57 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/262HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN9077
werd in de literatuur de vraag opgeworpen vraag of de bepaling van art. 213 lid 1 Rv. oud dan wellicht ook in strijd zou kunnen zijn met art. 6 EVRM. Volgens Snijders … Hoge Raad heeft vervolgens op de vraag naar de verhouding tussen art. 213 lid 1 Rv. oud en art. 6 EVRM in het arrest van 31 maart 1995, NJ 1997, 592 m.nt
- Insolventierecht1 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/056HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|1 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AQ8179
Rv., en derhalve nietig is ingevolge het bepaalde in art. 120 lid 1 Rv. [Eiser] is vervolgens op de voet van art. 121 lid 2 Rv. in de gelegenheid gesteld het gebrek … juni 2002 waarin de rechtbank op de voet van de wisselbepaling in art. 69 lid 1 Rv. [Eiser] in de gelegenheid heeft gesteld de vennootschappen G.M.L. Holding B.V. en Glasmaatschappij
- Civiel recht overig30 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/024HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8490
Bespreking van de cassatiemiddelen Inleiding(6) 2.1 Het in deze zaak toepasselijke art. 165 lid 1 Rv. stelt evenals art. 191 lid 1 Rv. oud, de getuigplicht van een ieder voorop. Door … voor het geval het beroep op verschoningsrecht van een getuige wordt afgewezen. Art. 358 lid 1 Rv. doet daar niet aan af, omdat het geen antwoord geeft op de vraag voor
- Civiel recht overig9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/102HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO6919
rechtbank, onder verwerping van de exceptie van onbevoegdheid als bedoeld in art. 1022 lid 1 Rv (onbevoegdheid van de gewone rechter op grond van een overeenkomst tot arbitrage), zich bevoegd heeft verklaard … bestreden arrest van het Hof is een tussenarrest in de zin van art. 232 lid 1 Rv. Het Hof heeft in zijn arrest immers nog niet definitief over de zaak beslist
- Civiel recht overig9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/079HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: OZ EXPORT…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO7817
getuigenbewijsaanbod dat voldoende gespecificeerd en ter zake dienend is, op grond van art. 166 lid 1 Rv in beginsel moet worden gehonoreerd.(4) Zo mag een bewijsaanbod niet worden gepasseerd vanwege
- Civiel recht overig25 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/072HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP1272
deskundigenonderzoek zijn de wettelijke bepalingen omtrent het deskundigenonderzoek van overeenkomstige toepassing; zie art. 205 lid 1 Rv (art. 230 oud Rv). Indien alle partijen bij de verrichting aanwezig zijn geweest hebben … welke op de gewone wijze in een aanhangig geding hebben plaatsgehad; zie art. 207 lid 1 Rv (art. 232 oud Rv). II. door een partij aangewezen deskundigen: (c) Een partij kan zelf
- Personen- en familierecht18 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/079HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|18 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP0963
daaraan stelt. De wet stelt immers in de artikelen 359 Rv jo 278 lid 1 Rv tot eis dat het appelschrift een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop … gronden te worden vermeld waarop het hoger beroep rust (art. 359 en 278 lid 1 Rv.)(5). Achtergrond van deze eis is dat een appellant aan de rechter en de verweerder
- Civiel recht overig4 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/003HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO5667
gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding moeten worden ingesteld. De voormelde brief van 14 oktober 2003 is geen dagvaarding … uitspraak is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. De voormelde brief
- Civiel recht overig29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP4504
29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. ABN-AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTERS in cassatie,…
- Personen- en familierecht12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/065HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de…
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR1235
zoon te aanvaarden. 3 Hier geldt een cassatietermijn van 3 maanden (art. 426 lid 1 Rv; zie voor de appeltermijn: art. 806 lid 1 Rv). Cassatieberoep is niet op grond
- Civiel recht overig11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/034HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: De…
Parket bij de Hoge Raad|11 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO7733
ontvankelijkheidsverweer gereageerd. 2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep 2.1. Art. 426 lid 1 Rv bepaalt dat tegen beschikkingen op rekest beroep in cassatie kan worden ingesteld door degenen … volgt dat een persoon of rechtspersoon is verschenen in de zin van art. 426 lid 1 Rv indien hij een verweerschrift heeft ingediend of ter terechtzitting is gehoord
