204 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtArt. 3.26 Wet IB 2001. Gevolgen eigen bijdrage in na-indexatielasten pensioen. Analoge toepassing HR BNB…
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2729
Hoge Raad heeft in dit arrest onder meer overwogen: “3.4.1 Artikel 3.26, lid 1, Wet IB 2001 bepaalt dat bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst kosten en lasten … beginsel ook indien deze verplichting bij een derde is ondergebracht. Artikel 3.26, lid 1, Wet IB 2001 blijft daarom ook na overname van een pensioenverplichting door een derde - tegen een vergoeding
- BelastingrechtVennootschapsbelasting. Art. 9, lid 1, letter i, Wet Vpb 1969 (oud). Is belanghebbende, een woningcorporatie…
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BQ0525
belanghebbende, een woningcorporatie, een ANBI (art. 16 Wet Vpb juncto art. 6.33, lid 1, Wet IB 2001)? Is voldaan aan de (overige) voorwaarden van art. 9, lid 1, letter i, Wet
- BelastingrechtVoorlopige teruggaaf, inhouding loonbelasting naar anoniementarief.
Parket bij de Hoge Raad|13 augustus 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AQ0481
grond hiervan zou men reeds tot de conclusie kunnen komen dat artikel 9.3, lid 1 Wet IB 2001 geen mogelijkheid biedt om met de post rekening te houden. De Inspecteur (in zijn … grond van het anoniementarief niet als bestanddeel is genoemd in artikel 9.3, lid 1, Wet IB 2001: aangezien hij reeds voor een voorlopige teruggaaf in aanmerking komt voor andere bestanddelen
- BelastingrechtBelanghebbende heeft aan de bank de bloot eigendom (volle eigendom minus erfpachtrecht en opstalrecht)…
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2014|ECLI:NL:PHR:2014:484
economisch resultaat, maar ook in strijd is met de strekking van art. 3.120, lid 1 Wet IB 2001. De door belanghebbende en de bank gesloten basisovereenkomst is volgens het Hof qua economisch
- BelastingrechtBelanghebbende heeft aan de bank de bloot eigendom (volle eigendom minus erfpachtrecht en opstalrecht)…
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2014|ECLI:NL:PHR:2014:483
economisch resultaat, maar ook in strijd is met de strekking van art. 3.120, lid 1 Wet IB 2001. De door belanghebbende en de bank gesloten basisovereenkomst is volgens het Hof qua economisch
- BelastingrechtPrejudiciële vraag over de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting voor een buitenlandse…
Parket bij de Hoge Raad|19 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:79
inkomen dat valt in de eerste schijf van art. 2.10(1) en 2.10a(1) Wet IB 2001. Zowel op de belasting als op de premies worden de heffingskortingen in mindering gebracht
- BelastingrechtArt. 3.111, lid 1, Wet IB 2001. Is zeewaardig jacht een duurzaam aan een plaats gebonden woonschip?
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO8467
1, Wet IB 2001. Is zeewaardig jacht een duurzaam aan een plaats gebonden woonschip? Nr. 10/01597 Hofnr. 09/00305 Rechtbanknr. AWB 07/09659 Mr. Niessen Derde Kamer B IB/PVV 2003 Conclusie inzake: Minister
- BelastingrechtWnd. A-G Hammerstein heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 14/01504 naar aanleiding van het beroep in…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2461
berekening van het in aanmerking te nemen rendement, met inachtneming van art. 5.19, lid 1,Wet IB 2001, uit te gaan van de waarde in het economische verkeer van de bovenwoning
- BelastingrechtBelanghebbende was in het jaar 2011 werkzaam voor een BV. Hij verrichtte daar (licht) administratief werk en…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:646
Belanghebbende was in het jaar 2011 werkzaam voor een BV. Hij verrichtte daar (licht) administratief werk en gaf cursussen voor het bedienen van machines. Belanghebbende volgde eveneens in het jaar 2011 een aantal postacademische juridische cursussen. In zijn aangifte IB/PVV 2011 heeft hij de kosten van deze cursussen…
- BelastingrechtArt. 3.146, lid 1, Wet IB 2001. Moment van inbaarheid van ontslaguitkering. Keuzerecht werknemer.
