802 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Subjectieve cumulatie. Verstek en verzet. Werkt het door de ene gedaagde ingestelde verzet tegen…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:292
voet van art. 147 lid 1 Rv in verbinding met art. 140 lid 3 Rv toch mede op hen betrekking heeft (rov. 4.2 van het verzetvonnis) en dat de vernietiging … vier weken nadat het vonnis ten uitvoer is gelegd (art. 143 lid 2 en lid 3 Rv). Deze verzettermijn is acht weken indien sprake is van een in het buitenland woonachtige niet
- Civiel recht overigProcesrecht. Absolute bevoegdheid; afwijzing reconventionele vordering tot verklaring voor recht dat sprake…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BF0473
Procesrecht. Absolute bevoegdheid; afwijzing reconventionele vordering tot verklaring voor recht dat sprake is van een pachtovereenkomst; eenmaal in conventie bevoegde rechter ook bevoegd te beslissen op vordering in reconventie; geen hogere voorziening tegen beslissing kantonrechter omtrent eigen (on)bevoegdheid;…
- Civiel recht overigProcesrecht. Cassatie, verzoek tot verstekverlening; exploot van dagvaarding met formeel gebrek, relatieve…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BF5283
niet gesteld of gebleken, en is - als gezegd - niet aannemelijk. Ingevolge art. 121 lid 3 Rv kan (de rolraadsheer van) de Hoge Raad dus niet de mogelijkheid … tegenpartij. Het onder 8 genoemde argument heeft (juist) ook uitdrukking gevonden in art. 121 lid 3 Rv, bij gebreke waarvan de onwetende tegenpartij van de eiser tot cassatie niet drie maanden (zelfs
- Civiel recht overigProcesrecht. Bewijsrecht. Vereisten onderhandse akte. Is een meerdere bladzijde tellend geschrift dat…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1423
onderscheidt vervolgens authentieke akten (art. 156 lid 2 Rv) en onderhandse akten (art. 156 lid 3 Rv). Als het stuk waarop Egelinck zich beroept (hierna in navolging … worden gekwalificeerd, gaat het om een onderhandse akte in de zin van art. 156 lid 3 Rv, aangezien het, gelet op de vereisten die art. 156 lid 2 Rv daaraan stelt
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over vermogensrechtelijke afwikkeling van hun huwelijk…
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC1256
rechtbank in beginsel ook een verplichting tot procureurstelling, te weten in art. 278 lid 3 Rv voor de indiening van het verzoekschrift en in art. 282 jo. art. 278 lid 3 Rv … zich, desgewenst, laten bijstaan door een procureur of door een advocaat (art. 279 lid 3 Rv). In haar correspondentie met het hof, vooruitlopend op de voortzetting van de mondelinge behandeling
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Procesrecht, deelgeschilprocedure. Vrijwilliger valt van dak bij werkzaamheden aan kerkgebouw…
Parket bij de Hoge Raad|8 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:934
Arbeidsrecht. Procesrecht, deelgeschilprocedure. Vrijwilliger valt van dak bij werkzaamheden aan kerkgebouw en begint deelgeschilprocedure (art. 1019w Rv). Hoger beroep deelgeschilbeschikking op de voet van art. 1019cc lid 3, onder a, Rv. Heeft hof bij vernietiging van deelgeschilbeschikking de bevoegdheid (in de…
- Civiel recht overigCassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1384
zaken . 2.4 Het genoemde artikel 429d (oud) Rv is vervallen. Het huidige artikel 278 lid 3 Rv bepaalt, voor zover van belang: “Tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge bijzondere wettelijke … regeling niet anders voortvloeit. Art. 426a lid 1 Rv is gehandhaafd naast art. 278 lid 3 Rv. Daaruit kan worden afgeleid dat art. 426a Rv - niet art. 278 lid 3 Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 1990|ECLI:NL:PHR:1990:AD1066
vorenstaande, het alleszins begrijpelijk acht dat de opvangouders, niet-tegenstaande artikel 945, lid 3, Rv het recht van hoger beroep in een zaak als deze slechts aan elk der ouders heeft gegeven … zouden hebben. 3.2.5 Dit een en ander leidt tot de conclusie dat art. 945 lid 3 Rv in verbinding met art. 910 lid 1 aldus moet worden verstaan dat eerstgemelde bepaling
- Civiel recht overig1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/051HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2812
Verweerster] heeft aangevoerd dat de cassatiedagvaarding nietig is, omdat [eiser] niet overeenkomstig art. 407 lid 3 Rv een advocaat bij de Hoge Raad heeft aangewezen. 2.2 Art. 407 lid 3 Rv bepaalt … geding in cassatie zou vertegenwoordigen. Daarmee is aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv voldaan. [Eiser] heeft een advocaat bij de Hoge Raad aangewezen, met de uitgesproken bedoeling dat deze
- Civiel recht overigGriffierecht. Vaststelling en invordering verschuldigde griffierecht in cassatie. Verzet op de voet van art…