- Personen- en familierecht24 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/137HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR6162
bedoeld in art. 822 Rv. Tegen een dergelijke beschikking staan krachtens art. 824 lid 1 Rv. geen hogere voorzieningen open, behoudens cassatie in het belang der wet. Volgens het cassatiemiddel meent … Rv. (wijziging beschikking voorlopige voorzieningen). Wat daar van zij, op grond van art. 824 lid 1 Rv. staat ook tegen een dergelijke wijzigingsbeschikking geen hogere voorziening open, behoudens cassatie in het belang
- Civiel recht overig7 mei 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/062 HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4225
ontvangen, nu door Sparkasse bij het verweerschrift niet op de voet van art. 427 lid 1 Rv (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep is ingesteld. 5. [Verzoekster] kan niettegenstaande … Verdrag gestelde termijn voor verzet reeds is verstreken (zie het slot van art. 69 lid 1 Rv) - alsnog de wederpartij te dagvaarden, terwijl in de verdragsluitende staten wier nationale procesrecht geen bepaling
- Civiel recht overig17 december 2004 Eerste Kamer Nrs. C04/064HR en C04/100HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaken…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR3170
onbevoegd heeft verklaard en de zaak naar een lagere rechter heeft verwezen (art. 75 lid 1 Rv.). 6 W. Heemskerk, Hoe zit het met...tussentijds beroep?, Advocatenblad 2002, p. 478-479 spreekt … arrest waarin de rechter nog niet definitief over de zaak beslist, zie art. 232 lid 1 Rv. en HR 10 oktober
- Personen- en familierecht24 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/021HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4484
rechtbank gehanteerde (en bovendien bij de wettelijke regeling (van art. 827 jo art. 826 lid 1 Rv.) aansluitende(14)) ingangsdatum. Dat kan de vrouw voor een (onaangename) verrassing hebben geplaatst, maar … februari 2004 ingediend, en dus binnen de termijn van drie maanden van art. 426 lid 1 Rv. 6 Het was dus niet zo dat de appelrechter zelf een (afwijkende) ingangsdatum vaststelde
- Civiel recht overig17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C04/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR3168
Raad met betrekking tot de rechtsfiguur tussenarrest het volgende overwogen(4): "Uit art. 232 lid 1 Rv, inhoudende dat de rechter, voordat hij definitief over de zaak beslist, een tussenvonnis kan wijzen … rechter nog niet definitief over de zaak beslist. Met het bepaalde in art. 232 lid 1 Rv is niet een breuk beoogd met de vaste rechtspraak volgens welke onder een eindvonnis
- Personen- en familierecht19 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/142HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|19 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR2395
ondersteunen. Het principaal beroep 5. Middel I klaagt erover dat het hof art. 358 lid 1 Rv heeft geschonden. Het middel betoogt daartoe dat het hof geheel is voorbij gegaan … begrijpelijke en toereikende verwerping van de stelling van de vader. De in art. 358 lid 1 Rv neergelegde regel dat de verzoeker of belanghebbende die berust zal hebben in een eindbeschikking niet
- Civiel recht overig6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/178HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|6 februari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8069
zake. 2.8 De hiervoor genoemde vaste rechtspraak is thans gecodificeerd in art. 332 lid 1 Rv. waarin tot uitdrukking is gebracht dat de appellabiliteit wordt bepaald door de vordering waarover de rechter … Besluit van 9 november 1998, Stb. 624. Zie thans art. 332 lid 1 Rv
- Civiel recht overig24 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/017HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4980
verzoeker] op dat punt als vaststaand moeten aannemen. Dat blijkt uit art. 149 lid 1 Rv, zoals het hof ook met juistheid heeft vastgesteld. [verzoeker] moge er - zoals het middel aanvoert - "sowieso … oordeel over proceskosten (zeker als dat aansluit bij de "hoofdregel" van art. 237 lid 1 Rv), geen inhoudelijke motivering(20). Bovendien lijkt mij duidelijk waarom het hof anders heeft geoordeeld
- Personen- en familierecht23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4611
verschaft, merk ik het volgende op. Het hof heeft toepassing gegeven aan art. 809 lid 1 Rv en heeft de minderjarige gelegenheid gegeven om buiten aanwezigheid van partijen haar mening over … fase was reeds gepasseerd: de ouders waren al van het gezag ontheven. Art. 810 lid 1 Rv verleent de rechter de bevoegdheid om het advies van de Raad voor de kinderbescherming
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.