Zoekresultaten

Voor “"3 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

519 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Ex art. 126 Sv kan op vordering van de OvJ door de RC een machtiging worden verleend tot het instellen van…

    Parket bij de Hoge Raad16 augustus 2005ECLI:NL:PHR:2005:AT7026

    vereiste verdenking ten aanzien van andere feiten als bedoeld in art. 36e lid 3 Sr onvoldoende heeft geconcretiseerd. 4. De bestreden beschikking houdt onder meer in: "De appèlakte en de appèlmemorie … vereiste verdenking ten aanzien van andere feiten als bedoeld in art. 36e lid 3 Sr onvoldoende heeft geconcretiseerd. Zij wijst derhalve het hoger beroep van het openbaar ministerie af." 5. De beschikking

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit handel in coffeeshop die zich niet aan de gedoogvoorwaarden heeft…

    Parket bij de Hoge Raad16 juni 2020ECLI:NL:PHR:2020:603

    feiten indien daaromtrent “ voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan ”. Artikel 36e lid 3 Sr vormt de wettelijke basis voor voordeelsontneming in gevallen waarin “ aannemelijk ” is dat het bewezen verklaarde … Salabiaku/Frankrijk . Daaruit leidde de minister af dat ontneming op grond van artikel 36e lid 3 Sr “ verenigbaar ” is met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. 23. Hoe lagen de feiten

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad11 februari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1938

    naar India waar zij zich wilden vestigen. 16. Art. 311, eerste lid onder 3°, Sr luidt: "1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft … Strafrecht speelde de vraag wat onder het begrip "woning" uit art. 311, eerste lid onder 3°, Sr moest worden verstaan. Art. 338 van het Oorspronkelijk Regeringsontwerp luidde: "Met gevangenisstraf van ten hoogste

  • Strafrecht overig
    Conclusie plv. AG. Woninginbraak. Vrijspraak in e.a. M1: klacht dat hof bij strafoplegging heeft betrokken…

    Parket bij de Hoge Raad17 juni 2025ECLI:NL:PHR:2025:649

    gekwalificeerd dat sprake is van diefstal in een woning a.b.i. art. 311 lid 1 sub 3 Sr. M2: klacht dat vordering benadeelde partij is toegewezen voor “diverse merktassen”, terwijl uit de bewijsvoering … wettelijke strafverzwarende omstandigheid betreft (insluiping in een woning als bedoeld in art. 311 onder 3° Sr). 2.10 Vooropgesteld zij dat diefstal in een woning ten tijde van de tenlastegelegde feiten op grond

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming. Eenvoudige kasopstelling (art. 36e lid 3 Sr). Het eerste middel gaat over…

    Parket bij de Hoge Raad10 september 2024ECLI:NL:PHR:2024:909

    Conclusie AG. Profijtontneming. Eenvoudige kasopstelling (art. 36e lid 3 Sr). Het eerste middel gaat over verwerping verweer raadsman over de voordeelsberekening i.v.m. de vrijspraak van het onderdeel witwassen van "enig ander geldbedrag … ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is gegrond op het bepaalde in art. 36e lid 3 Sr, voor zover luidend dat bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens

  • Belastingrecht
    A-G Ettema behandelt in deze conclusie de vraag of aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting een…

    Parket bij de Hoge Raad31 december 2020ECLI:NL:PHR:2020:1207

    omzetbelasting voor bedoelde bepalingen slechts overtreder zijn als zij binnen de reikwijdte van artikel 51(3) Sr vallen. Fiscale eenheden omzetbelasting zijn immers evident niet een natuurlijke persoon of een rechtspersoon … fiscale strafrecht, met name het huidige artikel 69 Awr gelezen in samenhang met artikel 51(3) Sr, heeft ook gespeeld of een fiscale eenheid omzetbelasting strafbare feiten kan begaan. De strafkamer

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming. Kasopstelling (art. 36e lid 3 Sr). Middelen over toepassing maatstaf door hof…

