3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2329
onrechte of tot een te hoog bedrag (...) teruggaaf van belasting is verleend.” Art. 20, lid 2 AWR luidt: “De naheffing geschiedt bij wege van naheffingsaanslag, die wordt opgelegd aan degene
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2576
verstaan 'belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven' (art. 1, leden 1 en 2, AWR). Daarbij zag de eerste zinsnede van art. 3 AWR op toenmalige relatieve competentie-regelingen
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|22 april 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2419
anderzijds nog in 1991 op grond van art. 21, lid 2, AWR, oorspronkelijke tekst, van de verhoging (boete) een bedrag van ƒ 39.240,- terugbetaald. G. . De inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen P (hierna
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.