2.281 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/246HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: B.V…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR3151
cassatieberoep is dus binnen de termijn van art. 402 lid 1 Rv ingesteld. 8 Zie ook mijn bijdrage in Trema 2002, p. 209 e.v. 9 Ik noem als in het oog lopende
- Personen- en familierechtWzd. Zorgmachtiging ogv art 24 Wzd bij betrokkene met multiproblematiek. Kan volstaan worden met een medische…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2023|ECLI:NL:PHR:2023:195
verstandelijke handicap. De procesinleiding is binnen de termijn van drie maanden ex art. 426 lid 1 Rv via het webportaal ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Het middel verwijst naar
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4499
Nr. C 99/341 HR Mr. M.R. Mok Zitting 13 juli 2001 Conclusie inzake STICHTING ONDERZOEK BEDRIJFSINFORMATIE SOBI, als gemachtigde van 15 rekwiranten die ook zelf partij zijn tegen 1. [Verweerder 1] 2. [Verweerder 2] 3. NABA BEHEER B.V. (voorheen [verweerder 1][...]) 1. INLEIDING 1.1. De zaak is oorspronkelijk voor de…
- Civiel recht overigBopz, voorwaardelijke machtiging, beslissing geneesheer-directeur tot opneming van betrokkene op grond van…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU7514
regels voor de verzoekschriftprocedure in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing (art. 261 lid 1 Rv), voor zover de Wet Bopz geen afwijkende regels geeft. 2.13. In de Nota n.a.v
- Civiel recht overig21 november 2003 Eerste Kamer Nr. C02/147HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|21 november 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AM2308
arrest en dat de cassatiedagvaarding, die op de voet van art. 63 lid 1 Rv. is uitgereikt, [erflater] vermeldt als verweerder in cassatie. Onder 3 ga ik ambtshalve in op de ontvankelijkheid
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Onrechtmatige (overheids)daad. Persoon ten aanzien van wie machtiging is gegeven…
Parket bij de Hoge Raad|17 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:625
Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Onrechtmatige (overheids)daad. Persoon ten
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Arbeidsrecht. Heeft beëindigingsovereenkomst met finale…
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:180
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Arbeidsrecht. Heeft beëindigingsovereenkomst met finale kwijting
- Civiel recht overigCassatieprocesrecht. Vervolg op HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172. Vorderingen tegen vennootschap en…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2020|ECLI:NL:PHR:2020:416
Cassatieprocesrecht. Vervolg op HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172. Vorderingen tegen vennootschap en tegen bestuurder daarvan in verband met faillissement van (voormalige) dochtervennootschap. Oordeel dat subsidiaire vordering wegens onrechtmatig handelen alleen tegen vennootschap is gericht; art. 6:162 BW en…
- ArbeidsrechtArbeidsrecht. Ontslagrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op i-grond (art. 7:669 lid 3, aanhef en onder i…
Parket bij de Hoge Raad|7 maart 2025|ECLI:NL:PHR:2025:301
Arbeidsrecht. Ontslagrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op i-grond (art. 7:669 lid 3, aanhef en onder i, BW). Kan rechter aanvullende vergoeding op voet van art. 7:671b lid 8 BW ambtshalve aan werknemer toekennen? Devolutieve werking hoger beroep.
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen. Aanwijzing gecertificeerde instelling inhoudende schorsing van door rechter vastgestelde…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1193
vader te kunnen beslissen. Als opgemerkt in mijn eerdere advies ex art. 393 lid 1 Rv, zou ten aanzien van de overige vragen beantwoording ten overvloede in overweging kunnen worden genomen. Wettelijk
- Civiel recht overigProcesrecht. Art. 419 lid 2 Rv. Afstemming kortgedinguitspraak op uitspraak bodemprocedure; HR 24 april 2015…
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1202
dergelijke vordering is geen zelfstandige eis in reconventie, die ingevolge art. 353 lid 1 RV niet voor het eerst in appel mag worden ingesteld en geldt evenmin als een grief. Een vordering
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Notarieel tuchtrecht. Notariële onafhankelijkheid bij afwikkeling nalatenschap. Klachten…
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1037
leveren. In het Nederlandse burgerlijk procesrecht is deze rechtsnorm gecodificeerd in art. 19 lid 1 Rv. Dezelfde rechtsnorm kan worden aangehouden in het tuchtrecht voor notarissen. Daaruit kan niet worden afgeleid
- Civiel recht overig11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C02/027HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF7512
faxbericht is overgelegd bij de conclusie van eis. 16 Ingevolge art. 402 lid 1 Rv bedraagt de cassatietermijn drie maanden. Het arrest is gewezen op 6 september 2001, de cassatiedagvaarding is uitgebracht
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|7 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3961
niet "tot de beslissing der zaak kunnen leiden", in de zin van art. 192 lid 1 Rv. (zodat het bewijsaanbod niet ter zake deed). Wat het Hof daartoe
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|7 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3546
teneinde gehoord te worden op het hoger beroep van Mayr-Melnhof. Ingevolge art. 426 lid 1 Rv kan zij, als verschenen in de vorige aanleg, cassatieberoep instellen. De positie van Rudico behoeft
- Civiel recht overig7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/014 HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO3168
bewijs ter zake dienende, niet te vaag en tijdig gedaan moet zijn (art. 166 lid 1 Rv)(32). 2.19 Art. 6 EVRM staat er evenmin aan in de weg dat de rechter
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9135
Ervan uitgaande dat de cassatietermijn 2 maanden bedraagt (art. 426 lid 1 Rv). Hieronder zal ik ingaan op de vraag welke procesrechtelijke regels van toepassing zijn op de afhandeling van dit verzoekschrift
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Kinderalimentatie. Is hof uitgegaan van onjuiste maatstaf door te eisen dat…
Parket bij de Hoge Raad|15 juli 2022|ECLI:NL:PHR:2022:719
Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Is hof uitgegaan van onjuiste maatstaf door te eisen dat bijzondere omstandigheden nodig zijn om de verzorgende ouder te laten bijdragen in de zorgkosten van de andere ouder; terugbetaling.
- InsolventierechtPrejudiciële vragen art. 392 Rv. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt…
Parket bij de Hoge Raad|19 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1279
geval door geen der partijen de grond voor schorsing onder art. 225 lid 1 Rv is ingeroepen, kan het geding mede op naam van de man worden voortgezet. 4 Eerdere aanvang schuldsaneringsregeling
- Strafrecht overigConclusie AG: Art. 198 Sr, feitelijke leidinggeven aan onttrekken aan door de fiscus gelegd bodembeslag…
Parket bij de Hoge Raad|5 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:201
Conclusie AG: Art. 198 Sr, feitelijke leidinggeven aan onttrekken aan door de fiscus gelegd bodembeslag begaan door een rechtspersoon. De rechtspersoon (een derde, niet zijnde de belastingplichtige) verkoopt en levert aan een ander haar in eigendom toebehorende roerende zaken (machinepark) waarop bodembeslag van de…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.