9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieAansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt…
Hoge Raad|16 mei 2025|ECLI:NL:HR:2025:761
rekening gebrachte, door cliënt periodiek betaalde, liquiditeitspremie. Aanvangsmoment verjaring vordering uit onverschuldigde betaling (art. 3:309 BW). Ontstaansmoment vordering bij onverschuldigde periodieke betalingen. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01388 Datum … heeft haar vordering tevens gebaseerd op onverschuldigde betaling. Een dergelijke vordering verjaart ingevolge artikel 3:309 BW kort gezegd vijf jaar nadat de schuldeiser (SnowWorld) bekend is geworden met zowel zijn vordering
- Civiel recht overigCassatieOnverschuldigde betaling. Verjaring. Huurrecht. Huurverhoging wordt in appel (na vernietiging in cassatie en…
Hoge Raad|3 juni 2016|ECLI:NL:HR:2016:1052Aangehaald in 39 uitspraken
beslist. De Leeuw c.s. hebben zich erop beroepen dat die vordering ingevolge art. 3:309 BW is verjaard. De voorzieningenrechter heeft dat beroep aanvaard voor de periode tot 1 februari … februari 2006 tot en met 31 januari 2009, op grond van artikel 3:309 BW naar voorshands oordeel als verjaard moet worden beschouwd. Op grond van deze bepaling verjaart een rechtsvordering
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 november 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8363Aangehaald in 8 uitspraken
recht geldt voor vorderingen uit onverschuldigde betaling, als hier aan de orde zijn, art. 3:309 BW, welke bepaling, voor zover hier van belang, inhoudt dat de rechtsvordering verjaart door verloop … wegens onverschuldigde betaling is geen sprake. Een vordering uit onverschuldigde betaling verjaart ingevolge art. 3:309 BW door verloop van vijf jaar na aanvang van de dag volgende op die waarop
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht. Verjaring; ontbinding gemeenschap van goederen; hoofdelijke aansprakelijkheid van…
Hoge Raad|8 januari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK1615Aangehaald in 13 uitspraken
gevoerd dat de vordering jegens haar is verjaard. Zij heeft onder verwijzing naar art. 3:309 BW aangevoerd dat - uitgaande van de brief van 21 september 1998 - de verjaring van de vordering … jegens [eiseres] is ontstaan op 25 oktober 2001, de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:309 BW nog niet was verstreken op 20 september 2005, de datum waarop het UWV de vordering tegen
- Civiel recht overigCassatie28 november Eerste Kamer Nr. C02/131HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DIEZERPOORT…
Hoge Raad|28 november 2003|ECLI:NL:HR:2003:AK3696Aangehaald in 20 uitspraken
haar oordeel met juistheid ervan uitgegaan dat het criterium "bekend is geworden" in art. 3:309 BW subjectief moet worden opgevat, en dat derhalve voor het aanvangen van de verjaringstermijn vereist
- InsolventierechtCassatieWSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder f, F…
Hoge Raad|17 juni 2011|ECLI:NL:HR:2011:BQ0709Aangehaald in 14 uitspraken
brengt mee dat de rechtsvordering tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde uitkeringen ingevolge art. 3:309 BW verjaart door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag waarop de schuldeiser (het uitvoeringsorgaan
- Civiel recht overigCassatie10 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/254HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|10 december 2004|ECLI:NL:HR:2004:AR0309Aangehaald in 5 uitspraken
eiseres] heeft beoogd en begrepen, en niet of een "parkeer-afspraak" is totstandgekomen. Art. 3:309 BW houdt in, voorzover hier van belang, dat een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop
- VerbintenissenrechtCassatieVerbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW…
Hoge Raad|14 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1685
andere hier bedoelde gevallen, met name ook die van de artikelen 3.11.12a [3:309 BW] , 13 [3:310 BW] en 13aa [3:311 BW] dezelfde termijn geldt. Vorderingen tot schadevergoeding
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 april 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF4604
deze verbintenis voortvloeiende rechtsvordering is gezien de aard van de vordering art. 3:309 BW van overeenkomstige toepassing. Middel 1 faalt derhalve. Nu het terugvorderingsbesluit is genomen op 4 september
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.