2.278 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Internationaal privaatrechtIPR. Internationale bevoegdheid. Aansprakelijkheid i.v.m. mededingingsinbreuk in Brazilië. Uitleg van art. 7…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:610
Internationale bevoegdheid. Aansprakelijkheid i.v.m. mededingingsinbreuk in Brazilië. Uitleg van art. 7 lid 1 Rv volgens rechtspraak HvJ EU m.b.t. art. 8 sub 1 Brussel I-bis? Geldt een zelfstandige eis van voorzienbaarheid … geding is de vraag of de Nederlandse rechter op grond van art. 7 lid 1 Rv internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de gevorderde verklaringen voor recht ten aanzien
- Civiel recht overigProcesrecht. Verstekverlening. "Corona-betekening" aan natuurlijke persoon, waarbij niet wordt aangebeld…
Parket bij de Hoge Raad|4 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:442
brievenbus van het woonadres wordt gedaan. Feitelijke onmogelijkheid als bedoeld in art. 47 lid 1 Rv? RIVM-richtlijnen; wetsvoorstel "Verzamelspoedwet COVID-19". PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/01147 … corona-betekening’. Daarmee wordt gedoeld op een betekening op de voet van art. 47 lid 1 Rv (met achterlating van een afschrift van het exploot in een gesloten envelop aan de woonplaats
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Sprongcassatie. WAMCA. Eisen aan procesinleiding in cassatie. Zelfde gebeurtenis als bedoeld in…
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1190
Sprongcassatie. WAMCA. Eisen aan procesinleiding in cassatie. Zelfde gebeurtenis als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv? Heeft verlenging dagvaardingstermijn op grond van art. 1018d lid 2 Rv algemene werking? Kostenveroordeling. PROCUREUR … reeds ingestelde collectieve vordering betrekking heeft, over gelijksoortige feitelijke of rechtsvragen (art. 1018d lid 1 Rv). Deze termijn kan met maximaal drie maanden worden verlengd indien binnen een maand na de aantekening
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) over het begrip belanghebbende in art. 798 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:113Aangehaald in 15 uitspraken
familierecht. Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) over het begrip belanghebbende in art. 798 lid 1 Rv in een zaak over de beëindiging van gezamenlijk ouderlijk gezag. Zaaknr: 17/04701 mr. R.H. de Bock … belang in de zin van de Awb (2.13-2.15); toevoeging tweede volzin art. 798 lid 1 Rv (2.16-2.18); hoger beroep in verzoekschriftprocedures in zaken betreffende het personen- en familierecht, anders
- Internationaal privaatrechtIPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse…
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:123Aangehaald in 6 uitspraken
Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv. Zaaknr: 17/05852 Mr. P. Vlas Zitting … Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om op de voet van art. 7 lid 1 Rv kennis te nemen van vorderingen tegen verschillende gedaagden. Ook komt de vraag aan de orde
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met…
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:162Aangehaald in 7 uitspraken
hofs oordeel dat de vader niet als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv kan worden aangemerkt, als gevolg waarvan voor hem op grond van art. 806 lid 1 … heeft geoordeeld dat de vader niet als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv kan worden aangemerkt in de procedure(s) over de beëindiging van het gezag
- Internationaal privaatrechtArt. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen…
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:95Aangehaald in 6 uitspraken
1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04794. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 18/04764 Zitting … oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is om op de voet van art. 7 lid 1 Rv kennis te nemen van de ingestelde vorderingen. Tegen dit oordeel worden in het principale
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Nietigheid appeldagvaarding. Verhouding art. 66 en 122 Rv. Onredelijke benadeling in de zin van…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2023|ECLI:NL:PHR:2023:484
Verhouding art. 66 en 122 Rv. Onredelijke benadeling in de zin van art. 122 lid 1 Rv. Valt daaronder vertraging in kennisneming van appel? 'Andere persoon'als bedoeld … 1 Rv. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/02723 Zitting 12 mei 2023 CONCLUSIE G. Snijders In de zaak 1. [eiser 1] 2. [eiseres 2] eisers tot cassatie, advocaat
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:45
over de beslissing van het hof dat hij niet als belanghebbende ex artikel 798 lid 1 Rv is aan te merken in de verzoekschriftprocedure waarin de curator machtiging is verleend voor … bespreking, omdat die in de kern klagen over het belanghebbende begrip van artikel 798 lid 1 Rv. 2.3 Subonderdeel 1.1 klaagt dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting
- Internationaal privaatrechtInternationaal Privaatrecht. Procesrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Overeenkomst van juridische…
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1145
Privaatrecht. Procesrecht. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Overeenkomst van juridische dienstverlening; Haviltexmaatstaf. Bevoegdheid ex art. 7 lid 1 Rv (pluraliteit van gedaagden); begrip samenhangende vorderingen; maatstaf. Bevoegdheid inzake onrechtmatige daad (art. 6 onder … vorderingen tegen de feitelijk bestuurder kennis te nemen op grond van art. 7 lid 1 Rv en deze vorderingen toegewezen. Het hof heeft het vonnis op dit punt vernietigd. Volgens
