71 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:876Aangehaald in 11 uitspraken
verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW) dan wel bevrijdende verjaring (art. 3:105 jo. 3:306 BW). Het hof heeft geoordeeld dat het noordelijk gedeelte van de strook door bevrijdende verjaring … uitgangspunt dat uitsluitend het beroep van [eisers] . op bevrijdende verjaring (art. 3:105 jo. 3:306 BW) – en dus niet hun beroep op verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW) – ter beoordeling voorligt
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY6754
meer de vraag of [eiseres] op grond van extinctieve verjaring (art. 3:105 jo 3:306 BW) eigenaresse is geworden van een strook grond die feitelijk bij de door haar gehuurde tuin … strook grond aldus op de voet van art. 3:105 jo. 3:306 BW in eigendom heeft verkregen. 1.3 De Gemeente heeft de vordering bestreden. Voorts heeft de Gemeente in reconventie gevorderd
- Civiel recht overigCaribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM)…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:380Aangehaald in 5 uitspraken
strook heeft verkregen door verjaring op de voet van art. 3:105 jo 3:306 BW. Alvorens in te gaan op de klachten, schets ik eerst het juridisch kader. 2.2 De relevante … daarna op die naar Caribisch recht. Verjaring naar Nederlands recht (art. 3:105 i.v.m. 3:306 BW) 2.3 Art. 3:105 lid 1 BW verheft tot rechthebbende degene die een goed bezit
- Civiel recht overigEigendom; inbezitneming; verkrijgende verjaring. Art. 3:105, 107, 108, 112, 113, 306 BW. Geval waarin koper…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ5989
Hoogheemraadschap, op de voet van art. 3:105 lid 1 BW juncto art. 3:306 BW door extinctieve verjaring eigenaar is geworden van het stuk grond dat door zijn rechtsvoorganger meer … voltooid, het goed verkrijgt, ook al was hij niet te goeder trouw. (Ingevolge art. 3:306 BW geldt een termijn van twintig jaar voor de verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging
- GoederenrechtVermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en…
Parket bij de Hoge Raad|13 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:255
gedrag op enig moment vóór 2007 verandering kwam, zodat de twintigjaarstermijn van art. 3:306 BW op het moment van betekening van de inleidende dagvaarding nog niet was verlopen. Het hof heeft
- Civiel recht overigVermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft…
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:139
Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en billijkheid? Toepassing verlengingsregel voor echtgenoten en geregistreerde partners (art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a…
- Civiel recht overigMerkenrecht; vervolg op HR 5 april 2002, nr. C00/197, NJ 2003, 356 en HR 15 april 2005, nr. C03/230, NJ 2006…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH1544
deze periode het recht om de dwangsommen te vorderen verloren gaat. Uit art. 3:306 BW volgt dat in ons recht de zwakke werking (het recht tot vorderen vervalt) van de verjaring
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van…
Parket bij de Hoge Raad|6 april 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU3784
toepassing is. Indien dat niet zo zou zijn, zou de restbepaling van artikel 3:306 BW, dat een aanzienlijk langere verjaringstermijn kent (van twintig jaar), van toepassing zijn, hetgeen niet … uitgegaan, daarbij overwegende dat indien dat niet zo zou zijn, de restbepaling van art. 3:306 BW met zijn aanzienlijk langere verjaringstermijn (van twintig jaar) van toepassing zou zijn, hetgeen niet
- Civiel recht overigGoederenrecht, verbintenissenrecht. Economische eigendom. Gestelde afspraak tot wijziging tenaamstelling c.q…
Parket bij de Hoge Raad|22 juni 2018|ECLI:NL:PHR:2018:705
bezit heeft gehad, sprake is van eigendomsverkrijging op grond van art. 3:105 jo 3:306 BW (rov. 3.9) en de primaire vordering toewijsbaar is (rov. 3.10). De rechtbank heeft … bezit en tot revindicatie van de grond met woning op grond van art. 3:306 BW is verjaard en dat [eiser] in aansluiting op deze bevrijdende verjaring op grond van art. 3
- BelastingrechtLegitieme portie onder het oude erfrecht. Overgangsrecht erfrecht. Goederenrechtelijke aanspraak of…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2025|ECLI:NL:PHR:2025:785
Legitieme portie onder het oude erfrecht. Overgangsrecht erfrecht. Goederenrechtelijke aanspraak of vorderingsrecht? Verjaring? Bepaling belastbare verkrijging door belanghebbende bij overlijden van zijn langstlevende ouder, terwijl de nalatenschap van de kortstlevende ouder onverdeeld is gebleven en hij legitimaris…
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Goederenrecht. Beroep op verkrijgende verjaring ten aanzien van een stuk grond; art. 3:105 BW…
