21 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1182
heeft dus eerder als voorbeeld kunnen dienen voor het huidige art. 36e lid 2 Sr. Artikel 1 onder c WED ging verder dan art. 36e (oud) Sr. Toch zijn er enige interessante … voldoende aanwijzingen bestaan dat deze feiten door de betrokkene zijn begaan (art. 36e lid 2 Sr). Het derde lid van het nieuwe art. 36e Sr gaat zelfs nog verder: indien betrokkene
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5651
omstandigheid waaraan in dit verband geen zelfstandige betekenis dient te worden toegekend. 7.4. Ingevolge art. 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit … deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden.(6) Het hof heeft dus klaarblijkelijk art. 2 Sr relevant geacht en niet art. 5 lid 1 onder 2 Sr. Deze - impliciete - beslissing
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1194
slot wil ik een vergelijking trekken met art. 51 lid 2 onder 2 Sr, waar ook sprake is van "leiding geven". Die vergelijking moet met een zekere omzichtigheid geschieden, omdat het karakter … handelen en is daarom geen verandering van wetgeving in de zin van art. 1 lid 2 Sr. Het hof heeft dus de oude versie van art. 140 lid 3 Sr kunnen toepassen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6252
Douanewet oplevert. 11. Ingevolge het bepaalde in artikel 5, aanhef en eerste lid, onder 2, Sr is de Nederlandse strafwet van toepassing op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt … Duitsland straf is gesteld in de zin van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder 2, Sr. 16. Ook overigens heb ik geen gronden aangetroffen waarop Uw Raad ambtshalve de aangevallen beslissing
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6244
misdrijf van art. 225 lid 1 Sr en/of het eerste misdrijf van art. 225 lid 2 Sr en/of het tweede misdrijf van art. 225 lid 2 Sr. 4.3. De culpavariant heeft alleen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5499
vervallen. Subsidiair kom ik tot het zelfde resultaat langs de weg van artikel 1, lid 2, Sr., waarin bepaald wordt dat bij wijziging van wetgeving de voor de verdachte gunstigste bepaling geldt … Hier is sprake van een wetswijziging in de zin van artikel 1, lid 2, Sr. Met betrekking tot de klachttermijn moet dus het oude recht worden toegepast (zijnde de voor verdachte gunstigste
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8722
kunnen gelden als plaats waar het strafbare feit is begaan, is op grond van art. 2 Sr immers vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de daarvan
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1321
volkomen correct. De Hoge Raad zal evenmin op de voet van art. 1 lid 2 Sr de nieuwe wet kunnen toepassen omdat de wetgever een overgangsregeling heeft getroffen die als volgt luidt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8908
Sr voorwaardelijk opzet begrepen. Ten aanzien van art. 237, aanhef en sub 2', Sr (bigamie) acht de Hoge Raad eveneens op grond van de wetsgeschiedenis onder "weten" voorwaardelijk opzet - hier gericht
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2033
degene die is opgenomen in een instelling genoemd in art. 249 lid 2 onder 2 Sr. Zie HR 14 september 1999, nr. 110.937. Voor art. 249 lid 3 Sr
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8821
Haftbefehl van 22 maart 2001 omschrevene naar Nederlands recht ingevolge artikel 137e, eerste lid, onder 2°, Sr strafbaar is als: "anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving een voorwerp waarin, naar
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9053
Weliswaar kent art. 36f in zijn zesde lid een vergelijkbare bepaling als art. 24d lid 2 Sr, maar die overeenkomst acht ik onvoldoende gewichtig in relatie tot de genoemde verschillen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8950
aanwijzingen voorhanden zijn, een woordkeus die aansluit bij het bepaalde in bedoeld artikel 36e lid 2 (Sr, JWF). Gelet op het specifieke karakter van de veroordeling in de hoofdzaak, deelneming
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4079
gesloten. [Verweerder] heeft een zwaarwichtig belang bij de overdracht omdat haar vennoot [verweerder 2] (sr.) niet over een pensioenvoorziening beschikt. Met de opbrengst van het bedrijf kan hij een pensioenvoorziening bekostigen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9673
ontnemingsregeling ingrijpend gewijzigd. De bevoegdheid van art. 36e lid 2 Sr is verhuisd naar het vierde lid. In art. 577b Sv zijn geen wijzigingen aangebracht die voor de hierboven geformuleerde vragen relevant
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5209
verdachte nu met de gevolgen van die procedure wordt geconfronteerd. Ingevolge artikel 76 lid 2 Sr zal de levenslange gevangenisstraf niet verjaren en deze kan dus ten uitvoer worden gelegd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2642
tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen." 6. Ingevolge art. 37a, eerste lid onder 2, Sr kan de in dat artikel bedoelde last tot ter beschikkingstelling slechts worden gegeven indien
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6981
geen verbazing dat alle strafverzwarende omstandigheden - denk aan art. 44, 140 en 300 lid 2 Sr - moeten worden tenlastegelegd, bewezenverklaard en gekwalificeerd, zoals ook volgt uit HR DD 92.287.(6) Toepasselijkheid
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9557
zijn begaan. Als dat niet het geval zou zijn zou art.5 lid 1 onder 2 Sr buiten spel zijn gezet. De steller van het middel bepleit - begrijpelijkerwijs - een restrictieve uitleg. Subsidiair voert
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9579
Mr Wortel Nr. 02157/99 Besch. en 02156/99 Besch.Conclusie inzake: [Betrokkene=verzoeker] Edelhoogachtbaar College, 1. Door zowel [betrokkene] (hierna te noemen: verzoeker) als door de officier van justitie is cassatie ingesteld tegen - een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 23 juli 1999 waarbij een op grond…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.