408 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVerkeert een aantal groepsvennootschappen in de toestand van te hebben opgehouden te betalen?
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:15
toestand verkeren te hebben opgehouden te betalen als bedoeld in art. 6 lid 3 Fw. Het cassatiemiddel bestaat uit VII onderdelen. Onderdeel IV bestaat uit twee subonderdelen. Onderdeel V bestaat uit vijf
- Civiel recht overigWSNP. Procesrecht. Procesbevoegdheid tijdens beschermingsbewind. Is de schuldenaar wiens goederen onder…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1238Aangehaald in 7 uitspraken
nodig is om de hoogte daarvan vast te stellen. Nominaal bedrag 3.3 Art. 295 lid 3 Fw bepaalt dat de rechter-commissaris de beslagvrije voet op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder
- InsolventierechtWSNP, weigering van schone lei bij einde van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art…
Parket bij de Hoge Raad|7 april 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU9735
arrest een (impliciet) beroep op die bepaling worden afgeleid. Art. 350 lid 3 Fw regelt in welke gevallen de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds kan worden beëindigd; een dergelijke tussentijdse beëindiging … voor zover dat inkomen niet wettelijk buiten de boedel valt (art. 295 leden 2 en 3 Fw) en (iii) de schuldenaar niet bevoegd is over tot de boedel behorende goederen te beschikken
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Goede trouw ontstaan schuld…
Parket bij de Hoge Raad|7 maart 2014|ECLI:NL:PHR:2014:193
vrucht een beroep had kunnen doen op de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. Naar het oordeel van het hof dient de vordering van [betrokkene] te worden aangemerkt … niet -, zodat een beroep op de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw reeds op deze grond zou zijn gestrand. Hieruit volgt dat reeds het bestaan van de (aanmerkelijke) schuld
- InsolventierechtWSNP, verzoek tot opheffing van een op een ingetrokken surséance van betaling gevolgd faillissement (art. 242…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6856
toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar heeft zich daarbij beroepen op art. 15b jo. art. 3 Fw. 3. De rechtbank heeft het verzoek bij uitspraak van 28 september 2004 afgewezen op grond … blijkt uit de tekst daarvan bezien in samenhang met tekst en wetsgeschiedenis van art. 3 Fw - slechts geschreven voor gevallen waarin het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar
- Civiel recht overigFaillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Moet Hoge Raad terugkomen van het krachtens vaste rechtspraak voor…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:41
schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.” (art. 6 lid 3 Fw). Uit het woord ‘toestand’ valt af te leiden dat sprake moet zijn van enige bestendigheid … worden geconcludeerd. Rechtspraak 2.10 De maatstaf van de artikelen 1 lid 1 en 6 lid 3 Fw (verkeren in de toestand van hebben opgehouden te betalen) heeft in de rechtspraak
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Parket bij de Hoge Raad|3 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:204
mijns inziens niet slagen. Indien een uitdrukkelijk beroep op de hardheidsclausule ex art. 288 lid 3 Fw is gedaan, dient de rechter daarover een gemotiveerd oordeel te geven. Ik stel vast … ontbreken van goede trouw, toelating rechtvaardigen. Gelet op het discretionaire karakter van art. 288 lid 3 Fw heeft het hof daarbij een ruime beoordelingsvrijheid. Het hof heeft blijkens
- InsolventierechtWSNP. Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BE9102
heeft geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om toepassing te geven aan art. 288 lid 3 Fw. Het middel betoogt dat, nadat het faillissement van de vennootschap wordt uitgesproken en de bedrijfsvoering … bestreden arrest overwogen geen aanleiding te zien toepassing te geven aan art. 288 lid 3 Fw. Art. 288 lid 3 Fw bepaalt als volgt: "Het verzoek kan in afwijking van het eerste
- InsolventierechtWSNP. Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BE9095
heeft geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om toepassing te geven aan art. 288 lid 3 Fw. Het middel betoogt dat, nadat het faillissement van de vennootschap wordt uitgesproken en de bedrijfsvoering … bestreden arrest overwogen geen aanleiding te zien toepassing te geven aan art. 288 lid 3 Fw. Art. 288 lid 3 Fw bepaalt als volgt: "Het verzoek kan in afwijking van het eerste
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Is schuld teniet gegaan door verrekening met tijdens…
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:62
steun)vordering als de eventueel gestelde verrekening dienen summierlijk te worden aangetoond (art. 6 lid 3 Fw) . Daarbij zijn de gewone bewijsregels niet van toepassing : de maatstaf van het ‘summierlijk’ blijken houdt … gegrondheid van het verrekeningsverweer op eenvoudige wijze is vast te stellen (art. 53 lid 3 Fw in verbinding met art. 6:136 BW) – berust op de gedachte dat de schuldeiser zijn schuld
