802 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Olieverontreiniging in Rotterdamse haven door ms ‘Bow Jubail’. Beperking…
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:678
Procesrecht. Olieverontreiniging in Rotterdamse haven door ms ‘Bow Jubail’. Beperking redersaansprakelijkheid. Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (Trb. 1973, 101, nadien aangepast); art. 3 lid 2 Wet schadefonds olietankschepen;…
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Verlenging ondertoezichtstelling; art. 1:254, 256 BW.
Parket bij de Hoge Raad|23 december 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BU1265
varianten materie op, die volstrekt feitelijke vaststellingen en wegingen nodig maakt. Blijkens art. 419 lid 3 Rv. staat het de Hoge Raad niet vrij de oordelen van de rechters in feitelijke aanleg
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9560
partij in een geding betrokken, zich moeten laten vertegenwoordigen, ook in cassatie (art. 407 lid 3 Rv).(7) Nu de cassatiemiddelen niet zijn ingediend door een door de verdachte gevolmachtigd advocaat
- Civiel recht overigWet inrichting landelijk gebied (Wilg). Herverkaveling. Intensiteit van de door de rechter aan te leggen…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:794
Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Herverkaveling. Intensiteit van de door de rechter aan te leggen toets met betrekking tot de toedeling van kavels volgens het ruilplan. Rangorde van art. 15 lid 2 Bilg.
- Civiel recht overigOndernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2016|ECLI:NL:PHR:2016:857
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/00551.
- Civiel recht overigContractenrecht, procesrecht. Ontbinding koopovereenkomst schip; ongedaanmaking wederzijdse prestaties…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 2016|ECLI:NL:PHR:2016:72
zijn conclusie van dupliek genoemde omstandigheid dat er ingevolge het bepaalde in art. 32 lid 3 Rv geen voorziening open staat van de weigering (in dit geval
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Hoofdverblijfplaats minderjarige. Verzoek vervangende toestemming…
Parket bij de Hoge Raad|26 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1046
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Hoofdverblijfplaats minderjarige. Verzoek vervangende toestemming internationale verhuizing.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vaststelling kinder- en partneralimentatie na echtscheiding; draagkracht.
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY4208
vrouw]) aannemelijk heeft geacht. De klachten stuiten daarom af op het in art. 419 lid 3 Rv. jo. 429 lid 2 Rv. tot de Hoge Raad gericht gebod, feitelijke oordelen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5960
gedaan op een beschermingsconstructie, zoals bijvoorbeeld 453a lid 2 Rv. (roerende zaken), art. 505 lid 3 Rv. (onroerende zaken) in verbinding met art. 3:24 BW en art. 3:45 BW16
- Civiel recht overigPlaatsing minderjarige in een justitiële jeugdinrichting. Niet-ontvankelijkheid wegens verstrijken…
Parket bij de Hoge Raad|13 juni 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD0662
procedure 247965/J2 RK 05-1036. 3 Art. 800 lid 3 en art. 809 lid 3 Rv. 4 Art. 14 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. 5 De advocaat van de moeder heeft op 7 maart
- Burgerlijk procesrechtArbitragerecht. Arbeidsrecht. Is de aard van de rechtsbetrekking (wel of geen arbeidsovereenkomst) relevant…
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1208
Hiermee is arbitrage over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op zichzelf toegelaten (art. 1020 lid 3 Rv). In hetzelfde arrest werd overwogen dat noch uit de wettekst noch uit de parlementaire geschiedenis
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Onderbewindstelling; afwijzing verzoek tot opheffing van het bewind en benoeming…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM5960
Hoge Raad van de dochter met bijlage. Deze brief geldt o.g.v. art. 426b lid 3 Rv. niet als een verweerschrift, omdat het niet binnen de termijn én niet door een advocaat
- Civiel recht overigReële executie. Levering van onroerend goed
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 1987|ECLI:NL:PHR:1987:AG5570
vonnis betekend moet worden zal ook voor het huidige recht uit art. 430 lid 3 Rv. mogen worden afgeleid. Het voorschrift dat een termijn van veertien dagen moet worden in acht genomen
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Verzet tegen griffierecht; art. 29 lid 1 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Vordering van…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1021
mondelinge uitspraak van 27 september 2018 van de rechtbank Amsterdam (zie art. 30p lid 3 Rv) blijkt dat de vordering in conventie is toegewezen en dat de vordering in reconventie is afgewezen
- Burgerlijk procesrechtIncident tot zekerheidsstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Voor zekerheidsstelling geldende eisen (art…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:151
moeten vaststellen waarvoor zekerheid moet worden gesteld. Op grond van art. 616 lid 3 Rv zal de rechter daarnaast ook een termijn moeten bepalen waarbinnen – op straffe van verval van bevoegdheid – zekerheid
- Civiel recht overig19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/017HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL8610
daaraan haar medewerking te verlenen (art. 205 lid 1 Rv. jo. art. 198 lid 3 Rv.(7)). De partij die, in weerwil van het feit dat die dat als (zeer) belastend ervaart
- Civiel recht overig11 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/033HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR6809
bepaalt dan ook in het tweede lid, evenals art. 214 lid 3 Rv. oud, dat de rechter tijdens een reeds aanhangig geding op verzoek van een partij een voorlopig getuigenverhoor kan bevelen
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen van moord te Hippolytushoef en medeplegen van verbergen lijk. Middelen namens…
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 2021|ECLI:NL:PHR:2021:252
Conclusie AG. Medeplegen van moord te Hippolytushoef en medeplegen van verbergen lijk. Middelen namens verdachte m.b.t. 1. inzendtermijn, 2. strafoplegging (wekt in h.b. opgelegde straf de verbazing), 3. omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr en 4. alternatief…
- Civiel recht overigRechtspersonenrecht. Nietigheid besluit en daarop gebaseerde vervolgbesluiten van algemene ledenvergadering…
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BK0156
klacht kan niet tot cassatie leiden. In de eerste plaats is ex art. 419 lid 3 Rv de Hoge Raad bij de beoordeling in cassatie gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9439
herstel door de rechter worden bevolen met overeenkomstige toepassing van art. 93 lid 3 Rv., maar appellant kan ook zelf de fout herstellen door middel van een herstelexploit. De vraag rijst
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.