110 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD2684
curator de bevoegdheid acties tegen de bestuurders in te stellen op grond van art. 2:248 BW of art. 42 Fw. Wanneer de curator nalatig is, kan de individuele crediteur zich … systeem van de Faillissementswet wordt ontleend berust op de art 2:138 en 2:248 BW. Ingevolge die bepalingen kan de curator onder bepaalde omstandigheden bestuurders en andere beleidsbepalers die zich
- OndernemingsrechtProcesrecht. Ondernemingsrecht. Vordering curator aan te merken als Peeters/Gatzen-vordering?…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1076
Drent Holding op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De curator baseerde zijn vorderingen primair op art. 2:248 BW, subsidiair op art. 2:9 BW, en meer subsidiair op art. 6:162 BW … belangrijke oorzaak van het faillissement is als bedoeld in artikel 2:248 BW, en [eiser] en [de medebestuurder] hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd
- InsolventierechtArt. 81 RO. Faillissement. Aansprakelijkheid feitelijk beleidsbepaler; art. 2:248 lid 7 BW.
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8104Aangehaald in 5 uitspraken
bestuurstaak waarnam, worden beschouwd. Als zodanig is zij volgens de curator krachtens art. 2:248 BW aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. 2.3 Atlanco Rimec Group heeft zich tegen de vordering … feitelijke terzijdestelling, is het hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. 3.2 Volgens art. 2:248 BW is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort indien het bestuur zijn taak
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden…
Parket bij de Hoge Raad|19 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1184
jegens de boedel van [A] hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van de artikelen 2:248 BW en/of 6:162 BW en/of 2:9 BW, alsmede dat zij uit dien hoofde jegens … bestuurder/feitelijk bestuurder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeldeficit op grond van de artikelen 2:248 BW en/of 2:9 BW en/of 6:162 BW. 2.3. Ten aanzien van de vorderingen tegen [eiser
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2021
schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de "derde misbruikwet" (voor b.v.'s: art. 2:248 BW), met als inzet de vraag wanneer kan worden gesproken van kennelijk onbehoorlijk bestuur … heeft geformuleerd. Deze maatstaf houdt in: "dat de bepaling van art. 2:248 BW niet ziet op aansprakelijkheid voor, en dus <<bestraffing>> van, onopzettelijke
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Machtiging als bedoeld in art. 68 lid 2 F. tot aanspannen van procedure door curator…
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC5694
jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk zijn wegens onbehoorlijk bestuur in de zin van art. 2:248 BW doordat zij de boekhoudverplichting van art. 2:10 BW hebben geschonden, diverse jaarrekeningen niet tijdig … curatoren [verzoeker] c.s. aansprakelijk houden wegens onbehoorlijk bestuur als bedoeld in art. 2:248 BW en het kort geding op niets is uitgelopen. Bestuurdersaansprakelijkheid van art. 2:248 BW 2.4 Art. 2
- InsolventierechtFaillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gestelde grondslag van vordering niet behandeld. Beoordeling…
Parket bij de Hoge Raad|13 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:708
recht wordt verklaard dat [verweerders] hoofdelijk aansprakelijk zijn uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW. Daarnaast heeft hij gevorderd dat [verweerders] hoofdelijk veroordeeld worden tot betaling van het faillissementstekort … niet meer als grondslag kan dienen voor de gestelde bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW en art. 6:162 BW. Het onderdeel klaagt dat het hof met dit oordeel miskent
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Vennootschapsrecht; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; niet-nakoming…
Parket bij de Hoge Raad|16 mei 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC8416
faillissementsaanvraag als zodanig niet als oorzaak in de zin van art. 2:248 BW kan worden beschouwd, althans niet voor zover ervan moet worden uitgegaan dat het faillissement terecht is aangevraagd
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden…
Parket bij de Hoge Raad|19 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1428
jegens de boedel van [A] hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van de artikelen 2:248 BW en/of 6:162 BW en/of 2:9 BW, alsmede dat zij uit dien hoofde jegens … bestuurder/feitelijk bestuurder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeldeficit op grond van de artikelen 2:248 BW en/of 2:9 BW en/of 6:162 BW. 2.3. Ten aanzien van de vorderingen tegen [betrokkene
- Insolventierecht28 april 2000 Eerste Kamer Nr. C99/087HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [curator], in zijn…
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5658
Domp bepaalden, zich schuldig hebben gemaakt aan onbehoorlijk bestuur en uit hoofde van art. 2:248 BW verplicht zijn het tekort aan te vullen. Voor zover uitsluitend [oud-werknemer] aansprakelijk zou zijn … betrokkenheid (rov. 2.7 Rb). De vordering van de curator, voor zover gebaseerd op art. 2:248 BW heeft de rechtbank afgewezen, omdat Montedison slechts had gehandeld als aandeelhouder en schuldeiser en geen
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Opheffing wegens gebrek aan baten (art. 16 Fw). Vraag of nog bate aanwezig is…
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:103
Faillissementsrecht. Opheffing wegens gebrek aan baten (art. 16 Fw). Vraag of nog bate aanwezig is. Mogelijkheid om beroep te doen op Garantstellingsregeling curatoren 2012.
