67 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCAR-verzekering. Onderaanneming. Derdenbeding. Vraag of en in welke mate verzekering mede dekking biedt aan…
Parket bij de Hoge Raad|9 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BY3123
derde zijn gericht.(16) Op de derde rust bovendien een onderzoeksplicht (art. 3:11 BW).(17) Anderzijds zal wie ter zake van een rechtshandeling een in behoorlijke vorm opgemaakt bewijssstuk ondertekent, ermee
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6231
geval aanleiding geven aan de be-voegdheid van de schuldenaar te twijfelen (vgl. art. 3:11 BW). Voor de vraag of de retentor redelijkerwijs van de bevoegdheid van de schuldenaar
- Strafrecht overigKlaagschrift ex art. 552a Sv door oorspronkelijke eigenaren van een gestolen boot die daarna is doorverkocht…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:105
niet’ is geschied en (ii) de verkrijger te goeder trouw is (vgl. art. 3:11 BW). Op deze derde-beschermingsregel bestaat ook weer een uitzondering. Het derde lid van art. 3
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek. Goede trouw; art. 288 lid 1 onder b Fw. Grenzen…
Parket bij de Hoge Raad|25 april 2014|ECLI:NL:PHR:2014:523
toekomst gericht” in plaats van uitgaande van het verleden en als bedoeld in art. 3:11 BW en art. 6:2 en 6:248 BW) mist voorts feitelijke grondslag. Hetzelfde heeft
- Civiel recht overigVermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit?…
Parket bij de Hoge Raad|30 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:438
Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3
- InsolventierechtWSNP. Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…
Parket bij de Hoge Raad|21 maart 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC5604
gedragsmaatstaf (zoals in art. 54 Fw.), niet op goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid bedoeld in art. 6:2 en 6:248 BW
- Insolventierecht13 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/061HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|13 februari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1334
deze afwijzingsgrond niet gaat om de goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artt. 6:2 en 248 BW, maar
- InsolventierechtWSNP, definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, goede trouw als bedoeld in art. 288 lid 2 onder…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV6064
gaat het bij deze weigeringsgrond niet om de goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 248 BW
- InsolventierechtWSNP, afwijzing van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van art. 288 lid 2…
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY7460
goeder trouw handelen") en niet om de goede trouw in de zin van art. 3:11 BW of om de redelijkheid en billijkheid als bedoeld
- InsolventierechtWSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA0903
gedragsmaatstaf (zoals in art. 54 Fw), niet op goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid bedoeld in art. 6:2 en 6:248 BW
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3:34 BW. Gerechtvaardigd…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:234
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3
- Civiel recht overigGoederenrecht. Koop tweedehands auto waarop stil pandrecht. Beschikkingsonbevoegdheid. Geslaagd beroep op…
Parket bij de Hoge Raad|21 oktober 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BR3057
beter: is feitelijk onmogelijk). Men bevindt zich dan in de situatie die art. 3:11 BW in de tweede volzin weergeeft. Dat is een situatie die ongetwijfeld een belemmering van het vlotte
- InsolventierechtWSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ6535
gedragsmaatstaf (zoals in art. 54 Fw), niet op goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid bedoeld in art. 6:2 en 6:248 BW
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1538
worden toegepast en meer in het bijzonder in hoeverre de regels van titel 3:11 BW over bevrijdende verjaring zich lenen voor overeenkomstige toepassing. 2.13 Art. 3:326 BW bepaalt: "Buiten
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Onrechtmatige daad. Zekerheidsverlening kort vóór faillissement…
Parket bij de Hoge Raad|24 mei 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA1728
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Onrechtmatige daad. Zekerheidsverlening kort vóór faillissement. Faillissementspauliana; art. 42 Fw. Goede trouw als bedoeld in art. 51 lid 2 Fw.
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek; onvoldoende inzage in schuld belastingdienst; goede…
Parket bij de Hoge Raad|21 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:357
eigen betekenis, niet een zuiver geval van goede trouw bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid uit art. 6:2 en 6:248 BW . De regering is ervan
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE8092
Nr. 37 511 Mr Van Kalmthout Derde Kamer A Navordering inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1993 21 augustus 2002 Conclusie inzake X tegen Staatssecretaris van Financiën 1. Beschrijving van de zaak 1.1. Verzoeker tot cassatie, X (hierna: belanghebbende), heeft een garagebedrijf. In ieder geval t/m 1993 - het…
- Civiel recht overig17 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/023HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR3647
maatstaf 'goede trouw' wordt niet gedoeld op de goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artt. 6:2 en 248 BW, maar
- Strafrecht overigBeklag, beslag ex art. 94 Sv op 4 onder klaagster inbeslaggenomen bouwmachines. Rb. heeft klacht tegen…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1119
vervreemder bevoegd achtte en geen goede reden zag te twijfelen aan diens bevoegdheid. Art. 3:11 BW bepaalt dat goede trouw ook ontbreekt als een persoon feiten of het recht waarop
- Personen- en familierechtHuwelijksversmogensrecht; Procesrecht; Wijziging huwelijkse voorwaarden curandus (tegen diens wil) op verzoek…
Parket bij de Hoge Raad|18 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:157
omstandigheden, een zekere ‘onderzoeksplicht’ hebben. Dit is te zien als een uitwerking van art. 3:11 BW . <div class
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.