20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatiePensioenrecht; pensioenreglement BPF. Geen verjaring pensioenaanspraken op de voet van art. 3:307 BW…
Hoge Raad|3 februari 2012|ECLI:NL:HR:2012:BT8462Aangehaald in 25 uitspraken
Pensioenrecht; pensioenreglement BPF. Geen verjaring pensioenaanspraken op de voet van art. 3:307 BW. Pensioenaanspraken vloeien zelfstandig en rechtstreeks voort uit Pensioenreglement. Vordering tot “toekenning” pensioenaanspraken heeft karakter van verklaring voor recht … orde. Van verjaring van een dergelijke verbintenis op de voet van art. 3:307 BW kan reeds daarom geen sprake zijn. De vordering tot uitkering van pensioen is pas opeisbaar vanaf
- Civiel recht overigCassatieSpaar/beleggingsproduct (KoersPlan). Leemte in KoersPlanovereenkomsten wat betreft (hoogte van) in te houden…
Hoge Raad|14 juni 2013|ECLI:NL:HR:2013:BZ3749Aangehaald in 26 uitspraken
BW; vaststelling redelijke premie. Beroep op verjaring; art. 3:307 BW. 14 juni 2013 Eerste Kamer 11/05049 TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: AEGON SPAARKAS N.V., gevestigd … zich tegen de verwerping van Aegons beroep op verjaring op de voet van art. 3:307 BW. Volgens Aegon was de vordering opeisbaar in de zin van die bepaling
- Civiel recht overigCassatieVerjaring. Bevrijdende verjaring van rechtsvordering tot nakoming. Moment aanvang verjaringstermijn…
Hoge Raad|14 augustus 2015|ECLI:NL:HR:2015:2194Aangehaald in 16 uitspraken
3:311 lid 1 BW (gedeeltelijke of anderszins gebrekkige nakoming contractuele verbintenis) en art. 3:307 BW (in het geheel niet nagekomen contractuele verbintenis). Koop van twee percelen grond: één of twee … gelegen in het aanvangstijdstip van de verjaringstermijn. Het vorenstaande brengt mee dat art. 3:307 BW slechts van toepassing is op vorderingen tot nakoming van contractuele verbintenissen die in het geheel niet
- VerbintenissenrechtCassatieVermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door…
Hoge Raad|13 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:231
hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art. 3:316 BW. Art. 3:323 lid 3 BW. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE … restschuld uit hoofde van de hypothecaire geldleningsovereenkomst, geldt de regel van art. 3:307 BW (zie ook hierna in 3.9). De verjaring van die rechtsvordering kan worden gestuit door het instellen
- Civiel recht overigCassatieTerugvordering bijstand verstrekt in vorm geldlening; rechtskarakter en verjaring vordering; duur en aanvang…
Hoge Raad|26 maart 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZC3206Aangehaald in 6 uitspraken
kwalificeren als een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis om te geven als bedoeld in art. 3:307 BW; vordering gemeente onderworpen aan verjaringstermijn van vijf jaar na opeisbaar worden vordering. Het op uitleg
- Civiel recht overigArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Huur. Terugvordering energiekosten. Beroep op verjaring; art. 3:307 BW. Koop. Ontbinding…
Hoge Raad|6 februari 2015|ECLI:NL:HR:2015:231
Huur. Terugvordering energiekosten. Beroep op verjaring; art. 3:307 BW. Koop. Ontbinding. Verzuim tot stellen bankgarantie? Passeren bewijsaanbod. 6 februari 2015 Eerste Kamer 13/05685 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3369Aangehaald in 19 uitspraken
heeft [eiser] de vordering van [overledene] bestreden met een beroep op verjaring ingevolge art. 3:307 BW in verbinding met art. 73 Overgangswet NBW. 3.2 De Rechtbank heeft bij tussenvonnis … BW - is gaan lopen vanaf juli 1974 en, bij gebreke van stuiting, ingevolge art. 3:307 BW in verbinding met art. 73 Overgangswet NBW per 1 januari 1993 was voltooid
- Civiel recht overigCassatie4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO6210Aangehaald in 6 uitspraken
miskend dat hier de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 BW of van art. 3:307 BW geldt. Het middelonderdeel voert hiertoe aan dat deze regresvordering met het oog op het toepasselijke … vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven, zodat art. 3:307 BW van toepassing is. Volgens het onderdeel is de regresvordering in beide gevallen verjaard per 1 januari
- Burgerlijk procesrechtCassatieVerbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…