    Parket bij de Hoge Raad10 september 2024ECLI:NL:PHR:2024:910

    Conclusie AG. Profijtontneming. Kasopstelling (art. 36e lid 3 Sr). Middelen over toepassing maatstaf door hof bij berekening ontnemingsbedrag en wijze waarop dit bedrag door hof is vastgesteld alsmede over de overwegingen … eerder opgemaakte rapport berekening Wederrechtelijk Verkregen Voordeel (WVV) kasopstelling ex art. 36e lid 3 Sr, rapportnummer 1710131545.FIN. Hieronder zal ik per post van de kasopstelling verwoorden hoe ik tot de bedragen

  • Belastingrecht
    A-G Ettema behandelt in deze conclusie de vraag of aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting een…

    Parket bij de Hoge Raad31 december 2020ECLI:NL:PHR:2020:1208

    omzetbelasting voor bedoelde bepalingen slechts overtreder zijn als zij binnen de reikwijdte van artikel 51(3) Sr vallen. Fiscale eenheden omzetbelasting zijn immers evident niet een natuurlijke persoon of een rechtspersoon … fiscale strafrecht, met name het huidige artikel 69 Awr gelezen in samenhang met artikel 51(3) Sr, heeft ook gespeeld of een fiscale eenheid omzetbelasting strafbare feiten kan begaan. De strafkamer

  • Strafrecht overig
    Begunstiging. Art. 189.1.3 Sr. Eigenaar discotheek wist filmbeelden geweldsdelict waarbij zijn portiers…

    Parket bij de Hoge Raad29 januari 2013ECLI:NL:PHR:2013:BY9005

    verdachte opzettelijk "een of meer voorwerpen" in de zin van art. 189, eerste lid onder 3, Sr heeft verborgen en aan het onderzoek van de ambtenaren van justitie en politie heeft onttrokken … hofs oordeel dat onder "voorwerpen" in de zin van art. 189, eerste lid onder 3, Sr mede "met een videobewakingssysteem gemaakte filmbeelden" kunnen worden begrepen. Het middel keert zich dus tegen

  • Strafrecht overig
    Vervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de…

    Parket bij de Hoge Raad12 april 2005ECLI:NL:PHR:2005:AS5865

    Vervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de periode 1-1-90 t/m 1-1-99. De inleidende dagvaarding

  • Strafrecht overig
    Beslag. Redelijk vermoeden van schuld ex art. 27 Sv. In een geval als i.c. waarin het gaat om de…

    Parket bij de Hoge Raad10 november 2009ECLI:NL:PHR:2009:BJ7259

    sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan het misdrijf van art. 249.2 onder 3 Sr niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders. Nr. 09/01268 B Mr. Machielse Zitting 8 september 2009 Conclusie

  • Strafrecht overig
    Profijtontneming, medeplegen van invoer van verdovende middelen en witwassen. Methode van eenvoudige…

    Parket bij de Hoge Raad23 mei 2017ECLI:NL:PHR:2017:584

    verwijst naar ECLI:NL:HR:2017:414 m.b.t. de kasopstelling en art. 36e.2 en 3 Sr. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de uitkomst van de gebezigde kasopstelling het door betrokkene daadwerkelijk w.v.v

  • Strafrecht overig
    Begunstiging van dader, art. 189 Sr. Hof heeft uit b.m. kunnen afleiden dat verdachte opzettelijk personen…

    Parket bij de Hoge Raad20 juni 2017ECLI:NL:PHR:2017:839

    onrechte niet van alle rechtsvervolging ontslagen gelet op het bepaalde in artikel 189 lid 3 Sr. 4.2. Ten aanzien van de eerste deelklacht betoogt de steller van het middel in de toelichting … onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. 4.6. De tweede deelklacht houdt in dat, nu artikel 189 lid 3 Sr zowel van toepassing is op de dader zelf, als ook op de medeplichtige

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Beroeps-/bedrijfsmatig in voorraad hebben van valse merkkleding (art. 337 Sr); meermalen…