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX5578
2006/431, m.nt. H.J. Snijders. Daar was verzet ingesteld op grond van art. 243 lid 3 Rv: op een verzet als bedoeld in art. 243 lid 3 Rv is art. 278 lid 3
- Civiel recht overigIncident tot zekerheidsstelling ex art. art. 414 jo. 224 Rv voor proceskosten in cassatie. Betekenis van…
Parket bij de Hoge Raad|19 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:74
vereisten van art. 224 lid 1 jo. art. 414 lid 2 en 3 Rv voldaan. Volgens de Gemeente doet zich geen van de uitzonderingen van art. 224 lid 2 Rv voor … cassatie van toepassing, met dien verstande dat volgens art. 414 lid 2 en 3 Rv slechts de oorspronkelijke eiser of verzoeker (in eerste aanleg) die ook principaal cassatieberoep heeft ingesteld
- Personen- en familierechtVordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2024|ECLI:NL:PHR:2024:434
Rv), mag een verweerschrift indienen (art. 282 lid 1 Rv en art. 361 lid 3 Rv) , mag daarbij ook een zelfstandig verzoek indienen (art. 282 lid 4 Rv), heeft recht op inzage
- Civiel recht overigPersonen- en familierecht. Procesrecht. Ter zitting bereikte schikking. Onbegrijpelijk oordeel in…
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:85
opgemaakt met daarin een zakelijke samenvatting van het verhandelde ter zitting (zie art. 90 lid 3 Rv), en niet een proces-verbaal als bedoeld in art. 89 lid 1 Rv … Weliswaar geschiedt de uitgifte van een dergelijk proces-verbaal in executoriale vorm (art. 87 lid 3 Rv) en vindt de afgifte plaats door het gerecht, maar de rechter is niet noodzakelijkerwijs betrokken
- InsolventierechtTussenarrest. Faillissementsrecht. Faillietverklaring op verzoek schuldeiser, nadat deze hoger beroep reeds…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2013|ECLI:NL:PHR:2013:2527
Rv . In rekestzaken in cassatie, zoals deze, is art. 429 lid 3 Rv van toepassing, dat een gelijke inhoud heeft. De Staat is geen partij in deze procedure … Rv of art. 429 lid 3 Rv is bij mijn weten nooit toegepast om een (rechts)persoon die geen partij in het geding is, in de proceskosten te veroordelen . In het burgerlijk
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vordering VvE tot ongedaanmaking van wijzigingen aan…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:563
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vordering VvE tot ongedaanmaking van wijzigingen aan appartementsgebouw. Procesvolmacht VvE. Uitleg splitsingsakte. Dwangsom. Uitleg dictum. Samenhang met HR 20 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1851.
- Civiel recht overigGezondheidsrecht; Wkkgz; geldt de bescherming van art. 9 lid 6 Wkkgz ook in geval van een calamiteit? recht…
Parket bij de Hoge Raad|17 juni 2022|ECLI:NL:PHR:2022:588
Gezondheidsrecht; Wkkgz; geldt de bescherming van art. 9 lid 6 Wkkgz ook in geval van een calamiteit? recht op informatie (art. 10 lid 3 Wkkgz)
- Civiel recht overigProcesrecht; arbitragebeding; (resterende) rechtsmacht Nederlandse rechter; artt. 22 EEX-Vo en 2:15 lid 3 BW…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BN8533
vaststelling van rechtsgevolgen welke niet ter vrije bepaling van partijen staan (art. 1020 lid 3 Rv). In Groenselect(21) stond de vraag centraal of de nietigverklaring of vernietiging van besluiten vallen onder … reikwijdte van art. 1020 lid 3 Rv.(22) De Hoge Raad overwoog: "3.4 (...) Het onderdeel stelt in wezen de vraag aan de orde of partijen de vrije beschikking hebben over de rechtsgeldigheid
- Internationaal privaatrechtProcesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:224Aangehaald in 5 uitspraken
Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep. Partijwisseling tijdens geding. Tussen…
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1117
hoofdzaak van de procedure niet worden verder geprocedeerd, omdat art. 225 lid 3 Rv alle proceshandelingen vanaf de aangezegde schorsing nietig verklaart. 3.8 Van oudsher kent Rv dan ook alleen een regeling
- Civiel recht overigProcesrecht, verzetprocedure in hoger beroep; exploot van appeldagvaarding met formeel gebrek, relatieve…
Parket bij de Hoge Raad|13 juli 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA2499
appeldagvaarding nietig is. Het hof had daarom op de voet van art. 121 lid 3 Rv. de nietigheid van de appeldagvaarding moeten uitspreken als gevolg waarvan het vonnis van de kantonrechter kracht … heeft bereikt, zodat de nietigheid van de appeldagvaarding had moeten worden uitgesproken (artikel 121 lid 3 Rv). 4.6. [Verweerster] beroept zich echter terecht op het bepaalde in artikel 122 Rv. Deze bepaling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.