153 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigArt. 3.2.6 lid 1 APV Arnhem. Het middel berust op de opvatting dat de in de tll gebezigde, aan art. 3.2.6 lid…
Parket bij de Hoge Raad|16 december 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BF3792
Amsterdam" - ook voldoende bepaald zijn om bij gebruik daarvan de door art. 261 Sv. gestelde eis, dat de dagvaarding een opgave behelst van het telastegelegde feit, als vervuld te beschouwen". 3 Melai/Groenhuijsen
- Strafrecht overigUitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art…
Parket bij de Hoge Raad|23 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BB3045
zodat het middel feitelijke grondslag mist. (6) 23. Hoewel niet met een beroep op art. 261 Sv over de geldigheid van de tenlastelegging wordt geklaagd, merk ik op dat enige feitelijke betekenis
- Strafrecht overigConclusie AG over het bewijs dat spugen in de richting van vier politieagenten in de omstandigheden van dit…
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1152
Conclusie AG over het bewijs dat spugen in de richting van vier politieagenten in de omstandigheden van dit geval naast belediging van een ambtenaar (art. 266 jo. 267 Sr) ook bedreiging met zware mishandeling (art. 285, eerste lid, Sr) oplevert. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van de bestreden…
- Strafrecht overigConclusie AG. Opruiing a.b.i. art. 131 Sr. Onttrekking aan het verkeer van twee vuurwapens en patronen. Uit…
Parket bij de Hoge Raad|27 augustus 2024|ECLI:NL:PHR:2024:756
moet worden verstaan een einduitspraak over een op de voet van art. 261 Sv ten laste gelegd feit. Daarnaast kan de onttrekking aan het verkeer worden opgelegd (4°) door de rechter
- Strafrecht overigConclusie AG over o.m. ’s Hofs verwerping van beroep op nietigheid van de dagvaarding. HR: 81 RO.
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG9210
ingezonden, houdende vier middelen van cassatie. 3.1. Het eerste middel klaagt over schending van art. 261 Sv omdat het hof de dagvaarding ten aanzien van de feiten 1 en 2 ten onrechte
- Strafrecht overigEconomische zaak. Richtlijn 92/102/EEG m.b.t. de identificatie en registratie van dieren. Gezondheids- en…
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BI4051
tenlastelegging dat betrekking had op het varken niet aan het bepaalde in art. 261 Sv voldeed en verklaarde dit gedeelte van de tenlastelegging nietig. Het Hof achtte bewezenverklaard dat in strijd
- Strafrecht overig1. In een op art. 285b Sr toegesneden tenlastelegging behoeft wat betreft het bestanddeel “met het oogmerk de…
Parket bij de Hoge Raad|14 september 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP4226
Jong in Melai-Groenhuijsen, aant 13 op art. 261 Sv (suppl. 125): omvat een wetsterm zeer uiteenlopende handelingen dan kan dat met zich brengen dat die term onvoldoende feitelijk is. 3 Deze
- Strafrecht overig9 september 2003 Strafkamer nr. 01945/02 E EdK/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF8565
omschrijven wat de verdachte in strafrechtelijke zin verweten wordt. Die eis is neergelegd in artikel 261 Sv. De rechter kan en moet de tenlastelegging wel interpreteren, maar het is niet
- Strafrecht overigMedeplegen moord in vakantiewoning op camping in Ewijk door met vuurwapen kogel af te vuren op ander (art…
Parket bij de Hoge Raad|8 januari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:3
Medeplegen moord in vakantiewoning op camping in Ewijk door met vuurwapen kogel af te vuren op ander (art. 289 Sr) en medeplegen opzettelijke brandstichting auto waarin stoffelijk overschot lag (art. 157.1 Sr). 1. Voorbedachte raad. 2. Medeplegen moord. 3. Strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/04598,…
- Strafrecht overigVoorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BR2342. ’s Hofs bewijsvoering is - op een…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW8678
