11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3598
onjuiste rechtsopvatting, aangezien de zienswijze van het Hof in strijd is met art. 8 en 14 EVRM. Althans is volgens het middel de beslissing van het Hof in het licht van deze … geslaagd beroep op strijd van art. 1:394 BW met art. 8 jo. art. 14 EVRM is in de eerste plaats vereist dat sprake is van "family life
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2789
niet als strijdig met art. 26 IVBPR en/of de artt. 8 en 14 EVRM valt aan te merken. De daarop voortbouwende motiveringsklacht betoogt dat voorzover het hof heeft aangenomen dat de situatie … toetste aan artikel 26 IVBPR, maar ook en met name aan de artt. 8 jo 14 EVRM, welke verschillen evenwel niet tot een andere beslissing kunnen leiden. Het in deze zaak aangevoerde
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3115
Nr. 35.435 Mr Van den Berge Derde Kamer B Successie Parket, 25 oktober 2000 Conclusie inzake: X-1, X-2, X-3(1) tegen de Staatssecretaris van Financiën Edelhoogachtbaar College, 1. Inleiding 1.1. In 1983 is opgericht de besloten vennootschap A B.V. (de Pensioen-B.V.). De Pensioen-B.V. heeft tot doel de verzorging van…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3110
valt naar mijn mening geen bevredigende verklaring te geven. 2.7. Art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM bevatten een verbod tot het - zonder grond - ongelijk behandelen van gelijke gevallen. De gedachte … andere erfrechtelijke verkrijgers. Hierin zie ik een schending van art. 26 IVBPR en 14 EVRM. Voorzover in de middelen III en V hetzelfde wordt betoogd, acht ik deze middelen gegrond. 4.4.2. Gegrond
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|28 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0286
verband met de van ambtswege uit te voeren toets aan art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM (zie 7.20). 4.6. Het antwoord op de vraag of terugwerkende kracht noodzakelijk was, hangt
- BelastingrechtDrielandenpuntarrest. Dividendbelasting. Artikel 34, lid 2, BRK; dubbele vestigingsplaats. Artikel 4, lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|28 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0296
Drielandenpuntarrest. Dividendbelasting. Artikel 34, lid 2, BRK; dubbele vestigingsplaats. Artikel 4, lid 1, Verdrag Nederland-België; volledige onderworpenheid. Artikel 10, lid 1, Verdrag Nederland-België; inwoner.
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|21 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC8110
wetgever inbreuk heeft gemaakt op het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR, respectievelijk artikel 14 EVRM, in verbinding met artikel 1 Protocol nr. 1 bij het EVRM, door directiepensioenstichtingen als belanghebbende met ingang … Financiën heeft een verweerschrift ingediend. 2. Middel I; schending van de artikelen 26 IVBPR en 14 EVRM? 2.1. Op de stelling van belanghebbende dat de wetgever in strijd met artikel 26 IVBPR
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0185
Nederlandse Antillen en uitlandige Antilliaanse Nederlanders en zou zij daardoor in strijd zijn met art. 14 EVRM en art. 26 io. art. 2, lid 1, IVBPR. 1.4. Op 17 oktober 1997 hebben … sprake zijn van een discriminatoir onderscheid in de zin van art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM. 3.1.2. Volgens het middel is onbegrijpelijk waarom de redenering die destijds bij de afschaffing
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4920
gehandeld in strijd met art. 2 Universele verklaring van de rechten van de mens, art. 14 EVRM en art. 119 (thans: 141) EG-Verdrag door slechts werknemers tussen … alle (andere) rechten en vrijheden, in de verklaring opgesomd. 2.10 Iets vergelijkbaars geldt voor art. 14 EVRM, waarvan de rechtstreekse werking weliswaar niet behoeft te worden betwijfeld, maar dat "onderscheid op welke
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1062
niet uitsluitend neergelegd in artikel 1 Grondwet 1983, doch tevens neergelegd in bijvoorbeeld artikel 14 EVRM, artikel 26 IVBPR en in de (in 1983 reeds van toepassing zijnde) algemene beginselen van behoorlijk
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|13 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2609
Nr. 35.333 mr Wattel Derde Kamer B Kapitaalsbelasting 1996 9 november 2000 Conclusie inzake: X B.V. tegen de staatssecretaris van Financiën Edelhoogachtbaar College, 1. De feiten en het procesverloop 1.1 X B.V. (hierna: de belanghebbende) is sedert haar oprichting, op 29 december 1995, statutair te Z gevestigd, doch…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.