11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94.2 Sv op Instagram-accounts. Is een Instagram-account een (voor…
Hoge Raad|24 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:687Aangehaald in 10 uitspraken
BW voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Volgens (niet uitputtende) omschrijving van art. 3:6 BW zijn vermogensrechten rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of ertoe
- BelastingrechtCassatieart. 5.3, lid 2, Wet IB 2001; zijn cryptovaluta vermogensbestanddelen die tot de rendementsgrondslag voor box…
Hoge Raad|25 april 2025|ECLI:NL:HR:2025:683
cryptovaluta niet zijn aan te merken als vermogensrechten in de zin van artikel 3:6 BW. Verder stelt zij zich op het standpunt dat voor een vermogensrecht en daarmee voor een bezitting … ruimere betekenis heeft dan het begrip ‘vermogensrecht’ van artikel 3:6 BW. Het Hof heeft verder overwogen dat een positie in cryptovaluta – althans het vermogen van de gebruiker om in ruil voor
- Civiel recht overigCassatieAandelen-leasezaak. Familierecht; toestemmingsvereiste ex art. 1:88, aanhef en onder d, BW; toepasselijkheid…
Hoge Raad|28 maart 2008|ECLI:NL:HR:2008:BC2837Aangehaald in 871 uitspraken
hebben aandelen als object, dus geen zaken, maar vermogensrechten in de zin van art. 3:6 BW. Nu op grond daarvan in dit geval geen sprake is van koop op afbetaling, behoefde
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële vraag op de voet van art. 392 Rv. Hoge Raad ziet voorshands af van behandeling. Vereiste dat…
Hoge Raad|31 mei 2013|ECLI:NL:HR:2013:CA1614Aangehaald in 11 uitspraken
assurantieportefeuille te vestigen, ofwel: is een assurantieportefeuille een vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW?" 3.2 Blijkens de vonnissen van de rechtbank is deze vraag gesteld tegen de achtergrond
- OndernemingsrechtCassatieEffectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid Bank wegens schending zorgplicht bij aanbieden…
Hoge Raad|5 juni 2009|ECLI:NL:HR:2009:BH2815Aangehaald in 472 uitspraken
Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid Bank wegens schending zorgplicht bij aanbieden aflossingsproduct (KoersExtra) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico, niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken en niet het aangaan van de overeenkomst te ontraden. Strekking…
- GoederenrechtCassatieGoederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is…
Hoge Raad|6 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:1909Aangehaald in 18 uitspraken
vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2 BW). Volgens de – niet uitputtende – omschrijving van art. 3:6 BW zijn vermogensrechten rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn
- OndernemingsrechtCassatieEffectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid effecteninstelling wegens schending zorgplicht bij aanbieden…
Hoge Raad|5 juni 2009|ECLI:NL:HR:2009:BH2822Aangehaald in 81 uitspraken
bedoeld in art. 3:2 BW. Effecten zijn evenwel vermogensrechten als bedoeld in art. 3:6 BW, die niet onder de werking van de Wck zijn gebracht. Door uitlegging
- BelastingrechtCassatieArtikel 5.3, lid 2, letter f, Wet IB 2001. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Negatieve waarde renteswap.
Hoge Raad|2 februari 2018|ECLI:NL:HR:2018:123Aangehaald in 5 uitspraken
bank vergoed krijgt. Een zodanig recht is een vermogensrecht in de zin van artikel 3:6 BW aangezien het is verkregen in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|16 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD5493Aangehaald in 67 uitspraken
16 november 2001 Eerste Kamer Nr. C00/142HR AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. de vereniging NEDERLANDSE VAKBOND VARKENSHOUDERS, gevestigd te Barneveld, 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats], 4.a [Eiser 4a], wonende te [woonplaats], 4.b [Eiseres 4b], wonende…
- Civiel recht overigCassatie19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/067HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|19 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF8271
gegeven betekenis (vgl. Kamerstukken II, 1991-1992, 21547, nr. 9, blz. 2, en art. 3:6 BW). In het licht van de gedingstukken en hetgeen het Hof verder heeft overwogen, is duidelijk
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF4607
voor zover zij geen éénlijnsprestatie betreffen, niet als vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW kunnen worden aangemerkt. Onderdeel II.3 kan derhalve wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.