519 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigProfijtontneming, w.v.v. uit handel in cocaïne. Methode van eenvoudige kasopstelling. Rechtsgevolg…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1297
strafbare feiten of andere strafbare feiten als bedoeld in art. 36e lid 1 t/m lid 3 Sr. (oud); 2. Ik ga hierbij uit van art. 36e Sr. zoals dat luidde vóór … verweer door de rechtbank met de overweging dat art. 36e lid 2 en lid 3 Sr. (oud) niet vereist dat aannemelijk wordt uit welke strafbare feiten veroordeelde het voordeel kan hebben gekregen
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Bedreiging, art. 285 Sr. Klachten over (dadelijk uitvoerbaar verklaarde)…
Parket bij de Hoge Raad|27 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:591
maatregel verbonden verplichting – wordt voldaan. Op grond van artikel 38w lid 3 Sr geldt van rechtswege dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt … verplichtingen wordt voldaan de vermelde duur bedraagt, waarbij op grond van artikel 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Mensenhandel, art 273f Sr. Klachten over vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in art…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2025|ECLI:NL:PHR:2025:743
maximale vervangende hechtenis twaalf maanden is, terwijl op grond van art. 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste … verplichtingen wordt voldaan de vermelde duur bedraagt, waarbij op grond van artikel 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste
- Strafrecht overig1. Tiende middel van verdachte. De door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand. V.zv. het middel…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:632Aangehaald in 5 uitspraken
Sr en mede gelet op de speciale cumulatieregeling van art. 10 lid 3 Sr in de onderhavige zaak geen rechtens relevant verschil. Dat laat zich met een korte berekening als volgt toelichten … maximum met één derde - toepassing kent. Het resultaat is ingevolge art. 10 lid 3 Sr een wettelijk strafplafond van een gevangenisstraf voor de duur van 21 jaar en vier maanden. Gevoeglijk
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud), Wet IB 2001. Kosten in verband met…
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW7156
Inkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud
- Strafrecht overigConclusie AG over (1) vervolgingsverjaring en (2) beroep op de samenloopbepalingen, in het bijzonder de in…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:489
hoogste zes jaren. 8. Op grond van art. 70, eerste lid, aanhef en onder 3°, Sr bedraagt de verjaringstermijn voor deze feiten twaalf jaren. Art. 72, eerste lid, Sr bepaalt dat elke … misdrijven geldende verjaringstermijn van twaalf jaren. Ingevolge art. 70, eerste lid, aanhef en onder 3°, Sr, in verbinding met art. 72, tweede lid, Sr bedraagt de verjaringstermijn ten aanzien
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 september 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD1522
daartoe meest geëigende instantie geen gebruik heeft gemaakt van zijn in neergelegde art. 245 lid 3 Sr bevoegdheid tot het doen van aangifte en klacht (waardoor ook de in het eerste middel … hoogte was van het gerezen vermoeden en de Raad als daartoe in art. 245 lid 3 Sr uitdrukkelijk bevoegd verklaard de meest geëigende instantie was om aangifte en klacht te doen
- Strafrecht overigConclusie AG. Doodslag door opzettelijk met vrachtwagen inrijden op motoragent en verlaten plaats ongeluk…
Parket bij de Hoge Raad|26 augustus 2025|ECLI:NL:PHR:2025:856
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (art. 38m lid 1 onder 3, Sr) is bij de GVM niet als voorwaarde voor oplegging geformuleerd dat het vastgestelde gevaar de oplegging
- Strafrecht overigProfijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting…
Parket bij de Hoge Raad|21 april 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BI2307
mogelijk als de verdachte wegens een strafbaar feit is veroordeeld (art. 36e, leden 1 en 3 Sr). Verjaring van het recht tot strafvordering ten aanzien van een misdrijf of overtreding leidt … niet uitgelaten. Dat is anders voor het bij die wet eveneens ingevoerde art. 36e lid 3 Sr. De wetsgeschiedenis ten aanzien van die bepaling houdt onder meer het volgende in: "Met betrekking
- Strafrecht overigMensenhandel. Opzet. Voor een veroordeling ter zake van het misdrijf van art. 273f.1.6 Sr is vereist dat het…
Parket bij de Hoge Raad|2 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1353
Sr. komt in de plaats van de artikelen 250bis Sr. (bordeelverbod), 432 aanhef en onder 3° Sr. (soutenage) en 250ter Sr. (mensenhandel). Het stelt strafbaar een aantal vormen van exploitatie van onvrijwillige … indien strafbaar wordt gesteld het opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen (vgl. artikel 432, onderdeel 3°, Sr. inzake soutenage). In deze delictsomschrijving is het bestanddeel opzet opgenomen. Dat is nodig, omdat zonder
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Klacht over ontoereikende respons op UOS over een post in de eenvoudige…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1053
