 591a.2 Sv te worden verstaan onder…
Hoge Raad|14 november 1989|ECLI:NL:HR:1989:ZC8272Aangehaald in 11 uitspraken
ogen heeft gehad de behandeling van de zaak in de betekenis van rechtsgeding van artikel 258 Sv. en het daaraan voorafgaande gerechtelijk vooronderzoek. Wellicht dat nog een nuancering nodig
- Strafrecht overigCassatieBeroep op ne bis in idem, art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1985:AB9796 en verwerpt…
Hoge Raad|28 oktober 2014|ECLI:NL:HR:2014:3043Aangehaald in 6 uitspraken
tweede dagvaarding ter zake van hetzelfde feit. Ingevolge het eerste lid van art. 258 Sv neemt het rechtsgeding immers een aanvang zodra de officier van justitie de inleidende dagvaarding doet uitgaan
- Strafrecht overigCassatie1. Ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen tussenarrest. 2. Inhaaldagvaarding en ontvankelijkheid OM. Ad 1…
Hoge Raad|8 februari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AQ8552Aangehaald in 9 uitspraken
tweede dagvaarding ter zake van hetzelfde feit. Ingevolge het eerste lid van art. 258 Sv neemt het rechtsgeding immers een aanvang zodra de officier van justitie de inleidende dagvaarding doet uitgaan
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE1512Aangehaald in 9 uitspraken
derde lid, Sv vindt, naar luid van de slotzin van het tweede lid van art. 258 Sv, art. 244 Sv geen toepassing. 3.6. De eerste dagvaarding van 2 juni 1999 behelst, voorzover
- Strafrecht overigCassatieOntvankelijkheid OM. Geldigheid 2e uitgebrachte dagvaarding. Vzv het middel berust op de opvatting dat het…
Hoge Raad|17 maart 2009|ECLI:NL:HR:2009:BG6671
tweede dagvaarding ter zake van hetzelfde feit. Ingevolge het eerste lid van art. 258 Sv neemt het rechtsgeding immers een aanvang zodra de officier van justitie de inleidende dagvaarding doet uitgaan
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.