Parket bij de Hoge Raad|13 juli 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW6744
rechtbank, onder verwijzing naar art. 3:105 lid 1 jo 3:314 en 3:306 BW, voorop gesteld dat van verkrijgende verjaring ten gunste van [eiser] c.s. sprake is indien
- Civiel recht overigAansprakelijkheidsrecht. Verzekeringsrecht. Regresvordering tussen verzekeraars ex art. 7:961 BW. Aanvang…
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:18
Aansprakelijkheidsrecht. Verzekeringsrecht. Regresvordering tussen verzekeraars ex art. 7:961 BW. Aanvang verjaringstermijn
- Civiel recht overigGoederenrecht. Merkenrecht. Verkrijging van merkenrechten te goeder trouw van beschikkingsonbevoegde…
Parket bij de Hoge Raad|20 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1983
Goederenrecht. Merkenrecht. Verkrijging van merkenrechten te goeder trouw van beschikkingsonbevoegde rechtsopvolger geprivatiseerde Russische staatsonderneming? Inroeping nietigheid merkendepot (art. 14.B BMW). Depot te kwader trouw (art. 14bis BMW)? Valt gedogen aan te merken als verlenen van toestemming die kwade…
- Civiel recht overigArubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2021|ECLI:NL:PHR:2021:980Aangehaald in 9 uitspraken
daarna op die naar Caribisch recht. Verjaring naar Nederlands recht (art. 3:105 jo 3:306 BW) 3.3 Art. 3:105 lid 1 BW verheft tot rechthebbende degene die een goed bezit … 3:105 BW bedoelde verjaringstermijn bedraagt in beginsel twintig jaar (art. 3:306 BW). Zij begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de onmiddellijke opheffing
- Civiel recht overigGoederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge…
Parket bij de Hoge Raad|17 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:532
eigendom daarvan hebben verkregen op de voet van art. 3:105 jo. art. 3:306 BW. 1.3 De Gemeente heeft de vorderingen gemotiveerd bestreden en op haar beurt in reconventie gevorderd … 3:105 BW bedoelde verjaringstermijn bedraagt in beginsel twintig jaar (art. 3:306 BW). De termijn van verjaring van een rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende begint
- Civiel recht overigEigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:617Aangehaald in 8 uitspraken
eisers] door verjaring op de voet van art. 3:105 lid 1 jo. 3:306 BW in 2012 eigenaar van de Strook was geworden, nu zonder nader onderzoek, waarvoor in kort geding … eisers] door bevrijdende verjaring op de voet van art. 3:105 lid 1 jo. 3:306 BW na twintig jaar (in 2012) eigenaar van de Strook is geworden: “ eigendom door bevrijdende verjaring
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Verdeling algehele gemeenschap van goederen. Verdeling van een gemeenschapsgoed…
Parket bij de Hoge Raad|23 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:61
verjaring van de vordering tot verrekening van de pensioenrechten beroepen. Rechtsvorderingen verjaren ingevolge art. 3:306 BW na twintig jaren. Volgens hem is deze termijn aangevangen op 25 maart 1991, de datum … verdeling niet aan verjaring onderhevig is. Volgens haar geldt de verjaringstermijn van art. 3:306 BW slechts ten aanzien van goederen die in de zin van art. 3:179 lid 2 BW
- Civiel recht overigVerkrijging van een strook grond door verjaring (art. 3:99 en 3:105 BW); inbezitneming; maatstaf…
Parket bij de Hoge Raad|10 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:295
rechtsvoorgangers op de voet van art. 3:99 BW of art. 3:105 jo. 3:306 BW) meebrengt dat als eis geldt een ‘ onafgebroken bezit door de rechtsvoorgangers van [eisers] .’. Een beroep … BW) of twintig jaar (bevrijdende verjaring, art. 3:105 BW in samenhang met art. 3:306 BW) zijn verstreken vóór de door het hof vastgestelde stuitingshandeling – zie de in cassatie niet bestreden
- Civiel recht overigVermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater; bezit…
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2025|ECLI:NL:PHR:2025:644
rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit. De verjaringstermijn bedraagt op grond van art. 3:306 BW twintig jaar. Ingevolge art. 3:314 lid 2 BW begint de verjaringstermijn met de aanvang
- Civiel recht overigVerjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm…
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1715
worden gezien, de wet niet voorziet in een specifieke, van de hoofdregel van art. 3:306 BW afwijkende verjaringstermijn voor grossen. Het hof had dit, al dan niet de rechtsgronden ambtshalve aanvullend … zodat moet worden aangesloten bij de verjaring van rechtsvorderingen . Daarbij wordt in de art. 3:306 BW e.v. de verjaring verbonden aan de materiële strekking van elke rechtsvordering . Niet de vorm maar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.