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Faillissementspauliana ex art. 42 F.; overdraagbaarheid op voet van art. 3:83 lid 1 BW…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BF3917
Faillissementsrecht. Faillissementspauliana ex art. 42 F.; overdraagbaarheid op voet van art. 3:83 lid 1 BW van (handels)vordering die tot het vermogen van de gefailleerde behoort als gevolg van de terugwerkende kracht van buitengerechtelijke vernietiging van de paulianeuze rechtshandeling (contractsoverneming);…
- InsolventierechtOnrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsrecht. Selectieve betaling in zicht van…
Parket bij de Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:798
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsrecht. Selectieve betaling in zicht van faillissement. Maatstaf voor aansprakelijkheid bestuurder.
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9282
volgens de curator schuldig gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van art. 2:248 BW. Dit kennelijk onbehoorlijk bestuur is een belangrijke oorzaak geweest van het faillissement van Trading … boekhoudplicht van het bestuur als bedoeld in artikel 2:10 BW brengt ingevolge artikel 2:248 BW mee dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en zulks vermoed wordt een belangrijke
- Insolventierecht5 maart 2004 Eerste Kamer Nr. R03/115HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Robert Jan…
Parket bij de Hoge Raad|5 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1338
boedel van de holding, waarvoor [verweerder] als bestuurder van de holding krachtens art. 2:248 BW aansprakelijk is gesteld door de curator in het faillissement van de holding, mr. Van Gelein Vitringa … door [verweerder] van de vordering van mr. Van Gelein Vitringa q.q., gebaseerd op art. 2:248 BW, geen hout snijdt omdat de vordering van mr. Van Gelein Vitringa q.q. (althans voor zover
- Civiel recht overigGeschil tussen radijstelers en bestuurders c.q. feitelijk leidinggevenden van een gefailleerde vennootschap…
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AX8794
zijn geraakt. 1.6 Grief twee is onder verwijzing naar art. 2:10 jo. 2:248 BW gericht tegen ro. 5.1 van het vonnis; daar overweegt de rechtbank dat om een onrechtmatige daad … inhoudende dat een dergelijke vordering wanneer zij zou worden gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW slechts aan de curator in geval van faillissement toekomt ten behoeve van de boedel, deels
- Civiel recht overigBestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van art. 2:394 lid 3 BW voor…
Parket bij de Hoge Raad|17 mei 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ7189
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 2:248, 2:11 BW. Overschrijding van de termijn van
- Insolventierecht6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/278HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1…
Parket bij de Hoge Raad|6 februari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO3045
zijn van een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur in de zin van artikel 2:248 BW, dan is vereist dat geen redelijk denkend bestuur onder dezelfde omstandigheden tot een dergelijke praktijk
- VerbintenissenrechtBeroepsaansprakelijkheid advocaat. Stuiting verjaring 3:317 BW. Betekenis HR 11 januari 2002…
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:119
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Stuiting verjaring 3:317 BW. Betekenis HR 11 januari 2002
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4804
gefailleerd en niet kon worden uitgesloten dat de curatoren op de voet van art. 2:248 BW tot actie zouden overgaan. Verder zou de ontvanger bij hen het vertrouwen hebben gewekt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.