13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHuurrecht. Procesrecht; art. 137 Rv. Cassatie; art. 407 lid 2 Rv; eisen waaraan middel moet voldoen…
Parket bij de Hoge Raad|5 november 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BN6196
Huurrecht. Procesrecht; art. 137 Rv. Cassatie; art. 407 lid 2 Rv; eisen waaraan middel moet voldoen; uitzondering indien het een rechtsklacht betreft en zonder meer duidelijk is waarin onjuistheid bestreden rechtsopvatting … december 2008, waarin het hof als volgt heeft geoordeeld: tussenarrest "4.2 (...) Op grond van art. 137 Rv moet een eis in reconventie dadelijk bij conclusie van antwoord worden ingesteld. Naar het oordeel
- Civiel recht overigArbeidsgeschil over achterstallig salaris na ontbinding van arbeidsovereenkomst (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|21 september 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA6237
derhalve." 2.2 Het middel klaagt dat deze rechtsoverweging onbegrijpelijk is en in strijd met art. 137 Rv. Betoogd wordt dat de eis in reconventie ingevolge art. 137 Rv. dadelijk bij het antwoord … vordering en ten slotte op de voet van art. 111 lid 3 Rv. - waarnaar art. 137 Rv. verwijst - melding moet maken van de eerder tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Aanvangsmoment verzettermijn. Reconventie. Heeft de bij verstek veroordeelde partij die pas…
Parket bij de Hoge Raad|1 oktober 2021|ECLI:NL:PHR:2021:918
Procesrecht. Aanvangsmoment verzettermijn. Reconventie. Heeft de bij verstek veroordeelde partij die pas bekend raakt met het verstekvonnis als de verzettermijn al voor de helft verstreken is, recht op een volledige verzettermijn van vier weken dan wel op een ‘terme de grace’, of moet de resterende termijn van…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2438
wederpartij zelf of aan haar woonplaats(6). Procespartijen worden ingevolge de art. 133 en 137 Rv. - welke bepalingen op grond van art. 353 Rv. ook in hoger beroep van toepassing zijn - geacht … Rv. 3.4 De (stilzwijgende) domiciliekeuze op grond van de art. 133 en 137 Rv. geldt slechts voor de instantie waarin de procureur zijn cliënt te vertegenwoordigen had, zodat deze na cassatie
- Civiel recht overigPrejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak…
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:76
behandelen als een vordering in reconventie, met als gevolg dat zij in verband met art. 137 Rv na antwoord niet meer mogelijk is, tenzij bij antwoord reeds een ándere vordering in reconventie
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Door vof op eigen naam ingestelde vordering; vordering in reconventie tegen afzonderlijke…
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1331
reconventie moet meteen bij de conclusie van antwoord worden ingesteld (art. 137 Rv) en kan niet voor het eerst in hoger beroep worden ingesteld (art. 353 lid 1 Rv
- Civiel recht overigProcesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen tussenarrest waarin een comparitie is gelast.
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY9681
omdat die vordering voor het eerst in appel, en dus niet overeenkomstig art. 136 en 137 Rv. dadelijk bij het antwoord in de eerste aanleg was ingesteld); en heeft
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik…
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1175
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik; art. 7:296 BW.
- Civiel recht overig28 november 2003 Eerste Kamer Nr. C02/200HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ACHMEA…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AM2314
advocaat houdt - anders dan voor het optreden als procureur geldt ingevolge de artikelen 133 en 137 Rv. - nog geen woonplaatskeuze in. Zoals in de memorie van antwoord
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|24 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD9713
Nr. 36.247 mr P.J. Wattel Derde Kamer A Inkomstenbelasting 1993 Conclusie in de zaak: X tegen de Staatssecretaris van Financiën 24 januari 2002 1. Feiten en procesverloop 1.1 De belanghebbende drijft sedert 1993 als advocaat en belastingadviseur een onderneming. Tot het vermogen van die onderneming behoort onder meer…
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoorziene omstandigheden; afwijzing…
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY8286
Art. 81 lid 1 RO. Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoorziene omstandigheden; afwijzing vordering tot schadeloosstelling huurder.
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9716
Nr 36.504 mr P.J. Wattel Derde Kamer A Inkomstenbelasting 1993 Conclusie in de zaak: X tegen de Staatssecretaris van Financiën 24 januari 2002 1 Feiten en procesverloop 1.1 De belanghebbende dreef tot 1 januari 1994 met zijn echtgenote een handelsonderneming in kantoormeubelen in een vennootschap onder firma.…
- BelastingrechtBelanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A]…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2680
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31 december 1994 heeft [A] het…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.