Zoekresultaten

Voor “"3:4 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

18 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • BelastingrechtCassatie
    art. 3:3 en 3:4 BW, koel- en rijpingscellen en stellages in bedrijfsgebouw onroerend?, motiveringsgebrek.

    Hoge Raad17 november 2017ECLI:NL:HR:2017:2876

    3:3 en 3:4 BW, koel- en rijpingscellen en stellages in bedrijfsgebouw onroerend?, motiveringsgebrek. 17 november 2017 nr. 17/02490 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën … zijn aan te merken als bestanddelen van het bedrijfsgebouw in de zin van artikel 3:4 BW. Het Hof heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat vermindering van het ter verwerving

  • BelastingrechtCassatie
    Art. 3:3 en art. 3:4 BW. Waterwoning (“Marina”) is een roerende zaak. Geen bestanddeel van een recreatiepark.

    Hoge Raad9 maart 2012ECLI:NL:HR:2012:BV8198Aangehaald in 7 uitspraken

    3:3 en art. 3:4 BW. Waterwoning (“Marina”) is een roerende zaak. Geen bestanddeel van een recreatiepark. 9 maart 2012 nr. 11/01761 Arrest gewezen op het beroep in cassatie … Inspecteur dat de marina onroerend is omdat zij op grond van artikel 3:4 BW volgens verkeersopvatting kan worden aangemerkt als bestanddeel van het recreatiepark waarin zij gelegen is. Hetgeen de Inspecteur

  • BelastingrechtCassatie
    Wet WOZ. Art. 3:4 BW. Keuken bestanddeel van de woning?

    Hoge Raad9 juli 2004ECLI:NL:HR:2004:AQ0130

    3:4 BW. Keuken bestanddeel van de woning? Nr. 39.827 9 juli 2004 wv gewezen op het beroep in cassatie van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gouda

  • BelastingrechtCassatie
    Gebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet…

    Hoge Raad28 november 2025ECLI:NL:HR:2025:1796

    naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02648 Datum 28 november … gaat om bestanddelen die op grond van een ander staan. Volgens artikel 3:4 BW zijn bestanddelen van een zaak (i) al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van die zaak

  • BelastingrechtCassatie
    Gebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet…

    Hoge Raad28 november 2025ECLI:NL:HR:2025:1800

    naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02649 Datum 28 november … gaat om bestanddelen die op grond van een ander staan. Volgens artikel 3:4 BW zijn bestanddelen van een zaak (i) al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van die zaak

  • GoederenrechtCassatie
    Goederenrecht. Bestanddeelvorming (art. 3:4 lid 2 BW). Fysieke verbondenheid met hoofdzaak. Is gestold…

    Hoge Raad13 november 2020ECLI:NL:HR:2020:1785Aangehaald in 15 uitspraken

    BW, p. 76-77). Voor bestanddeelvorming in de zin van lid 2 van artikel 3:4 BW is, samengevat weergegeven, aldus in ieder geval nodig dat een verbinding bestaat (‘aard of nagelvast … anderzijds de ovens of de elektrolysefabriek. 3.3.1 De leden 1 en 2 van art. 3:4 BW bevatten elk een zelfstandige grond voor bestanddeelvorming. In deze zaak gaat

  • GoederenrechtCassatie
    Goederenrecht. Bestanddeelvorming (art. 3:4 lid 2 BW). Fysieke verbondenheid met hoofdzaak. Is gestold…

    Hoge Raad13 november 2020ECLI:NL:HR:2020:1786Aangehaald in 6 uitspraken

    BW, p. 76-77). Voor bestanddeelvorming in de zin van lid 2 van artikel 3:4 BW is, samengevat weergegeven, aldus in ieder geval nodig dat een verbinding bestaat (‘aard of nagelvast … anderzijds de ovens of de elektrolysefabriek. 3.3.1 De leden 1 en 2 van art. 3:4 BW bevatten elk een zelfstandige grond voor bestanddeelvorming. In deze zaak gaat

  • BelastingrechtCassatie
    Art. 3:3 BW; art. 2 Wet Bel. Rechtsv. Warmtekrachtkoppelingsinstallatie is onroerende zaak

    Hoge Raad27 september 2013ECLI:NL:HR:2013:CA0813Aangehaald in 13 uitspraken

    eveneens is aan te merken als een onroerende zaak in de zin van artikel 3:4 BW heeft het Hof buiten behandeling gelaten. 3.3.1. Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten … verwijzing naar artikel 3:3 BW en de omstandigheid dat het Hof artikel 3:4 BW vervolgens buiten behandeling heeft gelaten, ligt in dit oordeel besloten dat de WKK duurzaam

  • Civiel recht overigCassatie
    Goederenrecht. Horizontale natrekking. Kwalificering zaak als bestanddeel van hoofdzaak, art. 3:4 lid 1 BW…