bestanddeel met 'voorbedachten rade' - aan welk bestanddeel voldoende feitelijke betekenis in de zin van art. 261 Sv niet kan worden ontzegd en daarom in de tenlastelegging op zichzelf niet nader feitelijk behoeft
- Strafrecht overigIn het kader van de productie van synthetische drugs gepleegde strafbare feiten. Beschouwingen over de…
Parket bij de Hoge Raad|7 september 2021|ECLI:NL:PHR:2021:786
In het kader van de productie van synthetische drugs gepleegde strafbare feiten. Beschouwingen over de bestanddelen aanwezig hebben en voorhanden hebben in enkele strafbepalingen. Voorstel tot aanpassing van de structuur onder meer door in art. 26 WWM geen bewustheid maar opzet (/culpa) te lezen. De AG geeft de Hoge…
- Strafrecht overigIn een bewezenverklaring n.a.v. een op medeplegen toegespitste tenlastelegging waarin is gesteld dat…
Parket bij de Hoge Raad|6 juli 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO9905
één geheel dienen te worden gelezen (suppl. 125, aant. 6.2 en aant. 15 bij art. 261 Sv). Een caesuur is er nu juist niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5732
Sv te beantwoorden bewijsvraag waar ter plaatse het tenlastegelegde feit is begaan (art. 261 Sv) is echter een andere. Het hof is er kennelijk van overtuigd geraakt dat de mogelijkheid
- Strafrecht overigBekennende verdachte en opgave bewijsmiddelen ex art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt…
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD6226
waarop het eerste feit op dagvaarding 04/610049-05 tenlastegelegd was voldeed aan de eisen die art. 261 Sv stelt. Volgens de steller van het middel was van een voldoende concrete en begrijpelijke feitsomschrijving
- Belastingrecht1. In de bewezenverklaring onder 1 t/m 4 heeft het hof geoordeeld dat verdachte als pleger moet worden…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU8286
subsidiaire telastelegging in zoverre innerlijk tegenstrijdige opgaven bevat en ingevolge het bepaalde in art. 261 Sv nietig is." 15. In het onderhavige geval is niet aan de orde dat de steller
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF3361
heeft gebezigd. 15. Dat de dagvaarding ook niet aan de eisen van art. 261 Sv voldoet omdat onder het tenlastegelegde feit mede binnenlands vervoer in Roemenië kan worden begrepen, wordt pas voor
- Strafrecht overig1. Bewijsklacht. 2. Svm, vervangende hechtenis. Ad 1. De door het Hof tot het bewijs gebezigde verklaring van…
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX8143
bestanddeel met 'voorbedachten rade' - aan welk bestanddeel voldoende feitelijke betekenis in de zin van art. 261 Sv niet kan worden ontzegd en daarom in de tenlastelegging op zichzelf niet nader feitelijk behoeft
- Strafrecht overigVoorbedachte raad. De HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. voorbedachte raad uit HR LJN BR2342. ’s…
Parket bij de Hoge Raad|13 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX6758
bestanddeel met 'voorbedachten rade' - aan welk bestanddeel voldoende feitelijke betekenis in de zin van art. 261 Sv niet kan worden ontzegd en daarom in de tenlastelegging op zichzelf niet nader feitelijk behoeft
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7780
dagvaarding een onvoldoende duidelijke opgave van het feit bevat en daarom niet voldoet aan art. 261 Sv. Van de zijde van de verdediging is niet betoogd dat het door deze vermeende onduidelijkheid
- Strafrecht overigStelselmatige observatie, art. 126g Sv. Het Hof heeft vastgesteld dat de observatie is uitgevoerd met een…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BN0004
verantwoorden en zich vervolgens op adequate wijze kan verdedigen (zie ook D.H. de Jong, art. 261 Sv in Melai-Groenhuijsen, Het Wetboek van Strafvordering). Deze waarborg vloeit voort
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.