19 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieMotivering bewezenverklaring; artikel 6 EVRM.
Hoge Raad|6 juli 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1159Aangehaald in 6 uitspraken
Motivering bewezenverklaring; artikel 6 EVRM. 6 juli 1999 Strafkamer nr. 110.729 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage … heeft gehandhaafd. Het middel acht deze gang van zaken strijdig met het bepaalde in art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR, op grond dat die verdragsartikelen meebrengen dat de rechter zijn oordeel
- Strafrecht overigCassatieMotivering bewezenverklaring. Artikel 6 EVRM.
Hoge Raad|21 september 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD5186
Motivering bewezenverklaring. Artikel 6 EVRM. 21 september 1999 Strafkamer nr. 111.164A SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie … vervat in processen-verbaal”. Het middel acht dat in strijd met het bepaalde in art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR op grond dat die verdragsartikelen meebrengen “dat de rechter zijn oordeel
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen invoer harddrugs, meermalen gepleegd (art. 2.1.A Opiumwet), medeplegen verkopen harddrugs (art…
Hoge Raad|18 mei 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD5153
geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dan ook niet strijdig met art. 6 EVRM. Ad 3. Nu nadien gewijzigde bepalingen WWM niet gunstiger zijn voor verdachte … middel 3.1. Het middel klaagt erover dat de redelijke ter mijn als bedoeld in art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR is geschonden, aangezien tussen het instellen van het cassatieberoep
- Strafrecht overigCassatieRedelijke termijn. Behandelingsduur in cassatie 22 maanden. Weliswaar is met de behandeling in cassatie meer…
Hoge Raad|26 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1626
tijd gemoeid geweest dan wenselijk is, maar, nu de verdachte niet gedetineerd is, is art. 6 EVRM niet geschonden. Ook totale tijdsverloop is door duur procedure in cassatie niet onredelijk geworden
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|24 september 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3383
civielrechtelijke procedure als de onderhavige. Voorzover het middel een beroep doet op art. 6 EVRM, verliest het uit het oog dat [verzoeker] aan dat artikel geen aanspraak op een volledige herbeoordeling … Heuvel: "de ontbindingsbeslissing is rijp voor de kwalificatie unfair trial in de zin van artikel 6 EVRM". De wetgever heeft enkele malen op het punt gestaan dit verbod af te schaffen. Hier
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|12 mei 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2753
wettelijke verplichting door haar werknemer op een wijze die niet in overeenstemming is met artikel 6 EVRM. Omdat voor haar als werkgever niet de mogelijkheid bestaat die de werknemer heeft … niet op de voorgeschreven manier bekend maken geen "criminal charge" in de zin van artikel 6 EVRM op. De in dat arrest vermelde overwegingen gelden evenzeer voor de situatie waarin de belasting
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|20 april 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD5266
gelet op het daarmee in deze zaak gepaard gaande gevolg, aldus niet verdraagt met artikel 6 EVRM. Die regeling dient, gelet op artikel 94 Grondwet, dan ook in zoverre buiten toepassing … bedreigde getuige te ondervragen dat dit niet meer in overeenstemming valt te brengen met art. 6 EVRM, brengt dit mee dat de verklaring van een dergelijke getuige van het bewijs moet worden
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|2 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3400
leggen. Het middel stelt blijkens de toelichting daarop dat door deze gang van zaken art. 6 EVRM is geschonden, dan wel dat ingevolge hetgeen beginselen van een goede procesorde eisen … doen ondervragen en aldus diens verklaringen te toetsen en aan te vechten, stond art. 6 EVRM er niet aan in de weg dat het Hof de eerste verklaring van [getuige
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|16 maart 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1144
zijn vordering, omdat in de Spaanse strafzaak de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM in ernstige mate is overschreden. 4.2. De Rechtbank heeft ten aanzien van het in het middel … verzoekende staat na uitlevering van de opgeëiste persoon dit verweer zal toetsen aan art. 6 EVRM en bij gegrondbevinding van het verweer daaraan gevolgen zal verbinden. Het vertrouwensbeginsel kan evenwel onder
- Strafrecht overigCassatie's-Hofs kennelijk oordeel dat sprake was van een zekere mate van bewustheid van de verdachte omtrent de…
Hoge Raad|26 januari 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1169Aangehaald in 49 uitspraken
berechting van de verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR. Daartoe wordt blijkens de op het middel gegeven toelichting aangevoerd
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|24 augustus 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2845Aangehaald in 20 uitspraken
onderhavige geval niet kan worden gezegd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan als verweven
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 september 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2870Aangehaald in 15 uitspraken
doet, be-staan daartegen gelet op de tekst en strekking van art. 6 EVRM geen bezwaren omdat de belastingplichtige tegen die uitspraak op het bezwaar vervolgens in beroep kan komen
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|23 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3793
verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens schending van art. 6 EVRM. 3.2. Het Hof heeft in zijn arrest het door de raadsman gevoerde verweer als volgt samengevat
- Strafrecht overigCassatieArt. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op respect voor diens privéleven een meer dan beperkte - en…
Hoge Raad|18 mei 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1332Aangehaald in 6 uitspraken
berechting in cassatie een zodanige vertraging is opgetreden dat het in de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR neergelegde recht op berechting binnen een redelijke termijn is geschonden. 3.2. Blijkens de daarvan
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD4171
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof een gevangenisstraf opgelegd welke
- Strafrecht overigCassatieHernieuwde overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, nadat het hof op dezelfde grond tot…
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1563
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof lagere straffen opgelegd - respectievelijk
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|2 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3401
bekende totale tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof een gevangenisstraf opgelegd
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|23 juni 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2797
nadat mededeling van de beschuldiging was gedaan als bedoeld in lid 3 van artikel 6 EVRM bij brief van 15 december 1995. De Inspecteur heeft op 21 maart 1997 uitspraak gedaan
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3940
Nr. 34232 22 december 1999 gewezen op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 1998 betreffende na te noemen haar opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen. 1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.