9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1194
plegen van misdrijven. Tevens is bewezenverklaard de strafverzwarende omstandigheid van het derde lid van art. 140 Sr, dat duidt op een bijzondere kwaliteit van de dader, te weten als zijnde degene … feitelijk leidinggeven anders is dan het karakter van het derde lid van art. 140 Sr.(4) Het feitelijk leidinggeven in art. 51 Sr biedt immers een grondslag voor strafrechtelijke aansprakelijkheid voor gedragingen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5287
leiden dat de verdachte aan de desbetreffende organisatie heeft deelgenomen, in de zin van art. 140 Sr. 4. Onder 1 is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat "hij op tijdstippen … voor het bewezen verklaren van deelneming aan een organisatie in de zin van art. 140 Sr vereist is dat de verdachte heeft beseft dat hij van de desbetreffende organisatie deel uitmaakte
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1182
voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in geval van een veroordeling voor art. 140 Sr de methode van vermogensvergelijking heeft uitgesloten en alleen de "klassieke methode", te weten de berekening
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5651
Raad ook al in HR NJ 1998, 225 uitmaakte, voor een veroordeling van art. 140 Sr vereist is dat de verdachte in zijn algemeenheid weet dat de organisatie tot oogmerk heeft … organisatie gepleegd strafbaar feit, anders dan de strafbare feiten die in de tenlastelegging van art. 140 Sr zijn opgenomen.(3) In het arrest van 5 juni 2001 kon uit de bewijsmiddelen evenwel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AA8405
Strafrecht, 2e druk, p. 536 e.v.; Vgl. HR NJ 1988, 425: bij het in art. 140 Sr omschreven misdrijf gaat het niet om het gepleegd zijn van misdrijven, maar om het oogmerk … voorts de bespreking van de plaats van het misdrijf van art. 140 Sr in H.D. Wolswijk, Locus delicti en rechtsmacht, 1998, p. 168. Wolsdijk bespreekt onder meer de opvatting van Strijards
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5202
waarvan de tekst bij de overgelegde stukken is gevoegd. Deze bepalingen bevatten een met art. 140 Sr overeenstemmende strafbaarstelling. 24. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat de Belgische justitiële autoriteiten … uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, en op de art. 47 en 140 Sr, en dat het beroep voor het overige zal worden verworpen. De Procureur-Generaal
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1512
opgenomen in de dagvaarding van 2 juni 1999 onder hetzelfde parketnummer welke een op art. 140 Sr toegesneden tenlastelegging bevatte. 4. Het Hof heeft dit verweer verworpen en daarbij het volgende overwogen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8863
m.nt. JdH, waarin is beslist dat voor deelneming aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr voldoende is dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3728
niet doorslaggevend, dat bij feit 4 uitsluitend art. 140 Sr wordt vermeld als bepaling waarnaar de tenlastelegging verwijst. Onder de andere tenlastegelegde feiten - die ook alle inhouden dat zij tezamen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.