13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatie13 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/227HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de coöperatieve…
Hoge Raad|13 juni 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF3413Aangehaald in 34 uitspraken
zijn eigen vermogen." (Kamerstukken II, 1993/94, 23706, nr. 3, blz. 28) Het in art. 3:276 BW verankerde uitgangspunt dat een schuldenaar in beginsel met zijn gehele vermogen voor zijn schulden instaat … uitzondering wordt gemaakt op het hiervoor in 3.3.2 (slot) onderstreepte, in art. 3:276 BW verankerde, uitgangspunt dat een schuldenaar in beginsel met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schulden tegenover
- OndernemingsrechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder…
Hoge Raad|19 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:649Aangehaald in 64 uitspraken
wettelijke voorrecht van werknemers betrekking heeft op het gehele vermogen van de schuldenaar (art. 3:276 BW) en strekt ter bescherming van de werknemers. Werknemers zouden in die andere opvatting jegens
- Civiel recht overigCassatieBeslag- en executierecht; opheffing conservatoir beslag. Volkenrecht; immuniteit van executie…
Hoge Raad|11 juli 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD1387Aangehaald in 22 uitspraken
schuldenaar zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen (vgl. artikel 3:276 BW). Aangenomen moet echter worden dat het volkenrecht op deze regel een uitzondering kent
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Tenuitvoerlegging verstekvonnis door derdenbeslag. Aanvang verzettermijn. Art. 143 lid 2 en 3 Rv…
Hoge Raad|5 september 2014|ECLI:NL:HR:2014:2629Aangehaald in 28 uitspraken
verstekvonnis geschiedt ten laste van een goed van de veroordeelde als bedoeld in art. 3:276 BW, dan wel ten laste van een goed van een derde dat is, respectievelijk die zich
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE8474Aangehaald in 17 uitspraken
goederen van zijn schuldenaar verhalen, tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt (art. 3:276 BW); uitgangspunt is derhalve dat een schuldenaar met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schulden
- Civiel recht overigCassatieBeslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde…
Hoge Raad|29 april 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP4948Aangehaald in 20 uitspraken
restantexecutieopbrengst vormt geen afgescheiden vermogen, want daarvoor is gelet op art. 3:276 BW een wettelijke basis of een overeenkomst vereist, waarvan hier geen sprake is. De stelling van de Ontvanger
- InsolventierechtCassatieWSNP; tijdens toepassing van schuldsaneringsregeling ontvangen letselschade-uitkering ingevolge een…
Hoge Raad|24 november 2006|ECLI:NL:HR:2006:AZ1111Aangehaald in 12 uitspraken
regeling verkrijgt. Op deze regel, die is gebaseerd op het bepaalde in art. 3:276 BW en die strookt met art. 20 F., wordt een aantal uitzonderingen gemaakt in de daarop volgende
- InsolventierechtCassatieFaillissementsrecht. Onverschuldigde betaling aan gefailleerde, HR 6 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2419…
Hoge Raad|31 oktober 2014|ECLI:NL:HR:2014:3080Aangehaald in 9 uitspraken
rekeningen gerechtigd. In het onderhavige geval is geen plaats voor een uitzondering op art. 3:276 BW in de zin dat de betalingen verricht na het faillissement van Raad & Daad
- Civiel recht overigCassatieOnrechtmatige daad. Aansprakelijkheid ouders voor onrechtmatige gedraging 14-jarige zoon; art. 6:169 lid 2…
Hoge Raad|21 april 2017|ECLI:NL:HR:2017:757
schuld behoort dus tot zijn vermogen en kan op dat vermogen worden verhaald (art. 3:276 BW). De veroordeling van [eiser] c.s. pro se betreft hun eigen aansprakelijkheid uit hoofde
- Civiel recht overigCassatieInsolventierecht. (Gedeeltelijke) afkoop pensioenverzekering door curator (art. 22a Fw)? Hoogstpersoonlijk…
Hoge Raad|6 oktober 2017|ECLI:NL:HR:2017:2564
faillissement het gehele vermogen van de gefailleerde omvat (art. 20 Fw; vgl. art. 3:276 BW). Op dit beginsel bestaan wettelijke uitzonderingen, onder meer in art. 22a lid 1, aanhef en onder
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van…
Hoge Raad|13 december 2013|ECLI:NL:HR:2013:1910
ontvanger daarop dus, evenals iedere andere schuldeiser, verhaal heeft op de voet van art. 3:276 BW. 3.8 Ten slotte is van belang dat het nieuwe art. 22bis Iw, in werking getreden
- Burgerlijk procesrechtCassatieBeslagrecht, procesrecht. Vervolg op HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1009. Derdenbeslag onder v.o.f. Vallen…
Hoge Raad|23 april 2021|ECLI:NL:HR:2021:640
goederen van zijn schuldenaar verhalen, tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt (art. 3:276 BW). Op grond van art. 475 Rv kan tot dat verhaal mede beslag worden gelegd
- VerbintenissenrechtCassatieFaillissementsrecht. Verbintenissenrecht; onrechtmatige daad curator in hoedanigheid (art. 6:162 BW)…
Hoge Raad|8 januari 2021|ECLI:NL:HR:2021:36
hoofdregel dat een schuldenaar met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schulden (art. 3:276 BW) en moeten daarom in beginsel strikt worden uitgelegd. Beide bepalingen bieden de verzekeringnemer in geval
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.