536 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit oplichting. Middelen over 1. beslissing hof over in mindering…
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:316
wettelijke grondslag daarvoor was, lid 6 (oud), lid 8 (oud) of lid 9 van artikel 36e Sr, doet dan niet ter zake. Voor zover het middel hierover klaagt, kan het niet … verkregen voordeel wordt geschat. 19. Evenals de bewoordingen van het vigerende lid 9 van artikel 36e Sr, stipuleren de bewoordingen van het thans toepasselijke lid 6 (oud) van artikel 36e Sr
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud), Wet IB 2001. Kosten in verband met…
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW7156
berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van het tweede lid van artikel 36e Sr dat voordeel in de meeste gevallen per concreet aangeduid strafbaar feit worden berekend
- Strafrecht overigVordering tot cassatie in belang der wet. Verzoek tot vermindering of kwijtschelding bedrag…
Parket bij de Hoge Raad|25 augustus 2020|ECLI:NL:PHR:2020:733
geval van faillissement van degene die naar zijn verwachting een geldboete of maatregel ex art. 36e Sr riskeert, een vordering bij de faillissementscurator kan indienen, waarbij deze laatste van zijn … wiens aanzien de oplegging van een hoge geldboete of van de maatregel van art. 36e Sr te verwachten is of in eerste aanleg reeds heeft plaatsgevonden, failliet is verklaard, wordt het openbaar
- Strafrecht overigProfijtontneming n.a.v. medeplegen uitvoer drugs in de periode 1-7-98 t/m 31-7-99. In ’s hofs beslissing ligt…
Parket bij de Hoge Raad|10 mei 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS3767
Minister van Justitie nader heeft uiteengezet waarin het tweede en het derde lid van art. 36e Sr van elkaar verschillen. Deze passage luidt: "Ook de relatie tussen het verkregen voordeel … indien de op te leggen maatregel grondslag moet vinden in het tweede lid van art. 36e Sr, vastgesteld moet kunnen worden dat betrokkenheid bij concrete, afzonderlijke, individualiseerbare, strafbare feiten
- Strafrecht overigProfijtontneming. Slagend middel m.b.t. het vaststellen van w.v.v. Het oordeel van het hof dat de betrokkene…
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:799
inwerkingtreding van de Wet Verruiming mogelijkheden voordeelontneming op 1 juli 2011 luidde art. 36e Sr, voor zover hier relevant: “1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing … enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. (…)” Het huidige art 36e Sr luidt, voor zover van belang: “1. Op vordering van het openbaar ministerie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5368
grondfeit is dus geen voordeel verkregen. () 5. De tekst van het derde lid van artikel 36e Sr stelt dat ook andere strafbare feiten tot wederrechtelijk voordeel hebben geleid. () 6. Duidelijk … grondfeit')(1). 7. In het oorspronkelijke voorstel van wet dat heeft geleid tot artikel 36e Sr luidde het derde lid daarvan: "Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke
- Strafrecht overigConclusie AG in ontnemingszaak betreffende afpersing in verband met nieuwbouwproject in Turkije. De AG geeft…
Parket bij de Hoge Raad|28 augustus 2018|ECLI:NL:PHR:2018:908
echter kort op deze vaststelling ingaan. 9. Het eerste en tweede lid van art. 36e Sr luidden in de jaren waar het in deze ontnemingszaak om gaat als volgt: ‘1. Op vordering … criminele organisatie (art. 140 Sr) anderzijds als soortgelijke feiten in de zin van art. 36e Sr heeft aangemerkt. Die vaststelling kan, voor zover bij artikel 36e, tweede lid (oud), Sr van dezelfde
- Strafrecht overigProfijtontneming. Vermogensvergelijking. 1. Verzoek tot horen van getuigen ivm schatting wederrechtelijk…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ4724
januari 1995 bewezenverklaarde feiten zijn begaan vóór 1 maart 1993, is van toepassing art. 36e Sr dat van kracht was tot de inwerkingtreding van het huidige art. 36e Sr op 1 maart … periode die begint met het feit of de feiten als bedoeld in art. 36e Sr, b. als relevante gegevens worden gebezigd (1) het totale beginvermogen van de betrokkene, bestaande uit bezittingen minus
- Strafrecht overigProfijtontneming. Schikkingsovk., art. 511c Sv. Vertrouwensbeginsel. Casus: De OvJ en de betr. komen ttz. in…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BT2520
houdt in: "Schending, althans verkeerde toepassing van het recht, in het bijzonder van de artikelen 36e Sr en 511f Sv, althans verzuim van vormen waarvan het niet naleven nietigheid meebrengt, doordien … toegezonden processtukken bevindt zich een proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg ex art. 36e Sr van 5 juni 2009 van de Rechtbank te 's-Gravenhage met als (daaraan gehechte) bijlage
- Strafrecht overigProfijtontneming. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.). Art. 359.3, 511f en 511g Sv…
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BT6251
ontneming heeft gebaseerd op het tweede, of op het derde lid van art. 36e Sr. Gedoeld wordt kennelijk op de ontneming voor zover die ziet op het voordeel dat is verkregen … onverklaarde ontvangsten niet of niet geheel hun oorsprong vinden in feiten als bedoeld in art. 36e Sr dan wel anderszins niet kunnen gelden als voordeel in de zin van die bepaling