- Internationaal privaatrechtProcesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:225
Bevoegdheid Nederlandse rechter o.g.v. art. 8 sub 1 Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv om kennis te nemen van collectieve actie (mede) tegen buitenlandse gedaagden. Overgangsrecht WAMCA. Samenhang … rechter op grond van art. 8 sub 1 Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv als forum van de Nederlandse ankergedaagde (FCA NL of Stellantis) internationaal bevoegd is om kennis
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen…
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:96
1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04764. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 18/04794 Zitting … oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is om op de voet van art. 7 lid 1 Rv kennis te nemen van de ingestelde vorderingen. Tegen dit oordeel worden in het principale
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:484Aangehaald in 11 uitspraken
betekenen op de voet van art. 54 Rv? Art. 45-47 Rv; art. 54 lid 1 Rv; art. 1:15 BW. Zaaknr: 18/05097 mr. R.H. de Bock Zitting: 9 april 2019 Conclusie … stukken. 3.3 Een exploot levert – als authentieke akte in de zin van art. 157 lid 1 Rv – dwingend bewijs op van hetgeen de deurwaarder daarin binnen de kring van zijn bevoegdheid omtrent
- Civiel recht overigBewijsrecht. Eiser tot cassatie heeft verklaring getekend waarin hij bekent cryptomunten van verweerder in…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2022|ECLI:NL:PHR:2022:654
Rv? Of heeft verklaring (deels) slechts vrije bewijskracht ex art. 158 lid 1 Rv, omdat zij onderhandse schuldbekentenis bevat en niet geheel met de hand is geschreven of een goedschrift bevat? PROCUREUR … voldoening van een geldsom en dus een onderhandse schuldbekentenis betreft, waarop art. 158 lid 1 Rv van toepassing is. Volgens [eiser] heeft zijn verklaring daarom geen dwingende, maar vrije bewijskracht. 1 Feiten
- Burgerlijk procesrechtCassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Procesinleiding niet ondertekend…
Parket bij de Hoge Raad|16 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:902
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Procesinleiding niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Vormt art. 35 lid 4 UAVG uitzondering op art. 426a lid 1 Rv? PROCUREUR-GENERAAL … Subsidiair heeft [verzoeker] de Hoge Raad verzocht te oordelen dat het in art. 426a lid 1 Rv opgenomen vereiste dat de procesinleiding door een advocaat bij de Hoge Raad wordt getekend
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor…
Parket bij de Hoge Raad|27 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:703
Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot (verlenging van) ondertoezichtstelling belanghebbende indien … rechter te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen (art. 279 lid 1 Rv). Het is de rechter, niet de verzoeker, die bepaalt wie tot de kring van belanghebbenden behoort
- Civiel recht overig17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF1568
heeft [eiseres] de cassatiedagvaarding op 29 juli 2002 op de voet van art. 63 lid 1 Rv aan het kantoor van de procureur van verweerders in de vorige instantie, te weten … Betekening van de cassatiedagvaarding aan [verweerster 1] dient op grond van art. 56 lid 1 Rv met inachtneming van het tweede tot en met het vierde lid van dat artikel te geschieden
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Is het hof buiten het toepassingsgebied van art. 332 lid 1 Rv getreden, door de beslissing tot…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:903
Procesrecht. Is het hof buiten het toepassingsgebied van art. 332 lid 1 Rv getreden, door de beslissing tot niet ontvankelijk verklaren niet direct na het aanbrengen van de zaak te nemen, maar … beslissen geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 1.750,-, stond op grond van art. 332 lid 1 Rv geen hoger beroep open tegen het vonnis van de rechtbank. Het cassatiemiddel bevat twee onderdelen. Onderdeel
- Burgerlijk procesrechtBeslag- en executierecht. Levert een schikking ex art. 89 lid 1 Rv die een boetebeding bevat, een…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:580
Beslag- en executierecht. Levert een schikking ex art. 89 lid 1 Rv die een boetebeding bevat, een executoriale titel op voor de beweerdelijk ingevolge dat beding verbeurde boetes? Eisen te stellen … opgenomen in een proces-verbaal van een zitting als bedoeld in art. 89 lid 1 Rv. Volgens die bepaling levert een dergelijk proces-verbaal een executoriale titel op. Naar het hof heeft
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht; leidt niet tijdige naleving van het betekeningsvereiste zoals bedoeld in art. 816 lid 1 Rv tot…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1020
Procesrecht; leidt niet tijdige naleving van het betekeningsvereiste zoals bedoeld in art. 816 lid 1 Rv tot niet-ontvankelijkheid? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/00924 Zitting 29 oktober … vraag of niet tijdige naleving van het betekeningsvereiste zoals bedoeld in art. 816 lid 1 Rv, tot niet-ontvankelijkheid leidt. 1 Feiten en procesverloop Feiten 1.1 De man en de vrouw zijn
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.