167 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overig1. Strafbare voorbereidingshandelingen ex art. 46 (oud) Sr. Het voorhanden hebben van een gezamenlijkheid van…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AJ0517
Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 22268, nr. 3, blz. 19. Ten aanzien van art. 10a Opiumwet heeft Uw Raad, bij HR 29 april 1997, NJ 1997, 665, anders geoordeeld; dat betrof echter
- Strafrecht overigIn het kader van de productie van synthetische drugs gepleegde strafbare feiten. Beschouwingen over de…
Parket bij de Hoge Raad|7 september 2021|ECLI:NL:PHR:2021:786
In het kader van de productie van synthetische drugs gepleegde strafbare feiten. Beschouwingen over de bestanddelen aanwezig hebben en voorhanden hebben in enkele strafbepalingen. Voorstel tot aanpassing van de structuur onder meer door in art. 26 WWM geen bewustheid maar opzet (/culpa) te lezen. De AG geeft de Hoge…
- Strafrecht overigOM-cassatie. Syriëganger. 1. Voorbereiding/bevordering van een in art. 289a Sr omschreven misdrijf; art. 96.2…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1296
aantal afzonderlijke misdrijven inzake strafbare voorbereiding, waaronder art. 96, tweede lid, Sr en bijvoorbeeld art. 10a Opiumwet, bestaat ter zake strafbare voorbereidingshandelingen in art. 46 Sr een algemene aansprakelijkheidsregeling. Laatstgenoemd artikel stelt
- Strafrecht overigJeugdzaak. Salduz-verweer. Door het namens verdachte gevoerde verweer te verwerpen op de gronden zoals door…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1576
bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van het misdrijf van art. 10a Opiumwet door het verrichten van voorbereidingshandelingen gericht op het verstrekken van cocaïne aan anderen, die opsporingsambtenaren
- Strafrecht overigHetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit LJN BM9102. In het onderhavige geval…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX5012
witwassen van een geldbedrag (artikel 420bis Sr) aan de tenlastelegging van het voorbereidingsdelict van artikel 10a Opiumwet ontoelaatbaar was zowel gelet op het verschil in de juridische aard van de aan verdachte
- Strafrecht overigConclusie AG. Verdachte die behandelingen uitvoert met iboga(ïne) veroordeeld voor o.a. doodslag…
Parket bij de Hoge Raad|10 mei 2022|ECLI:NL:PHR:2022:427
Conclusie AG. Verdachte die behandelingen uitvoert met iboga(ïne) veroordeeld voor o.a. doodslag. Overlevering o.g.v. EAB. Klachten over o.a. ontvankelijkheid OM (M1) en strafoplegging (M4) v.w.b. niet in EAB genoemde feiten; en over motivering opzet (M2) en causaliteit (M3) bewezenverklaarde doodslag. Ad M1 en M4:…
- Strafrecht overigConclusie A-G. Medeplegen vervaardigen van amfetamine (art. 47 Sr jo. 2.D Opiumwet). Middel klaagt dat uit…
Parket bij de Hoge Raad|15 juni 2021|ECLI:NL:PHR:2021:567
gemaakt aan de voorbereiding, het bevorderen en het (onder meer) voorhanden hebben van amfetamine (art. 10a Opiumwet). Deze vordering is door het hof afgewezen omdat er geen sprake meer was van ‘hetzelfde
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Klacht dat hof schatting w.v.v. heeft gebaseerd op feit waarvan de betrokkene…
Parket bij de Hoge Raad|25 augustus 2020|ECLI:NL:PHR:2020:728
daarin immers om zelfstandige gedragingen en verwijten, die ten dele in de strafbaarstelling van art. 10a Opiumwet zijn onderscheiden. 20. De motivering van de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel is bezwaarlijk
- Strafrecht overigVerzoek nadere onderzoekshandelingen. Het voorschrift van art. 330 Sv veronderstelt dat verzoeker…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH7295
belang. Onder 4 zijn immers bewezen verklaard voorbereidingshandelingen en wel met betrekking tot versnijdingsmiddelen (art. 10a Opiumwet). In dit opzicht zijn drie aspecten van belang: in de eerste plaats zal het opzet
- Strafrecht overigOnpartijdigheid rechter. De rechtbank veroordeelde verdachte in een samenstelling waarvan twee rechters deel…
