98 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtFamilierecht. Klachten in cassatie tegen door het hof vastgestelde omgangsregeling. (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BN7054
kind, tenzij zwaarwegende belangen van het kind zich daartegen verzetten (vgl. artikel 1:377a BW). Het hof heeft in overeenstemming hiermee geoordeeld. Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep
- Civiel recht overigArubaanse zaak. Art. 80a lid 1 RO, niet-ontvankelijkheid. Toestaan omgangsregeling vader met minderjarige…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:34
life’ ziet op het bestaan van het recht van omgang dat voortvloeit uit art. 1:377a BW. Het hof legt in rov. 3.4.1 uit dat niet of onvoldoende is gebleken
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil over omgangsregeling minderjarige kinderen (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BK0158
enige omgangsregeling de kinderen niet treft in de door het derde lid van artikel 1:377a BW beschermde belang (rov. 7). 1.8 De vader is van deze eindbeschikking tijdig in cassatie gekomen
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) over het begrip belanghebbende in art. 798 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:113Aangehaald in 15 uitspraken
Personen- en familierecht. Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) over het begrip belanghebbende in art. 798 lid 1 Rv in een zaak over de beëindiging van gezamenlijk ouderlijk gezag.
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:701
rechter om te bepalen dat de omgang door derden wordt begeleid (art. 1:377a BW). - Het wijzigen van de omgangsregeling , hetgeen voortvloeit uit de bevoegdheid van de rechter om de omgangsregeling vast
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3696
dictum de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen. Aldus heeft het hof art. 1:377a BW op juiste wijze toegepast. 2.3 Onderdeel 2 bevat de volgende klacht. Het in rov. 8.6 weergegeven
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|29 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8191
omgangsrecht geldt. Dit zou kunnen betekenen dat grootouders onder de bepaling van art. 1:377a BW behoren te vallen. Het verschil in diepgang van de band tussen ouders en hun kinderen enerzijds
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil tussen de moeder van een minderjarig kind en zijn biologische vader over vervangende…
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY6202
onjuiste rechtsopvatting. Door de erkenning wordt de man "ouder" in de zin van art. 1:377a BW en kan hem het recht op omgang met het kind, behoudens op de gronden genoemd
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2373
juli 1987, NJ 1988,828, m.nt. EAA. Dit uitgangspunt is ook neergelegd in art. 1:377a BW. 2.2.2 In art. 3 van het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK
- Personen- en familierechtArt. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Vervangende toestemming tot erkenning kind (art. 1:204 lid 3 BW).
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2016|ECLI:NL:PHR:2016:171
bevoegd de uitoefening van het recht op omgang voor enige tijd te ontzeggen (art. 1:377a BW). In de procedure in hoger beroep is de man uitdrukkelijk op het ‘ stepping stone’ -argument
- Personen- en familierechtArt. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Verzoek biologische vader tot vernietiging erkenning kind en tot…
Parket bij de Hoge Raad|27 november 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2343
geen sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in art. 1:377a BW tussen [kind 4] en [verzoeker], aldus de rechtbank. 1.4 Bij verzoekschrift van 8 oktober
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|29 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7284
BW openstond en hij - na erkenning - op de voet van art. 1:377a BW recht op omgang met zijn kind zou hebben gehad. 2.2.2 Ingevolge art. 1:204 lid 3 BW
- Personen- en familierechtFamilierecht. Afwijzing van op art. 1:377a lid 1 BW gebaseerd verzoek om een omgangsregeling van in…
Parket bij de Hoge Raad|11 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM1070
juli 2009 bekrachtigd. Daartoe overweegt het hof, na eerst de inhoud van artikel 1:377a BW te hebben weergegeven, onder meer: 4.2 Wat betreft het verzoek van de vader om een onderzoek
- Personen- en familierechtArt. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag; art. 1:251a, 253n BW.
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8782
heeft, wordt doorbroken. Die ouder heeft immers in beginsel recht op omgang (zie art. 1:377a BW). Het hof moet in de onderhavige zaak over de omgang tussen de vader
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met…
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:162Aangehaald in 7 uitspraken
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie
- Personen- en familierechtArt. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Omgangsregeling geweigerd; art. 1:277a BW.
Parket bij de Hoge Raad|22 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:613
ontzeggingsgrond, althans noemt het middel de door het hof gegeven motivering onbegrijpelijk. 2.2. Art. 1:377a BW bepaalt, onder meer, dat de niet met het gezag belaste ouder recht heeft op omgang
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0809
ouder op. Ouder wordt in dit artikel gebruikt in dezelfde betekenis als in art. 1:377a BW: juridische ouder. Het middel stelt dat het hof de moeder een informatieplicht heeft opgelegd
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Zorgregeling. Art. 1:253a BW. Mocht hof bepalen dat de gezinsvoogd tijdelijk…
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:688
Hoge Raad heeft in een uitspraak van 17 november 2000 reeds bepaald dat art. 1:377a BW er niet aan in de weg staat dat, in het geval de beslissing over
- Personen- en familierechtFamilierecht. Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind…
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL7407
Familierecht. Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezagsregister. Op…
- Personen- en familierechtFamilierecht; geschil tussen voormalige partners over co-ouderschap en verblijfsregeling van kind over wie…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH6530
toelichting zijn in Titel 15 (Omgang en informatie) thans alleen bepalingen opgenomen - waaronder art. 1:377a BW - die van toepassing zijn op de ouder zonder gezag en degene die in een nauwe
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.