Zoekresultaten

Voor “"3:94 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

1 uitspraak gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigCassatie
    Borgtocht. Geschil tussen bank en een directeur-grootaandeelhouder die ten tijde van het aangaan van de…

    Hoge Raad26 januari 2007ECLI:NL:HR:2007:AY9678

    Bank bekend is geworden, dat aldus is voldaan aan de vereisten van art. 3:94 BW en dat [eiser] derhalve bevoegd is tot het instellen van de vordering. Bij de beoordeling … onjuiste rechtsopvatting. De levering van vorderingen als de onderhavige is immers ingevolge art. 3:94 BW voltooid indien een daartoe bestemde akte is opgemaakt en mededeling daarvan aan de schuldenaar heeft plaatsgevonden

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.