40 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVermogensrecht. Verkrijging door extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW? Motivering.
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836
feitelijke macht over een goed met de pretentie rechthebbende te zijn. Art. 3:108 BW bepaalt dat de vraag of iemand een goed voor zichzelf houdt, wordt beoordeeld naar verkeersopvatting, met inachtneming … feitelijke macht te verschaffen; wanneer daarvan sprake is wordt door de verkeersopvatting bepaald (art. 3:108 BW). Wanneer een goed in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vertegenwoordiging. Handelde de koper voor zich of namens een commanditaire vennootschap?…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1851
vraag wie eigenaar is van de Porsche heeft beantwoord aan de hand van art. 3:108 BW, althans aan de hand van de verkeersopvattingen. Dat [betrokkene 1] de Porsche in zijn macht … vraag wie eigenaar is van de Porsche heeft beantwoord aan de hand van art. 3:108 BW. Het hof heeft belang gehecht aan de verkeersopvatting bij de beantwoording van de vraag
- Civiel recht overigVordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2015|ECLI:NL:PHR:2015:505
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
- Civiel recht overig31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C01/252HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0261
deze voorganger een erfdienstbaarheid bezat in de zin van art. 5:72 juncto art. 3:108 BW; als eigenaar van perceel [1] was hij immers gerechtigd op zijn eigen perceel een aanbouw … worden dat hij een erfdienstbaarheid bezat in de zin van art. 5:72 jo 3:108 BW, aangezien hij als eigenaar van perceel [1] (het dienende erf) gerechtigd was daar een aanbouw
- Civiel recht overigGoederenrecht. Naar verkeersopvatting geen sprake van inbezitneming of een voltooide verkrijgende verjaring…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH1634
feitelijke macht over een goed met de pretentie rechthebbende te zijn. Art. 3:108 BW bepaalt dat de vraag of iemand een goed voor zichzelf houdt, wordt beoordeeld naar verkeersopvatting, met inachtneming … toelichting Meijers bij deze bepaling, waarbij wordt verwezen naar het bepaalde in art. 3:108 BW, in welk artikel tot uitdrukking wordt gebracht dat naar verkeeropvatting dient te worden beoordeeld of iemand
- GoederenrechtGoederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.
Parket bij de Hoge Raad|10 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:383
inachtneming van de wettelijke regels en overigens op grond van uiterlijke feiten (artikel 3:108 BW). Er geldt dus een objectieve maatstaf. Voor de beantwoording van de vraag of een niet-rechthebbende … Voor het antwoord op de vraag of sprake is van bezit moeten volgens art. 3:108 BW de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden beschouwd, tegen de achtergrond van, onder
- Civiel recht overigRecht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD7601
feitelijke macht over een goed met de pretentie rechtbebbende te zijn. Art. 3:108 BW bepaalt dat de vraag of iemand een goed voor zichzelf houdt, wordt beoordeeld naar verkeersopvatting, met inachtneming … bezit van een erfdienstbaarheid." 12. Van de regels met inachtneming waarvan ingevolge art. 3:108 BW moet worden beoordeeld of sprake is van bezit, is in het bijzonder van belang art. 3
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 314 BW. Bezit en houderschap; art. 3:111 e.v. BW.
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8086
zijn. De vraag of iemand een goed voor zichzelf houdt, wordt volgens art. 3:108 BW beoordeeld, onder meer, naar verkeersopvatting en op grond van uiterlijke feiten. Uit art. 3:109 BW … over de zaak is geëindigd. 11. Van de regels met inachtneming waarvan ingevolge art. 3:108 BW moet worden beoordeeld of sprake is van bezit, is in het bijzonder van belang
- GoederenrechtGoederenrecht. Erfgrenskwestie. Verkrijging door verjaring.