    Parket bij de Hoge Raad9 december 2025ECLI:NL:PHR:2025:1346

    Conclusie AG. Beroeps-/bedrijfsmatig in voorraad hebben van valse merkkleding (art. 337 Sr); meermalen gepleegd. Twee middelen met klachten over respectievelijk 1) kale bevestiging vonnis rechtbank zonder weergave inhoud redengevende bewijsmiddelen 2) grondslagverlating van de tenlastelegging. Beide middelen falen.…

  • Strafrecht overig
    Laster door n.a.v. vechtscheiding, waarbij 3 minderjarige kinderen aan moeder zijn toegewezen, posters en…

    Parket bij de Hoge Raad29 mei 2018ECLI:NL:PHR:2018:773

    zijn erkend speelt het argument van de eenheid van begrip minder. Bij art. 261 lid 3 Sr doet de wettelijke formulering naar het mij voorkomt niet geforceerd aan. Tegen de achtergrond … voorgaande zou ik, met Janssens, art. 261 lid 3 Sr als een kwalificatie-uitsluitingsgrond willen aanmerken. 13. Deze rubricering brengt mee dat art. 261 lid 3 Sr doorwerkt in de omschrijving

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming. Klacht over de afwijzing van een verzoek tot het horen van een getuige op de…

    Parket bij de Hoge Raad31 oktober 2023ECLI:NL:PHR:2023:964

    bewijsstandaard van artikel 338 Sv niet van overeenkomstige toepassing. De grondslag van artikel 36e lid 3 Sr 20. De maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan behalve op de artikelen … Sr ook worden gestoeld op artikel 36e lid 3 Sr. Een persoon die wordt veroordeeld voor een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie

  • Strafrecht overig
    Art. 552f Sv. Onttrekking aan verkeer van benodigdheden hennepkwekerij. CAG: 1. Op 552f Sv procedure is art…

    Parket bij de Hoge Raad26 september 2006ECLI:NL:PHR:2006:AY0198

    niet-ontvankelijkheid van het OM leiden, wel kan ex art. 36b.2 jo 33c.2 en 3 Sr een geldelijke tegemoetkoming worden toegekend (HR NJ 1994, 489). Aannemelijk moet dan zijn dat dit nodig

  • Strafrecht overig
    1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De…

    Parket bij de Hoge Raad4 maart 2014ECLI:NL:PHR:2014:471

    verschil valt moeilijk te bedenken. Een en ander maakt het onzeker hoe art. 326c lid 3 Sr en art. 337 lid 3 Sr moeten worden geduid. In art. 326c lid 3 Sr … plegen van deze misdrijven als bedrijf uitoefent, wordt gestraft (…)”). In art. 337 lid 3 Sr, waarin de term ‘de schuldige’ wordt gebezigd, is gekozen voor een tussenvariant (“Indien de schuldige

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG over o.m. (i) de namens de verdachte opgeworpen vraag of in het kader van de strafoplegging bij…

    Parket bij de Hoge Raad8 oktober 2019ECLI:NL:PHR:2019:989

    voorwaardelijke veroordeling voor de verdachte, te weten uitsluiting van voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15 lid 3 Sr) en (ii) de klacht van de benadeelde partij dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Art. 343 aanhef en onder 3 (oud) Sr; faillissementsfraude. Uitleg van het bestanddeel “op een…

    Parket bij de Hoge Raad21 december 2021ECLI:NL:PHR:2021:1206

    groot deel van de wijzigingen van redactionele aard waren, heeft in art. 343 aanhef onder 3 Sr in 2016 nog een andere belangrijke wijziging plaatsgevonden. Het in het oude artikel opgenomen bestanddeel … wetswijziging in 2016 wordt bij de nieuwe formulering van art. 343 aanhef en onder 3 Sr wat betreft het bestanddeel “wederrechtelijk” aansluiting gezocht bij de art. 42 en 47 Fw. Deze artikelen

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.