515 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigWet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8…
Parket bij de Hoge Raad|3 april 2020|ECLI:NL:PHR:2020:356Aangehaald in 7 uitspraken
leid ik af uit art. 398, 399 en 426 lid 1 en lid 4 Rv en uit art. 78 RO. Het argument van de officier van justitie dat de wetgever niet heeft
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:484Aangehaald in 11 uitspraken
voor domiciliekeuze bij de gemachtigde van de niet in persoon procederende partij (art. 80 lid 4 Rv). Omdat de gekozen woonplaats een heel ander doel heeft dan de woonplaatsvermelding op grond
- Civiel recht overigProcesrecht. Klacht over toepassing Marokkaans recht die niet aan de eisen voldoet (art. 426a lid 2 Rv)…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:194
mogelijkheid van verbetering rekening kunnen houden. Tegen een dergelijke verbetering staat, ingevolge art. 31 lid 4 Rv, geen voorziening open. Die voorziening staat echter wel open, indien de rechter de desbetreffende regels
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0872
Raad voor de Kinderbescherming, op de voet van art. 810 lid 4 Rv opgeroepen, is in hoger beroep niet verschenen. 4 Hier geldt de gewone termijn van art. 426 lid 1 Rv
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Procesrecht. Verzet van belanghebbende tegen faillietverklaring van vennootschap…
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:417
verzochte een einde aan het geding heeft gemaakt. Volgens het hier toepasselijke art. 426 lid 4 Rv in verbinding met art. 401a Rv kan derhalve beroep in cassatie van deze uitspraak slechts
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4939
zijn beslist. 4) Tegen dit arrest van het hof heeft [eiseres] tijdig (art. 295 lid 4 Rv.: zes weken) cassatieberoep ingesteld. Het cassatiemiddel bestaat uit acht onderdelen. [Verweerders] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep
- Civiel recht overig14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/025HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4847
bepaalde in art. 79 lid 1, aanhef en onder b, RO jo. art. 426 lid 4 Rv. 12. De in het cassatierekest onder 3.4 gestelde omstandigheid dat ingevolge een uitspraak 15 december
- Omgevingsrecht29 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/223HR (1410) JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|29 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT2653
zetten; van de onteigende partij, voor zover beter dan langs de weg van artikel 4 Rv. (oud) wordt gewaarborgd dat zijn stem in het geding wordt, althans kan worden gehoord
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht; verzoek terugkomen akte niet-dienen na niet tijdige indiening memorie van grieven; strijd met…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2022|ECLI:NL:PHR:2022:957
gerechtshoven, versie april 2021 (hierna: LPR) wordt het voorschrift van art. 133 lid 4 Rv herhaald, en is tevens bepaald dat de termijnen ambtshalve worden gehandhaafd. 3.4 Het voorgaande brengt
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Verlenen nadere termijn voor het alsnog nemen van…
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1420
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Verlenen nadere termijn voor het alsnog nemen van de akte?
- Personen- en familierechtIpr. Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van verzoek echtscheiding uit te spreken tussen - op…
Parket bij de Hoge Raad|1 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW9383
PbEG 2000 L 160, de zgn. Brussel II-Verordening, jo. art. 4 Rv aan de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt, omdat de man zijn feitelijke verblijfplaats in de Filippijnen heeft
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Voorbijgaan aan via H10 formulier gedaan verzoek om mondelinge behandeling (art. 87 jo. 353 Rv).
Parket bij de Hoge Raad|25 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:487
recht om een mondelinge behandeling te verzoeken op grond van art. 133 lid 4 Rv hier niet aan de orde is, omdat er na de rolbeslissing van 15 januari 2024 geen nieuwe
- Civiel recht overigBOPZ. Voorlopige machtiging. Ontvankelijkheid beroep tegen deelbeschikking. Eindbeschikking: art. 81 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1019
psychiatrisch onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. 2.2 Ingevolge art. 426 lid 4 Rv in samenhang met art. 401a lid 2 Rv kan cassatieberoep tegen een tussen beschikking slechts
- Civiel recht overigCassatie. Wet griffierechten burgerlijke zaken; art. 3 lid 4. Nu verschuldigde griffierecht niet tijdig door…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ7311
door [verzoeker] geen beroep op de hardheidsclausule bedoeld in artikel 282a, lid 4 Rv. wordt gedaan. Een en ander voert tot de slotsom dat, gelet op het in de artikelen 427b
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6341
zowel in conventie als in reconventie bekrachtigd. 1.7. De vrouw heeft tijdig (art. 295 lid 4 Rv) cassatieberoep ingesteld, onder aanvoering van één middel van cassatie. De in cassatie gedagvaarde gezamenlijke erven
- Civiel recht overigBopz, nieuwe voorwaardelijke machtiging; wijziging van geldigheidsduur bij herstelbeschikking…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BC0165
Rv is getreden. Hiermee is sprake van klachten waarmee het rechtsmiddelverbod van art. 31 lid 4 Rv kan worden doorbroken. 2.4. Vervolgens komt de vraag aan de orde of het cassatieberoep tijdig
- InsolventierechtProcesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenbeschikking waarin niet aan het geding omtrent de…
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AZ2724
tenzij de rechter anders heeft bepaald. Thans is dit uitgangspunt vastgelegd in art. 358 lid 4 Rv
- Civiel recht overigProcesrecht. Akte niet-dienen. Pilotreglement civiele dagvaardingszaken hof Amsterdam. Verenigbaarheid…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:847
pilotreglement, althans de toepassing ervan, in strijd is met art. 133 lid 4 Rv en/of de goede procesorde. Volgens subonderdeel 2a heeft het hof miskend dat op grond van artikel
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal publiekrecht. Conservatoir beslag op eigendommen van…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:551
proces-verbaal van 12 januari 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder op grond van art. 438 lid 4 Rv bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam een kort geding aanhangig gemaakt tussen
- Civiel recht overigArbitrage. Tenuitvoerlegging in Nederland van vier Russische arbitrale vonnisssen die door de Russische…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM1679
vonnis van rechtswege die van het verlof tot tenuitvoerlegging met zich meebrengt (art. 1062 lid 4 Rv), indirect op te komen tegen de beschikking waarbij het verlof tot tenuitvoerlegging is verleend
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.