Parket bij de Hoge Raad|16 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:82
BW). Of iemand voor zichzelf een goed houdt, wordt volgens art. 3:108 BW naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van art. 3:109-117 BW en voor het overige op grond … conclusies en uitspraken van de Hoge Raad. De hoofdlijnen daarvan zijn de volgende. Art. 3:108 BW bevat een objectieve maatstaf. Of iemand een zaak in bezit heeft genomen, hangt ervan
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Geschil tussen ex-echtgenoten of onroerende zaak tot ontbonden…
Parket bij de Hoge Raad|18 mei 2018|ECLI:NL:PHR:2018:518
uiterlijke feiten moet worden aangenomen dat [verweerster 2] voor zichzelf wilde houden (art. 3:108 BW). Bij de toepassing van die laatste maatstaf heeft het hof het door [verzoekster] gestelde gedrag
- Civiel recht overigCaribische zaak (Sint Maarten). Goederenrecht. Overheidseigendom; onroerende zaak die geen andere eigenaar…
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:161
geworden moet naar verkeersopvattingen worden beoordeeld, onder meer op grond van uiterlijke feiten (artikel 3:108 BW). De gesteldheid en de (in het verleden geringe) waarde van de zaak mogen mede
- Civiel recht overigVerkrijging door verjaring; bezitsoverdracht; splitsing grondstuk; erfgrens; kadastrale grens.
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2026|ECLI:NL:PHR:2026:675
hekwerk en de kadastrale grens hebben respectievelijk heeft (gehad). 4.10 Op grond van artikel 3:108 BW en verder wordt het antwoord op de vraag of iemand de voor bezit vereiste feitelijke … inachtneming van de wettelijke regels en overigens op grond van uiterlijke feiten (art. 3:108 BW). Voor de beantwoording van de vraag of een niet-rechthebbende een zaak in bezit heeft genomen
- Civiel recht overig4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/333HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO6014
boek 3 BW en overigens op grond van uiterlijke feiten (zie art. 3:108 BW). Art. 1992 (oud) BW vereiste voor verkrijgende verjaring een "voortdurend en onafgebroken, ongestoord, openbaar en niet dubbelzinnig
- Civiel recht overigEigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:617Aangehaald in 8 uitspraken
Eigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99 of art. 3:015 BW. Goede trouw. Art. 3:23 BW van toepassing op kadaster? Bezit.
- Civiel recht overigEigendom; inbezitneming; verkrijgende verjaring. Art. 3:105, 107, 108, 112, 113, 306 BW. Geval waarin koper…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ5989
boek 3 BW en overigens op grond van uiterlijke feiten (zie artikel 3:108 BW). 9. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van bezit
- Civiel recht overig5 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/167HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL8440
beantwoord aan de hand van de verkeersopvatting, de wet en de uiterlijke omstandigheden (artikel 3:108 BW). Zoals gezegd, geldt daarvoor niet de eis dat de uitoefening van de feitelijke macht
- VerbintenissenrechtGoederen- en verbintenissenrecht. Onjuist en/of onbegrijpelijk oordeel dat vordering ter vergoeding van…
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1319
3:109 BW e.v., en overigens op grond van uiterlijke feiten (art. 3:108 BW). Weliswaar heeft het hof in rov. 3.28., zoals ik hiervoor in randnummer 3.6 aangaf, in het midden
- BelastingrechtGrondwaterbelasting; art. 3, lid 1, letter c, en art. 8, lid 1, letter a, Wbm; art. 1 van de Grondwaterwet…
Parket bij de Hoge Raad|12 augustus 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP6607
uitoefenen van feitelijke macht over de pompinstallatie - moet worden beoordeeld naar verkeersopvatting (vgl. artikel 3:108 BW)." Uit welke onderdelen de 'pompinstallatie' uit dit arrest bestond, of de pompen gekoppeld waren
- Civiel recht overigProcesrecht. Goederenrecht. Geschil over erfgrens. Comparitie na aanbrengen in hoger beroep…
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1267
feitelijke macht over een goed met de pretentie rechthebbende te zijn. Artikel 3:108 BW bepaalt dat de vraag of iemand een goed voor zichzelf houdt, wordt beoordeeld naar verkeersopvattingen, met inachtneming
- Civiel recht overigBurenrecht. Geschil over de erfgrens. Scheidingsmuur. Wettelijk vermoeden dat het midden van de afscheiding…
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1151
BW). De vraag of iemand bezitter is, moet worden beantwoord naar de verkeersopvattingen (art. 3:108 BW), met inachtneming van de wettelijke regels en voor het overige op grond van de uiterlijke
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.