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Parket bij de Hoge Raad|3 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:203
mijns inziens niet slagen. Indien een uitdrukkelijk beroep op de hardheidsclausule ex art. 288 lid 3 Fw is gedaan, dient de rechter daarover een gemotiveerd oordeel te geven. Ik stel vast … ontbreken van goede trouw, toelating rechtvaardigen. Gelet op het discretionaire karakter van art. 288 lid 3 Fw heeft het hof daarbij een ruime beoordelingsvrijheid. Het hof heeft blijkens
- InsolventierechtWSNP. Niet-ontvankelijkheid verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van…
Parket bij de Hoge Raad|18 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM8083
onvoldoende gebleken van omstandigheden die moeten leiden tot toepassing van artikel 288 lid 3 Fw. Daar wordt de rechter de bevoegdheid verleend om een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in afwijking … schuldsaneringsregeling zinvol. Niet alleen speelt genoemde verwachting geen rol bij artikel 288 lid 3 Fw, maar is die verwachting ook ongegrond. De schuld aan de gemeente Heemskerk gaat, zo is in appel
- Civiel recht overigOmzetting stil pandrecht in vuistpand, art. 3:236 lid 1 BW. Brengen in de macht van de pandhouder, feitelijke…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ7199Aangehaald in 5 uitspraken
ingeval van toepassing van de schuldsaneringsregeling), ongeacht of tevoren inbeslagneming heeft plaatsgevonden. Art. 57 lid 3 Fw bepaalt dat de curator bij de verdeling van de opbrengst ten behoeve van de boedel
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9144
zijn tegen het arrest van het Hof (tijdig; zie art. 351 jo. 342 lid 3 Fw) in cassatie gekomen met een uit vier onderdelen opgebouwd middel. 5. Onderdeel 1 van het middel … eigener beweging niet gevraagde inlichtingen te verstrekken (subonderdeel 1.c). 6. In art. 350 lid 3 Fw zijn de gronden waarop de Rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling kan beëindigen, uit oogpunt
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Niet-betaling één vordering voldoende?
Parket bij de Hoge Raad|7 juni 2024|ECLI:NL:PHR:2024:600
opgehouden te betalen als bedoeld in de art. 1 en 6 lid 3 Fw. 2 Feiten en procesverloop 2.1 In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan: (i) Moovo … heeft opgehouden te betalen, in staat van faillissement wordt verklaard. Art. 6 lid 3 Fw werkt dit verder uit met de bepaling dat de faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt
- InsolventierechtWSNP; tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling op grond van feiten en omstandigheden die…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD3425
schuldsaneringsregeling aan schuldeisers, zoals [verzoekers], is onthouden. Alleen in de in artikel 350 lid 3 Fw genoemde gevallen heeft de wetgever een correctie op dit uitgangspunt willen aanbrengen … wordt ontdekt dat de schuldenaar niet te goeder trouw is. Dan biedt artikel 350 lid 3 Fw de mogelijkheid om tot een tussentijdse beëindiging van de regeling te komen. De schuldenaar raakt
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Vernietiging van faillietverklaring in hoger beroep. Zijn handelingen van curator na de…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2016|ECLI:NL:PHR:2016:873
Faillissementsrecht. Vernietiging van faillietverklaring in hoger beroep. Zijn handelingen van curator na de vernietiging, maar voor de in art. 15 Fw vermelde aankondiging, verbindend voor de schuldenaar? Art. 13 lid 1 Fw. Terughoudendheid bij aanwending bevoegdheden door curator.
- InsolventierechtWSNP; beëindiging van de schuldsaneringsregeling op voet van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F., maatstaf…
Parket bij de Hoge Raad|12 juni 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BI0455
sprake van niet verwijtbaar gedrag. 2.6 Bij het bepalen van de bij artikel 350 lid 3 Fw te hanteren maatstaf heeft de Hoge Raad zich (mede) laten leiden door 'de aard … vraagpunt krijgt in de literatuur, binnen het kader van een bespreking van artikel 350, lid 3 Fw, weinig tot geen aandacht.((11)) Een uitzondering hierop vormen de beschouwingen van A.J Noordam, t.a.p
- InsolventierechtWSNP. Procesrecht; verzoek ex art. 358a F.; proceskostenveroordeling mogelijk ondanks uitsluiting…
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC2721
onderhavige zaak van belang zijn. Art. 358a Fw is ongewijzigd gebleven. Aan art. 350 lid 3 Fw zijn weliswaar enkele nieuwe gronden voor tussentijdse beëindiging toegevoegd(7), maar die spelen in deze … waar de rechtbank bij wege van vonnis heeft beslist (zie ook art. 358a lid 3 Fw), het hoger beroep wordt beheerst door art. 353 Rv, welke bepaling onder meer
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen…
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1138
gedaagde op verrekening niet met toepassing van art. 6:136 BW passeren (art. 53 lid 3 Fw). Deze verruimingen ten opzichte van de regeling van verrekening buiten faillissement berusten volgens de wetsgeschiedenis
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.