Zoekresultaten

Voor “"1 EVRM"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

25 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad16 november 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD5493

    Nr. C 00/142 HR Mr. M.R. Mok Zitting 16 maart 2001 Conclusie inzake NEDERLANDSE VAKBOND VAN VARKENSHOUDERS en 14 anderen tegen DE STAAT (ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) Edelhoogachtbaar college, 1. HET VARKENSMESTPROBLEEM 1.1. In de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft de Nederlandse overheid een…

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad27 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2314

    worden aangemerkt als het instellen van een strafvervolging in de zin van art. 6, lid 1, EVRM,(2) zodat voor degene aan wie een dergelijke verhoging wordt opgelegd, de waarborgen … EVRM gelden. In de eis van een fair hearing, neergelegd in art. 6, lid 1, EVRM, ligt besloten het recht van een ieder "charged with a criminal offence (...) to remain silent

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad10 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB0963

    Voorzover het middel erover klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in de cassatiefase is geschonden, is het dus terecht voorgesteld.(2) 4.3. Een overschrijding … Hoge Raad bij een vergelijkbare termijn van acht maanden en elf dagen art. 6 lid 1 EVRM geschonden achtte. Zie voorts HR NJ 2000, 721, m.nt. J.d.H. 3 Vaste rechtspraak. Zie voorts

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD3995

    betreft het medisch tuchtrecht heeft de Hoge Raad beslist dat art. 6 lid 1 EVRM van toepassing is in medische tuchtzaken, omdat daarbij steeds het burgerlijk recht van de beroepsuitoefening … organiseren dat zij in staat zijn te voldoen aan de eisen van art. 6 lid 1 EVRM, zodat organisatorische problemen niet als excuus mogen gelden(14). Daarnaast bepaalt

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad29 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2371

    advocaat wél en die waarin hij geen beroep kan doen op artikel 8 lid 1 EVRM, brengt de door het hof te betrachten voorzichtigheid mee, dat aan WORM slechts inzage c.q. afschrift … hoeverre het zich mede uitstrekt tot de uitspraak zelf. 2.5 Artikel 6 lid 1 EVRM, tweede zin, voorziet in een aantal gevallen waarin een inbreuk op het beginsel van openbaarheid van behandeling

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2776

    Nr. 01012 /00 Mr. Machielse Zitting: 10 april 2001 Conclusie inzake: OM inz. [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij arrest van 4 januari 2000 is verzoeker door het gerechtshof te Amsterdam vrijgesproken van het aan hem primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. 2. Het OM, dat tijdig beroep…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 mei 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2667

    sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, en, zo ja, voor wiens rekening die dient te komen, alsook met welk gevolg

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad30 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2946

    niet met zoveel woorden aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM zou zijn overschreden waaraan het gevolg van de niet-ontvankelijkheid van het OM zou moeten

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 september 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2963

    samenhang met art. 6, lid 1 EVRM. 13. De vergelijking die de stellers van het middel met de onderhavige zaak maken gaat mank. De Opiumwet bevat diverse verboden die al dan niet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1333

    verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. Het hof is tevens van oordeel dat bij afweging van het belang dat de maatschappij heeft

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad23 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB3175

    verzet niet meer als een onpartijdige rechter in de zin van art. 6 lid 1 EVRM kan behandelen. 16. De tweede klacht ziet op het feit dat door de voorzitter is gemeld

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1947

    langer tijdsverloop kunnen rechtvaardigen) een inbreuk oplevert op het in art. 6 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op berechting binnen een redelijke termijn, zal vastgesteld moeten worden - nu daarover wordt geklaagd

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad27 februari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB0262

    eerste lid, EVRM toekomende recht op berechting binnen een redelijke termijn, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het te dezen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 januari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AA9370

    recht op berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, is geschonden. 28. Het middel treft derhalve geen doel. 29. In het vijfde middel wordt geklaagd over

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 december 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD5155

    rechten in art. 6 EVRM en 14 IVBP gegarandeerd dat de ingevolge art. 1 EVRM en art. 2 lid 1 IVBP op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2204

    Grondwet. Het maken van handelsreclame valt namelijk mede onder de bescherming van art. 10 lid 1 EVRM waarin het recht van "freedom of expression" is geregeld. Hieronder moet mede worden geacht

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1332

    verdachte heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. Het hof verwerpt derhalve dit verweer." 3.3. De toelichting op het eerste middel verwijst naar hetgeen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 november 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD4290

    neergelegd recht van [de opgeëiste persoon] heeft voorgedaan die zou meebrengen dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren in de weg staat aan nakoming

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 juli 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2732

    verschoningsrecht van een arts ten grondslag liggende belang al onder de werking van art.8 lid 1 EVRM zou vallen is het de nationale wetgever geoorloofd inbreuk op dat recht verder te beperken

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1331

    verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, -lid 1, EVRM. Het hof is tevens van oordeel dat bij afweging van het belang dat de maatschappij heeft

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.