59 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- OndernemingsrechtVerbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:391
volgende verweren gevoerd: - Primair: de vordering van Rabobank op [C] Holding is ingevolge art. 3:307 BW op 26 november 2013 verjaard, zodat de borgtocht op grond van art. 7:853 BW
- Burgerlijk procesrechtVerjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1296
Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de restschuld als een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW? Is art. 3:323 lid 3 BW van toepassing op…
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:359
bijzonder om het moment van opeisbaarheid van de vordering: “5.2. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting door verloop van vijf jaar
- Civiel recht overigGeschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van…
Parket bij de Hoge Raad|20 januari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU7502
verbintenissen tot nakoming na onbepaalde tijd als bedoeld in het tweede lid van artikel 3:307 BW" (rov. 3.8). 2.6.3 Toegespitst op de vraag die in cassatie aan de orde is, oordeelt … nakoming na onbepaalde tijd in de zin van het tweede lid van artikel 3:307 BW. Het hof neemt echter in aanmerking dat [eiseres] de beide bedragen aan Kobra en niet
- Civiel recht overigAt. 81 lid 1 RO. Inmiddels overleden broer heeft woning gekocht ter bewoning door zus, deels met geld van…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:238
bevat twee klachten. 2.4. Volgens subonderdeel 1.1 heeft het hof miskend dat in art. 3:307 BW is bepaald dat de verjaringstermijn van een schuld waaromtrent geen afspraken voor terugbetaling zijn gemaakt … gaat lopen zodra terugbetaling wordt verzocht (lid 2). Deze klacht treft geen doel. Art. 3:307 BW heeft betrekking op de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis. Dat geldt
- Civiel recht overigVermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft…
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:139
Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en billijkheid? Toepassing verlengingsregel voor echtgenoten en geregistreerde partners (art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a…
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Brandverzekering. Is vordering tegen verzekeraar verjaard? Art. 7:942 (oud) BW; aanvang…
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2222
afgeweken van het in de algemene verjaringsregeling van boek 3 titel 11 opgenomen artikel 3:307 BW, waarin een verjaringstermijn van vijf jaar is bepaald. Ook de aanvang van het tijdstip voor … verjaring wijkt af van artikel 3:307 BW. Hierin is immers bepaald dat de verjaring aanvangt na aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. In afwijking
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9119
appel nog beroepen op verjaring van de vordering van [eiseres] op grond van art. 3:307 BW, voor zover deze de periode vóór 4 november 1992 betreft. [Eiseres] heeft bij conclusie … voor het geval de rechtbank niet art. 3:310 BW doch art. 3:307 BW van toepassing acht, heeft gevorderd voor recht te verklaren dat [verweerster] is gehouden een schadevergoeding te betalen
- Civiel recht overigProcesrecht, geslaagd beroep op bevrijdende verjaring tegen bij wege van eisvermeerdering op nieuwe…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA7021
worden uitgegaan van het tijdstip van de eisvermeerdering, derhalve 26 januari 2005. Ingevolge art. 3:307 BW verjaart een vordering uit nakoming na vijf jaren, volgend na die waarop de vordering opeisbaar … dagvaarding van 27 februari 1991 op dat moment opeisbaar, zodat de termijn van artikel 3:307 BW op 26 januari 2005 ruim was verstreken. [Eiser] heeft aangevoerd dat [verweerster] hem deze termijn
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3816
Kantonrechter incidenteel geappelleerd. Zij heeft met betrekking tot haar primaire vordering betoogd dat art. 3:307 BW toepassing mist omdat krachtens art. 73 Overgangswet nog tot 1 januari 1993 de naar … huidige recht uit op een termijn van vijf jaar op grond van art. 3:307 BW. Zie over de verjaringskwestie en de lagere rechtspraak onder meer: H.P. Breuker, Tijdschrift voor Pensioenvraagstuk
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6085
vordering van ING in hoofdsom toegewezen. Zij overwoog daartoe, kort gezegd, dat ingevolge art. 3:307 BW en art. 73 Ow II de onder het oude recht begonnen verjaringstermijn van 20 jaar
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6624
aangevoerd dat de vorderingen inmiddels zijn verjaard. Zij heeft zich daarbij beroepen op art. 3:307 BW juncto art. 73 Overgangswet voorzover de litigieuze vordering strekt tot nakoming en op art. 3
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5650
genoten roostervrije dagen. Het middel betoogt dat de rechtbank de algemene regel van art. 3:307 BW had dienen toe te passen. De klacht is terecht voorgesteld. In het genoemde arrest
- Civiel recht overigBeëindiging affectieve relatie zonder samenlevingscontract. Draagplicht vrouw met betrekking tot…
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV9539
helft van de door hem betaalde hypotheekrente en premies is gezien artikel 3:307 BW, waarop de vrouw zich heeft beroepen, verjaard voor betalingen gelegen vóór 31 augustus
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Beëindiging zakelijke samenwerking. Geldvordering. Beroep op bevrijdende verjaring; art. 3:307…
Parket bij de Hoge Raad|27 januari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU5623
Volgens dat middelonderdeel is niet het eerste, maar het tweede lid van art. 3:307 BW van toepassing: het hof heeft ten onrechte anders overwogen en beslist
- Civiel recht overigVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1188
inderdaad wat anders, onder meer voor rechtsvorderingen tot nakoming van verbintenissen uit overeenkomst (art. 3:307 BW), voor rechtsvorderingen tot betaling van periodieke vorderingen (art. 3:308 BW), voor rechtsvorderingen uit onverschuldigde
- Civiel recht overig4 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/257HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR7921
november 1991 het transport uiterlijk op 15 december 1991 had moeten plaatsvinden. Volgens artikel 3:307 BW, eerste lid, verjaart deze rechtsvordering door verloop van vijf jaren na de aanvang
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Klachten over uitleg grieven tegen verjaringsoordeel.
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2016|ECLI:NL:PHR:2016:169
toezegging, grondslag (a), die beoordeeld moet worden aan de hand van art. 3:307 BW. Dit laatste is voor het hof kennelijk aanleiding geweest om aan te nemen dat grondslag
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Vervolg van HR 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0010, NJ 2011/258. Wet…
Parket bij de Hoge Raad|17 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:533
verbintenis tot een geven of een doen als bedoeld in de verjaringsregel van art. 3:307 BW. Hiertegen kwam BPF in cassatie op met het betoog dat het verwerven of opbouwen
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Verjaring rechtsvordering onregelmatige opzegging en kennelijk onredelijk ontslag; art. 7:683…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:775
zodat deze vorderingen niet reeds na verloop van zes maanden verjaren doch krachtens artikel 3:307 BW na verloop van vijf jaren. Kennelijk heeft de kantonrechter zich in zijn oordeel beperkt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.