    Hoge Raad6 december 2012ECLI:NL:HR:2012:BX7474Aangehaald in 20 uitspraken

    heeft het vonnis bekrachtigd en daartoe geoordeeld, dat op grond van art. 3:4 BW de groutankers naar verkeersopvatting als bestanddeel van de tunnelbak moeten worden beschouwd (rov. 6), zodat Prorail … geoordeeld dat de groutankers moeten worden beschouwd als bestanddelen in de zin van art. 3:4 BW van de tunnelbak, waardoor Prorail (door horizontale natrekking) ook eigenares van deze bestanddelen is. Daartoe

  • Civiel recht overigCassatie
    Huurrecht. Art. 7:233 BW. Kapitaal- en onderhoudslasten WKO-installatie als servicekosten? Onroerende aanhorigheid.

    Hoge Raad21 januari 2022ECLI:NL:HR:2022:61Aangehaald in 21 uitspraken

    onrechte aan de hand van de bestanddeeltoets (naar analogie van art. 3:4 BW) heeft beoordeeld of de WKO-installatie als ‘onroerende aanhorigheid’ in de zin van art. 7:233 BW … geval is kan mede worden beoordeeld aan de hand van de criteria van art. 3:4 BW, met dien verstande dat het voor de toepassing van art. 7:233 BW niet relevant

  • Civiel recht overigCassatie
    Energierecht. Goederenrecht. Overeenkomsten tussen chemiebedrijf en netbeheerder m.b.t. transformatoren die…

    Hoge Raad5 januari 2018ECLI:NL:HR:2018:12

    transformatoren zijn noch krachtens art. 5:20 lid 2 BW, noch krachtens art. 3:4 BW bestanddeel geworden van een net van kabels en leidingen als bedoeld … Chemours – op grond van art. 5:20 lid 2 BW in verbinding met art. 3:4 BW moet worden aangemerkt als de (huidige) eigenaar van de transformatoren. Die transformatoren bevinden zich

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad25 oktober 2002ECLI:NL:HR:2002:AE6999

    Graftekens kunnen niet worden aangemerkt als bestanddeel - in de zin van art. 3:4 BW - van de grond van de begraafplaats. Anders dan voor de vraag of iets een bestanddeel is, kunnen … werk naar verkeersopvattingen geen bestanddeel van de grond is in de zin van art. 3:4 BW, van betekenis is voor de beantwoording van de vraag of dat werk duurzaam

  • Civiel recht overigCassatie
    Kan een ‘portacabin’ onroerend zijn in de zin van art. 3:3 lid 1 BW dat een duurzame vereniging met de grond…

    Hoge Raad31 oktober 1997ECLI:NL:HR:1997:ZC2478Aangehaald in 51 uitspraken

    perceel. Daartoe heeft de Rabobank met een beroep op de art. 3:3 en 3:4 BW gesteld dat de portacabin onroerend is. De Ontvanger heeft zulks bestreden, zich op het standpunt

  • Civiel recht overigCassatie
    Energierecht. Goederenrecht. Overeenkomsten tussen chemiebedrijf en netbeheerder m.b.t. transformatoren die…

    Hoge Raad5 januari 2018ECLI:NL:HR:2018:1Aangehaald in 19 uitspraken

    transformatoren zijn noch krachtens art. 5:20 lid 2 BW, noch krachtens art. 3:4 BW bestanddeel geworden van een net van kabels en leidingen als bedoeld

  • BelastingrechtCassatie
    Art. 18, lid 4, Wet WOZ juncto art. 2, lid 1, aanhef en letter h, Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten…

    Hoge Raad30 september 2016ECLI:NL:HR:2016:2196

    2001/378). 4.3. De in 4.2 onder (i) vermelde maatstaf omvat al hetgeen volgens artikel 3:4 BW als bestanddeel van een tot de zuivering van riool- en ander afvalwater bestemd werk moet

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad28 februari 2003ECLI:NL:HR:2003:AF0131

    geen bestanddeel is van de onroerende zaak van [eiser] in de zin van art. 3:4 BW. Voor de motivering van dit oordeel heeft het Hof verwezen naar het vonnis

  • BelastingrechtCassatie
    Baatbelasting. Samenstelbepaling in de baatbelasting.

    Hoge Raad10 juni 2005ECLI:NL:HR:2005:AT7213

    voorwerp van de belastingheffing te laten plaatsvinden aan de hand van het in artikel 3:4 BW genoemde criterium van de verkeersopvatting; door genoemd criterium wordt immers in onvoldoende mate het hier

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad17 december 1997ECLI:NL:HR:1997:AA3343

    bestanddeel te doen heeft, een rol spelen. Men vergelijke in dit verband art. 3:4 BW. (blz. 52) Volgens lid 1 van deze bepaling is al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.