7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieSmaadschrift, art. 261.2 Sr. Was hof gehouden te beslissen op beroep van raadsman van verdachte op exceptie…
Hoge Raad|20 december 2022|ECLI:NL:HR:2022:1897
kennelijk opgevat als beroep op art. 10 EVRM en niet als beroep op art. 261.3 3 Sr. Deze aan feitenrechter voorbehouden uitleg van verweer is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. HOGE … mens en de fundamentele vrijheden en niet als een beroep op artikel 261 lid 3 Sr. Deze aan de feitenrechter voorbehouden uitleg van het verweer is niet onbegrijpelijk. 2.5 Het cassatiemiddel
- Strafrecht overigCassatieDiefstal, art. 310 Sr. Voorwaardelijke ISD-maatregel. Voorwaarden art. 38m.1 Sr. De rechter die de in art…
Hoge Raad|5 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:1012
zoveel woorden tot uitdrukking brengen dat de voorwaarden a.b.i. art. 38m.1 onder 2° en 3° Sr zijn vervuld. Uit overwegingen hof blijkt niet dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden … voorwaarden als bedoeld in artikel 38m lid 1, aanhef en onder 2° en 3°, Sr zijn vervuld. 2.5 Uit de hiervoor onder 2.2 weergegeven overwegingen van het hof blijkt niet
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. 1. Maximale duur van gijzeling bij…
Hoge Raad|24 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:714Aangehaald in 50 uitspraken
Sr, de totale duur van de gijzeling voor de schadevergoedingsmaatregelen het in artikel 24c lid 3 Sr bepaalde maximum van één jaar niet mag overschrijden. 2.4 Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.3 (oud) Sr na veroordeling t.z.v…
Hoge Raad|4 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1359Aangehaald in 6 uitspraken
zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting.” 2.4 Als de rechter toepassing geeft aan artikel 36e lid 3 Sr is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk, omdat artikel 36e lid 7 Sr
- Strafrecht overigCassatieMeineed (meermalen gepleegd) door als getuige in tuchtzaak en strafzaak tegen zijn broer, die wordt verdacht…
Hoge Raad|13 december 2022|ECLI:NL:HR:2022:1824
woorden “onder ede” hebben in die bepaling. 2.3.2 Artikel 207 leden 1 en 3 Sr luidt: “1. Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert
- Strafrecht overigCassatieSeksueel corrumperen door zich in bosjes naast mountainbikeroute af te trekken, terwijl viertal 13- en…
Hoge Raad|11 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1422
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a.2 Sv op geldbedragen onder klager t.z.v. verdenking en veroordeling…
Hoge Raad|31 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:806
staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.” - Artikel 36e leden 1, 2 en 3 Sr: “1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.