7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht, executierecht. Kort geding. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een…
Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:2026Aangehaald in 1.165 uitspraken
april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoekstra) of ruimere belangenafweging? Verhouding tot schorsingsverzoek art. 351 Rv in hoger beroep en incidenten art. 234 en 235 Rv (HR 30 mei 2008, ECLI … hoger beroep oordeelt over een incidentele vordering of een incidenteel verzoek zoals bedoeld in art. 351 Rv respectievelijk art. 360 lid 2 Rv. 2.2 De Hoge Raad heeft eerder uitspraken gedaan
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Incidentele vordering tot (onvoorwaardelijke) uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van…
Hoge Raad|30 mei 2008|ECLI:NL:HR:2008:BC5012Aangehaald in 194 uitspraken
proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zullen zijn. Bij incidentele memorie tot schorsing ex art. 351 Rv., subsidiair tot zekerheidstelling ex art. 235 Rv. heeft de Staat geconcludeerd tot schorsing van de tenuitvoerlegging … niet-ontvankelijkverklaring van de Staat, althans afwijzing van de incidentele vordering tot schorsing ex art. 351 Rv. respectievelijk van de subsidiaire incidentele vordering tot zekerheidstelling ex art. 235 Rv. Na overlegging
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen incidenteel arrest waarbij zekerheidstelling is bevolen…
Hoge Raad|23 april 2021|ECLI:NL:HR:2021:644Aangehaald in 7 uitspraken
ongegrond. Hoewel de op de vorderingen als bedoeld in de art. 234, 235 en 351 Rv te geven beslissingen naar hun aard ten hoogste gelden voor de duur van het geding
- Burgerlijk procesrechtCassatieArbitrage. Procesrecht. Art. 1064a Rv. Art. 1066 Rv. Art. 208 lid 1 Rv. Art. 87 lid 8 Rv. Kan in…
Hoge Raad|2 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:840Aangehaald in 8 uitspraken
schorsingsverzoek gepresenteerd als ware het een schorsingsincident van gelijke aard als dat van artikel 351 Rv. In beginsel zou het hof [eisers] met toepassing van artikel 69 Rv in de gelegenheid moeten
- Civiel recht overigCassatie9 april 2004 Eerste Kamer Nr. C04/014HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: CORPORATE…
Hoge Raad|9 april 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO5123
bestaat die bevoegdheid aan te nemen op grond van overeenkomstige toepassing in cassatie van art. 351 Rv. (of in voorkomend geval van art. 360 lid 2 Rv.), moet ontkennend worden beantwoord
- Civiel recht overigCassatieLanglopend geschil tussen erven over afwikkeling van een nalatenschap. Procesrecht; schorsing van de…
Hoge Raad|16 maart 2007|ECLI:NL:HR:2007:BA0731
gevorderd dat de tenuitvoerlegging van het vonnis van 17 november 2004 op grond van art. 351 Rv. geschorst dient te worden, subsidiair dat aan de uitvoerbaarheid van het vonnis bij voorraad
- Civiel recht overigCassatieGeschil over de vraag of een (onder)huurder verplicht is tot de exploitatie van een supermarkt in een door…
Hoge Raad|23 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU4784
tevens een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis als bedoeld in art. 351 Rv. ingesteld. [Eiseres] heeft de incidentele vordering bestreden. Het Hof heeft bij arrest van 3 maart
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.