Parket bij de Hoge Raad|18 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO5050
bewezenverklaring van feit 6 heeft gekwalificeerd als het medeplegen van het voorbereidingsdelict van art. 10a Opiumwet, meermalen gepleegd, omdat het slechts zou zijn gegaan om de voorbereiding ten aanzien van één partij
- Strafrecht overigMilitaire zaak. Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2015|ECLI:NL:PHR:2015:797
deze zaak was een wijziging van de tenlastelegging, die oorspronkelijk was toegesneden op artikel 10a Opiumwet, door toevoeging van het misdrijf van artikel 420bis Sr volgens de Hoge Raad niet toelaatbaar omdat
- Strafrecht overigBewijs(overweging) omtrent 1. leiderschap criminele organisatie en 2. voorbereiding invoer cocaïne. Ad 1. De…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5843
kwalificatie verbeterd dient te worden) blijft niettemin de bewezenverklaring van overtreding van art. 10A Opiumwet overeind en wordt mijns inziens in die lezing de aard en de ernst van het bewezenverklaarde
- Strafrecht overigConclusie AG. Poging tot deelneming aan een terroristische organisatie, art. 140a Sr. AG besteedt ambtshalve…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:946
Conclusie AG. Poging tot deelneming aan een terroristische organisatie, art. 140a Sr. AG besteedt ambtshalve aandacht aan de vraag of poging tot deelneming aan organisatie a.b.i. art. 140(a) Sr strafbaar is. Klachten over bewezenverklaring, dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht,…
- Strafrecht overigHofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BK5182
Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien…
- Strafrecht overigGebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4…
Parket bij de Hoge Raad|14 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:255
medeplegen van – in plaats van medeplichtigheid aan – voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a Opiumwet, in aanmerking genomen dat een verweer over de kwalificatie die past bij het vastgestelde handelen van verdachte
- Strafrecht overigOverzichtsarrest beroep op mensenrechtenschendingen in uitleveringsprocedures. Antilliaanse uitleveringszaak…
Parket bij de Hoge Raad|17 januari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:152
beoordeling van het middel, komt de inhoud van artikel 11a Opiumlandsverordening 1960 overeen met artikel 10a Opiumwet zodat de rechtspraak die daarop betrekking heeft eveneens van toepassing is op artikel 11a Opiumlandsverordening
- Strafrecht overigBegrippen “feit” en “vervoeren” in de Ow. Art. 10a.1 Ow stelt, in verbinding met art. 10.3 en art. 2.1…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA3142
10a Opw is bedoeld "een feitencomplex dat in Nederland heeft plaatsgevonden". 16. Art. 10a Opiumwet zoals dat luidde ten tijde van de bewezenverklaarde feiten, stelt straf op bepaalde gedragingen begaan
- Strafrecht overigConclusie AG. Veroordeling wegens medeplegen invoer cocaïne door afhaler van drugskoeriers op Schiphol (art…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:319
moet volgens de steller van het middel in verband worden gebracht met het in art. 10a Opiumwet (hierna: Ow) bepaalde en niet met het medeplegen van de invoer van harddrugs
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AB2873
door het Gerechtshof te Arnhem wegens het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden
- Strafrecht overigConclusie AG. Aanvullende conclusie naar aanleiding van de beantwoording van prejudiciële vragen betreffende…
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2023|ECLI:NL:PHR:2023:393
Conclusie AG. Aanvullende conclusie naar aanleiding van de beantwoording van prejudiciële vragen betreffende verordening nr. 273/2004. AG concludeert in het licht van die beantwoording dat verdachte geen ‘marktdeelnemer’ is i.d.z.v. art. 2.d verordening nr. 273/2004. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.