Hoge Raad|17 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1310Aangehaald in 6 uitspraken
meer aangevoerd dat de vordering van Rabobank op [C] Holding op grond van art. 3:307 BW is verjaard en dat dit blijkens art. 7:853 BW betekent dat de borgtocht teniet … Holding is op 25 november 2008 opeisbaar geworden. De verjaringstermijn van art. 3:307 BW is op 26 november 2008 aangevangen, zodat de vordering van Rabobank op [C] Holding in beginsel
- Civiel recht overigCassatieOvereenkomst van opdracht. Tekortkoming in belangenbehartiging? Betaling van voor opdrachtgever bestemde…
Hoge Raad|3 december 2010|ECLI:NL:HR:2010:BO0190
deze primair berust op de grondslag nakoming en gelet op het bepaalde in art. 3:307 BW niet is verjaard, toegewezen tot een bedrag van € 27.226,81 (tweederde deel van de vordering … tegen het oordeel van het hof dat vordering II (omzetschade) op grond van art. 3:307 BW niet is verjaard. Aan deze klachten is als gevolg van de gegrondbevinding van onderdeel
- Civiel recht overigCassatieHernieuwde vordering na eerder verval van instantie. Rechtsverwerking. Verjaringstermijn te dezen niet maatgevend.
Hoge Raad|29 september 1995|ECLI:NL:HR:1995:ZC1827Aangehaald in 81 uitspraken
geldende voor verjaring van de vorderingen bedoeld in – het te dezen niet toepasselijke – art. 3:307 BW, en voor verval van instantie, wordt tevergeefs voorgesteld, omdat deze termijnen niet maatgevend zijn voor
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|3 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3816
Kantonrechter incidenteel geappelleerd. Zij heeft met betrekking tot haar primaire vordering betoogd dat art. 3:307 BW toepassing mist omdat krachtens art. 73 Overgangswet nog tot 1 januari 1993 de naar
- Civiel recht overigCassatiePensioenrecht. Pensioen tot 2001 ondergebracht bij verzekeraar. Na onderbrenging bij andere uitvoerder wordt…
Hoge Raad|11 februari 2022|ECLI:NL:HR:2022:162
geen vordering tot nakoming. Dat betekent dat de verjaringstermijn op grond van artikel 3:307 BW van vijfjaren eerst kan zijn gaan lopen vanaf dat moment. Dat betekent dat de door [verweerder
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van…
Hoge Raad|20 januari 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU7502
nakoming na onbepaalde tijd in de zin van het tweede lid van art. 3:307 BW. De omstandigheid dat [eiseres] de beide bedragen aan Kobra en niet aan [verweerder] in persoon heeft
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9241
richt zich tegen 's Hofs oordeel dat de verjaringstermijn op grond van art. 3:307 BW eerst is gaan lopen vanaf het einde van het huwelijk, en tegen hetgeen
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht. Verjaring vordering uit vaststellingsovereenkomst; opeisbaarheid; arbitrage…
Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM3914
hoofde van de vaststellingsovereenkomst van 20 juni 1994, zodat de verjaringstermijn van art. 3:307 BW ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding ruimschoots was verstreken. [Verweerder] c.s. hebben voorts
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 april 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9119
geval de rechtbank inzake de verjaring niet art. 3:310 BW doch art. 3:307 BW van toepassing acht, vordert voor recht te verklaren dat [verweerster] gehouden is een schadevergoeding te betalen
- Civiel recht overigCassatie17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Hoge Raad|17 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AI0308
aangemerkt als een verplichting tot een geven of een doen, zodat - gelet op art. 3:307 BW - hiervoor een verjaringstermijn geldt van vijf jaar. De stelling van de curator, dat deze verjaringstermijn
- VerbintenissenrechtCassatiePersonen- en familierecht. Verbintenissenrecht. Verjaring. Aansprakelijkheid van ene echtgenoot voor…
Hoge Raad|5 juli 2024|ECLI:NL:HR:2024:1027
waarop de vordering opeisbaar is geworden. Art. 3:306 BW en art. 3:307 BW zijn opgenomen in titel 11 van Boek 3 BW. Art. 3:326 BW bepaalt dat de bepalingen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0807
verwerping door het Hof van het beroep van [eiser] op verjaring (vgl. art. 3:307 BW) omdat het van oordeel was dat die verjaring door de in rov. 9 van zijn arrest
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.