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ2930
1, Wet IB 2001. Moment van inbaarheid van ontslaguitkering. Keuzerecht werknemer. Nr. 10/02319 Nr. Gerechtshof: 09/00311 Nr. Rechtbank: 07/9478 Derde Kamer B Inkomstenbelasting 1 januari 2004- 31 december 2004 PROCUREUR-GENERAAL
- BelastingrechtArt. 9.1 Wet IB 2001. Art. 16 AWR. Kan navorderingsaanslag worden verminderd als minder premie is…
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2025|ECLI:NL:PHR:2025:651
Art. 9.1 Wet IB 2001. Art. 16 AWR. Kan navorderingsaanslag worden verminderd
- BelastingrechtArtikelen 2.5, 3.6 en 3.76 Wet IB 2001; artikel 43 EG/ 49 VWEU. Vervolgprocedure na arrest van HvJ EU waarin…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BN0666
bedrijf (afgerond € 77.300). 2.3. De belanghebbende heeft voor 2001 niet ex art. 2.5(1) Wet IB 2001 gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Hij meent dat de vrijheid van vestiging
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of de inkomsten uit verhuur van een deel van de eigen…
Parket bij de Hoge Raad|1 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:438
tuinhuis kwalificeert als ‘aanhorigheid’ in de zin van artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001. Het tuinhuis wordt sinds 2015 via het onlineplatform Airbnb verhuurd aan toeristen. In 2015 is het tuinhuis … tuinhuis moet worden aangemerkt als een aanhorigheid in de zin van artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001. 3.7 Vooropgesteld zij dat de toets of een object kwalificeert als een ‘aanhorigheid’, vooral
- BelastingrechtGemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 7 juli 2023 inzake: 22/01503, 22/01504, 22/01507…
Parket bij de Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:PHR:2023:699Aangehaald in 8 uitspraken
Wet LB). Eindheffingsloon is daarnaast vrijgesteld voor de inkomstenbelasting (zie art. 3.84(1) Wet IB 2001) en de bij wijze van eindheffing geheven loonbelasting kan niet als voorheffing worden verrekend
- BelastingrechtToepassing art. 15e (vanaf 2007: 12a) Wet Vpb: verval van een herinvesteringreserve (HIR) bij wijziging van…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:607
herinvesteren in de zin van art. 3.54 Wet IB 2001 Regelgeschiedenis 4.1 Art. 3.54(1) Wet IB 2001 luidt als volgt: "Indien bij vervreemding van een bedrijfsmiddel de opbrengst de boekwaarde … daar in beginsel al recht op bestaat zodra verplichtingen zijn aangegaan." 4.6 Art. 3.43(1) Wet IB 2001, waarop het Hof zich baseerde voor het tijdstip van herinvestering
- BelastingrechtAftrek scholingsuitgaven; Is gestort collegegeld een depotstorting?; Besluit proceskosten bestuursrecht; Is…
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2024|ECLI:NL:PHR:2024:235Aangehaald in 28 uitspraken
aftrek van scholingsuitgaven. 2.6 De Rechtbank heeft overwogen dat op grond van art. 2.1(1) Wet IB 2001 belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting: de natuurlijke personen die in Nederland wonen (binnenlandse belastingplichtigen … grond van art. 6.1(1) en (2)(f) in samenhang met art. 6.27(1) Wet IB 2001 (tekst 2018) zijn de op de belastingplichtige drukkende uitgaven voor het volgen van een opleiding
- BelastingrechtArtikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR…
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BJ5179
belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting, onder verwijzing naar de artikelen 2.1 en 2.5, lid 1, Wet IB 2001. Het feit dat haar echtgenoot wel belastingplichtig is in Nederland doet daar niet … worden geconverteerd in een dergelijke beschikking. 3. De algemene heffingskorting 3.1 Artikel 8.10, lid 1, Wet IB 2001 (tekst 2002) luidt: 1. De algemene heffingskorting geldt voor iedere belastingplichtige. 2. De algemene
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, genietingstijdstip, verlengde navorderingstermijn, nieuw feit
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:124
dooruitgedeeld’? Ik meen dat dit latere moment bepalend is voor het in art. 4.43(1) Wet IB 2001 bedoelde genietingstijdstip (?4.18-?4.33). Deze vraag speelt ook bij certificering van aandelen … worden genomen. Dit betoog is door het Hof verworpen. Op grond van art. 4.43(1) Wet IB 2001 wordt een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang genoten op het tijdstip waarop
- BelastingrechtArt. 2.14, 5.3, 6.2 en 6.38 Wet IB 2001. Verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen (giften) vormt…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD9217
beginsel buiten beschouwing gelaten. (8) 3.9 Over het begrip "voordeel" in artikel 2.14, lid 1, Wet IB 2001, is voorts opgemerkt: Ingevolge de rangorderegeling van artikel 2.4.1, eerste lid, van het wetsvoorstel … geciteerd onder 3.9) zo worden uitgelegd dat het woord "voordeel" in artikel 2.14, lid 1, Wet IB 2001 wordt uitgelegd als "bestanddeel van het inkomen" (zie de tussenzin: "daarmee worden zowel positieve
- BelastingrechtVolgorde toepassing heffingskorting en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte…
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1097
Volgorde toepassing heffingskorting en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskorting; is dit in strijd met art. 63 VWEU, art. 1 EP en/of art. 14 EVRM? Deze zaak gaat over een inwoner van Nederland wiens inkomen zo laag is dat hij daarover nauwelijks inkomstenbelasting…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.