deze zaak mogelijk is op de wettelijke grondslag van artikel 36e lid 2 én lid 3 Sr. 4. In navolging van het financiële rapport van 14 mei 2014 heeft het hof becijferd … Sr als wettelijke grondslag) en (ii) een eenvoudige kasopstelling (met artikel 36e lid 3 Sr als wettelijke grondslag), waarna de resultaten daarvan bij elkaar zijn opgeteld. 5. De betrokkene is één
- Strafrecht overigBevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van gestelde bijz. voorwaarden en reclasseringstoezicht. Art. 14c, 14d…
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:509
sprake was van ontucht in de zin van art. 249, tweede lid onder 3°, Sr blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel zonder nadere motivering (die ontbreekt) onbegrijpelijk … ontucht'.' 6.5 Uitgangspunt moet zijn dat de strafbaarstelling in art. 249, tweede lid onder 3°, Sr, gelet op de strekking daarvan, zoals die uit het hiervoor onder 6.4 overwogene blijkt, geldt voor
- Strafrecht overigVerzuim te bevelen dat bij de opgelegde svm vervangende hechtenis zal worden toegepast. Het middel strekt…
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2607
herstel van het verzuim door zelf - met inachtneming van het in artikel 24c lid 3 Sr gestelde - de vervangende hechtenis te bepalen die is verbonden aan de schadevergoedingsmaatregel. Ambtshalve heb ik geen … december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3620. Hetzelfde geldt ingevolge artikel 36 lid 3 Sr voor de kosten van openbaarmaking van de uitspraak; HR 17 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7923
- Civiel recht overigOnrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ7016
andersluidende bepaling van overgangsrecht, moet worden aangenomen dat de nieuwe regel in art. 15 lid 3 Sr met ingang van 1 april 2012 van toepassing is, ook op de op die datum … openbaar ministerie, maar is van rechtswege het gevolg van de wijziging van art. 15 lid 3 Sr per 1 april 2012. 2.14. Materieel beschouwd, heeft eiser wel een punt. Het gevolg
- Strafrecht overig359.3 Sv. Bekennende verdachte. Nu de verklaring van verdachte ttz van het Hof niet alle onderdelen betreft…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA1709
vonnis ontbrekende) beslissing tot toewijzing van de vordering. Op basis van art. 14i lid 3 Sr dient de aanwezige veroordeelde te worden gehoord, aan welk voorschrift is voldaan wanneer hem de gelegenheid … zitting, is die gelegenheid mijns inziens genoegzaam geboden. 4.9. Voor zover art. 14i lid 3 Sr ertoe zou dwingen de aanwezige veroordeelde uitdrukkelijk ter zake van de vordering te horen, meen
- Strafrecht overigSmaadschrift. Art. 261 Sr. Falende middelen over bewezenverklaring en strafbaarheid daarvan. Conclusie strekt…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:947
Door de advocaat-generaal is naar voren gebracht dat een beroep op artikel 261 lid 3 Sr niet kan slagen en dat het recht op vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel … staat dat verdachte wordt veroordeeld. Ten aanzien van het beroep op artikel 261 lid 3 Sr geldt het volgende: Verdachte stelt dat ze te goeder trouw heeft kunnen aannemen
- Strafrecht overigRechtsmacht. Ingevolge art. 2 Sr is de NL strafwet toepasselijk op ieder die zich in NL aan enig strafbaar…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BK6328
strafbaarheid een feit van algemene bekendheid zou zijn. Voorts had art. 5 lid 1 onder 3 Sr ten tijde van het ten laste gelegde een andere inhoud dan thans. Indertijd had Nederland … zoverre het middel ervan uitgaat dat op feit 3 art. 5 lid 1 onder 3 Sr zoals weergegeven in de schriftuur onder 3.4 van toepassing was. De in de schriftuur aangehaalde tekst
- Strafrecht overigConclusie AG. Vernieling (art. 350 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Verdachte en aangeefster zijn…
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2024|ECLI:NL:PHR:2024:844
deze zaak had de verdediging een beroep gedaan op de strafuitsluitingsgrond van art. 189 lid 3 Sr en gesteld dat deze bepaling ook van toepassing is op mensen die anders … verworpen en daartoe overwogen dat een extensieve uitleg van de uitzonderingsbepaling van art. 189 lid 3 Sr niet aangewezen is, omdat gelet op de rechtszekerheid grenzen moeten worden gesteld aan een uitzonderingsbepaling
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Middel 1 klaagt dat hof meer voordeel heeft ontnomen dan betrokkene heeft…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1080
totale duur van de gijzeling voor de schadevergoedingsmaatregel en het maximum (art. 24c lid 3 Sr) van één jaar niet mag overschrijden. <footnote id="_d639450d
- Strafrecht overigConclusie AG. Doodslag op drie Amsterdamse vrouwen en het wegmaken van het lijk van één van hen. Twee zaken…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2022|ECLI:NL:PHR:2022:886
Conclusie AG. Doodslag op drie Amsterdamse vrouwen en het wegmaken van het lijk van één van hen. Twee zaken betreffen cold cases uit 2003 en 2004. De eerste drie middelen richten zich met verscheidene deelklachten tegen de bewezenverklaarde doodslagen en het wegmaken van het lijk. Middel 4 keert zich tegen de…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.