- Strafrecht overigConclusie A-G. Profijtontneming. W.v.v. uit witwassen van bitcoins. Slagend middel over motivering van de…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1114
verkregen voordeel, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in artikel 36e Sr, moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden … Daaronder kan ook worden begrepen daadwerkelijk genoten voordeel in het geval dat het in artikel 36e Sr bedoelde strafbare feit op zichzelf geen rechtstreeks voordeel opleverde, maar kennelijk ertoe strekte en geëigend
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1380
zoals bedoeld in artikel 36e, derde lid Sr (oud). In het derde lid van artikel 36e Sr (oud) was namelijk bepaald dat aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf, waarvoor … open dat de strafbare feiten zijn begaan vóór 1 maart 1993, de datum waarop art. 36e Sr ingrijpend is gewijzigd, hetgeen in strijd zou zijn met art. 1 Sr
- Strafrecht overigKlacht schending art. 6.2 EVRM o.g.v. dat het Hof een betalingsverplichting heeft opgelegd ter ontneming van…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BF0090
compensatie toe te kennen, in de vorm van strafvermindering en matiging van het ex artikel 36e Sr te bepalen bedrag, gelet op de (met name in de fase van het hoger beroep … Lelystad betaalde borgsom niet als kosten heeft aangemerkt die op grond van art. 36e Sr op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering dienen te worden gebracht. Volgens de steller van het middel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2248
Staat een bedrag te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in art. 36e Sr, afgewezen. 2. De Advocaat-Generaal bij dat Hof heeft tegen deze beslissing cassatie ingesteld … voorgestelde middelen worden tegengesproken. 3. De steller van het middel voert schending van de art. 36e Sr en 511e Sv aan, die er in gelegen is dat de vordering werd afgewezen
- Strafrecht overigProfijtontneming. OM-cassatie. De HR verklaart de A-G bij het Hof n-o in het cassatieberoep.
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2261
misdrijf als bedoeld in (thans) het derde lid (voorheen het tweede lid) van art. 36e Sr, aldus reeds HR 9 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC9559, NJ 1998/90. 6. Voor … mogelijkheid is dat de betrokkene – die in eerste aanleg is veroordeeld als bedoeld in art. 36e Sr en aan wie op grond daarvan de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten. Eenvoudige kasopstelling. Middelen m.b.t…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:859
concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk te hebben genoten. Ingevolge het zevende lid van artikel 36e Sr kan de rechter bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag op grond van het artikel 36e
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten. Eenvoudige kasopstelling. Middelen m.b.t…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:858
concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk te hebben genoten. Ingevolge het zevende lid van artikel 36e Sr kan de rechter bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag op grond van het artikel 36e
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming.
Parket bij de Hoge Raad|16 mei 2023|ECLI:NL:PHR:2023:514
voordeel dient, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in artikel 36e Sr, uitgegaan te worden van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden … wederrechtelijk verkregen voordeel wordt dus vastgesteld op (€ 1.163.278,-: 2 =) € 581.639,-. ” Het beoordelingskader Inleiding 5. Artikel 36e Sr vormt de wettelijke grondslag voor de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en betreft een regeling
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming.
Parket bij de Hoge Raad|16 mei 2023|ECLI:NL:PHR:2023:512
voordeel dient, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in artikel 36e Sr, uitgegaan te worden van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden … wederrechtelijk verkregen voordeel wordt dus vastgesteld op (€ 1.163.278,-: 2 =) € 581.639,-. ” Het beoordelingskader Inleiding 5. Artikel 36e Sr vormt de wettelijke grondslag voor de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en betreft een regeling
- Strafrecht overigOM n.o. in cassatieberoep. Art. 577c Sv jo. art. 446 Sv. Vordering tot het verlenen van verlof tot…
Parket bij de Hoge Raad|9 november 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL1706
maanden duren. 5. Op 1 maart 1993 trad de 'Plukze'-wetgeving in werking waardoor art. 36e Sr op belangrijke onderdelen wijziging ondervond. Zo werd aan de ontnemingsmaatregel een bijzondere vervangende hechtenis verbonden … wordt het voorstel van wet onder meer in die zin gewijzigd, dat aan art. 36e Sr een achtste lid wordt toegevoegd, luidend: "Lijfsdwang kan met toepassing van artikel 577c van het Wetboek
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.