201 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigVeroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV1613
vallen dan wel zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen" verenigbaar is met art. 7 EVRM en art. 1 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat deze bepaling, ook voor wat betreft … Raad der Nederlanden AG 1 Zie over het bepaaldheidsgebod van art. 1 Sr en art. 7 EVRM ook Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, art. 1 , aant. 4 en 5 (suppl
- Civiel recht overigOndernemingsrecht Curaçao. Overgangsrecht bij invoering enqueterecht. Onmiddellijke werking: kan rekening…
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:742
Ondernemingsrecht Curaçao. Overgangsrecht bij invoering enqueterecht. Onmiddellijke werking: kan rekening worden gehouden met feiten voorgevallen vóór datum inwerkingtreding? Concordantiebeginsel in verband met afwijkend Nederlands overgangsrecht. Uitzondering voor bepaalde voorzieningen (art. 2:282 lid 3 en 283 BWC)?
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|24 september 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3383
worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Het onderdeel beroept zich tevens op art. 7 EVRM. 4.6 Uit de hiervoor onder 3.3 en 3.4 genoemde jurisprudentie volgt dat de Hoge Raad … getreden door de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht te ontbinden. 4.8 Het beroep op art. 7 EVRM is mij niet geheel duidelijk. Deze bepaling legt het legaliteitsbeginsel vast met betrekking tot strafrechtelijke procedures
- BelastingrechtBerekening verzuimboete, wijziging BBBB, motiveringsklacht
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1303
echter niet rechtstreeks van toepassing bij de oplegging van een bestuurlijke boete. 4.16 Uit art. 7 EVRM en in art. 15(1) IVBPR volgt wel dat voor de verdachte gunstige strafbepalingen terstond … bestuurlijke boete van overeenkomstige toepassing verklaard. Aldus is het niet langer nodig om art. 7 EVRM en art. 15(1) IVBPR in te roepen om te bereiken dat bij wijziging
- Strafrecht overigConclusie AG. Drie middelen van verdachte over ’s hofs strafoplegging en -motivering. Middel b.p. klaagt dat…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1109
derde middel 6. Het derde middel behelst de klacht het hof het recht op art. 7 EVRM en art 15 IVBPR heeft geschonden. 6.1 Voor de beoordeling van het middel … moet worden toegepast, zoals vervat in de door de stellers van het middel genoemde art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR, geldt niet voor regels met betrekking tot de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke
- Strafrecht overigVerdachte stelde te laat appèl in. Hof behandelde de zaak in appèl zonder in te gaan op de overschrijding van…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV1612
vallen dan wel zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen" verenigbaar is met art. 7 EVRM en art. 1 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat deze bepaling, ook voor wat betreft … over het bepaaldheidsgebod van art. 1 Sr en art. 7 EVRM ook Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, art. 1 , aant. 4 en 5 (suppl. 126., februari 2004), J. de Hullu
- Strafrecht overigPiramidespel; HR verwerpt cassatieberoep en verwijst daartoe naar conclusie A-G, inhoudend: 1. De…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR8424
kansspelen onverbindend zou zijn omdat het in strijd is met het aan art. 7 EVRM ten grondslag liggende lex certa-beginsel. Dit verweer is door het hof als volgt samengevat en verworpen
- Strafrecht overigArt. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ5424
zijn, zodat de veroordeling in strijd is met het in art. 1 Sr en art. 7 EVRM neergelegde lex certa-beginsel. 4.4. Art. 344, aanhef en onder 2° Sr luidde ten tijde
- Strafrecht overigBelaging ex art. 285b Sr. 1. Art. 2.1 Vierde Protocol EVRM verhindert niet ook gedragingen op de openbare weg…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO5710
Belaging ex art. 285b Sr. 1. Art. 2.1 Vierde Protocol EVRM verhindert
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2377
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2376
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2373
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2372
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2378
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2370
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2379
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2371
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2369
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2366
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2365
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.