Zoekresultaten

Voor “"2 Sv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

24 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad29 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8646

    oorspronkelijke tenlastelegging opgenomen gedraging hetzelfde feit in de zin van art. 313 lid 2 Sv jo art. 68 Sr oplevert als de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging opgenomen gedraging … handelen en de schuld van verdachte dat de gedachte achter de in artt. 313 lid 2 Sv opgenomen beperking, die naar art. 68 Sr verwijst, meebrengt dat de gevorderde wijziging toelaatbaar

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD4921

    voorwerp in beslag is genomen kan van die teruggave afstand doen (art. 116 lid 2 Sv). Ook zonder zo'n afstandsverklaring kan het openbaar ministerie het voorwerp teruggeven aan degene die redelijkerwijs … volgens de taxatie voorafgaand aan de vernietiging - redelijkerwijze zou hebben opgebracht (art. 119 lid 2 Sv). De opbrengst of getaxeerde waarde komt dan in de plaats van het terug te geven voorwerp

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad6 augustus 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE6175

    middelen of omdat een dag voor de uitspraak is bepaald (art. 438 lid 2 Sv). Deze 'administratieve rolzitting' is bij de parlementaire voorbereiding ervan als volgt toegelicht: Met het nieuw voorgestelde … aanvangt, zoals bedoeld in art. 453 lid 1 Sv, met het overeenkomstig art. 438 lid 2 Sv door de rolrechter verwijzen van de zaak naar de meervoudige kamer. Het cassatieberoep

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6257

    ingediend. 3.1. In het eerste middel wordt erover geklaagd dat het hof art. 424 lid 2 Sv heeft geschonden en/of verkeerd toegepast, nu uit de stukken niet blijkt dat de Officier … dagen termijn gebeurd die voor het instellen van een rechtsmiddel open staat. Art. 424 lid 2 Sv, dat uitgaat van de situatie waarin enkel de verdachte in hoger beroep is gekomen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8855

    oorspronkelijke dagvaarding ten grondslag ligt. De rechtbank baseert zich hierbij op artikel 314a lid 2 Sv die uitsluit de laatste volzin van art. 313 lid 2 Sv. In de laatste bepaling … artikel 313 lid 2 Sv wordt aangegeven dat wijziging van de tenlastelegging niet ertoe mag leiden dat de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit, in de zin van artikel 68 Sr zou inhouden

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8856

    oorspronkelijke dagvaarding ten grondslag ligt. De rechtbank baseert zich hierbij op artikel 314a lid 2 Sv die uitsluit de laatste volzin van art. 313 lid 2 Sv. In de laatste bepaling … artikel 313 lid 2 Sv wordt aangegeven dat wijziging van de tenlastelegging niet ertoe mag leiden dat de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit, in de zin van artikel 68 Sr zou inhouden

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE6122

    verzoek was immers gedaan met inachtneming van de termijn voorgeschreven in art. 263 lid 2 Sv en kennelijk bij aangetekend schrijven dat en heeft de advocaat-generaal gelet op zijn reactie tijdig … onderzoek na schorsing op een nadere terechtzitting wordt hervat (art. 321 lid 1 en 2 Sv en art. 415 Sv). 11. Misschien heeft het Hof ten onrechte aangenomen dat art. 288 Sv

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3543

    Blok en Besier zijn van oordeel dat de 'nieuwe bezwaren' van art. 255 lid 2 Sv gelijk moeten worden gesteld met nieuwe bewijsmiddelen(2). Door verscheidene auteurs is dit standpunt echter … inhoud van de verklaring - voldaan zijn aan de (formele) vereisten van art. 255 lid 2 Sv. 's Hofs oordeel, dat de stelling van de raadsman dat de verklaring van de april-getuige

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6214

    schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie. 3.1. Het eerste middel klaagt dat art.409 lid 2 Sv is geschonden omdat de aanzegging van het appel vanwege de officier van justitie niet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8940

    niet kan worden aangemerkt als een middel van cassatie als bedoeld in art. 437 lid 2 Sv (HR 10 juli 2001, NJ 2001, 605 rov. 3.1.). Ten overvloede merk

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9087

    niet blijkt van een omstandigheid als bedoeld in art. 432 lid 1 of lid 2 Sv. Dat betekent dat toch een verstekmededeling had moeten uitgaan. 7. De hiervoor onder

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8883

    plaatsgevonden. 7. Redactie en inhoud van het vonnis dat op de in art. 378 lid 2 Sv voorziene wijze wordt aangetekend zijn geregeld in de 'Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2927

    zeer beperkte mogelijkheden voor verweer tegen verlening van verlof als bedoeld in art. 552p lid 2 Sv. Die mogelijkheden zullen gezocht moeten worden in verdragsbepalingen, indien het rechtshulpverzoek op basis

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7634

    advocaat, kan laten vertegenwoordigen (artikel 48, eerste lid, WED in samenhang met artikel 398, onder 2°, Sv). In hoger beroep biedt de wet die mogelijkheid voor de verdachte niet, zoals

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8950

    heeft gedaan, zijn het sequeel van de verzoeken die hij krachtens art. 263 lid 2 Sv op 20 oktober 1997 aan de Advocaat-Generaal richtte. Zowel de Advocaat-Generaal

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad16 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8878

    waarop het hof op grond van art. 358 lid 3 Sv en art. 359 lid 2 Sv jo. art. 415 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad1 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE5209

    hoogte van het feit dat er nog een rechtsmiddel openstond. Hoewel artikel 399 lid 2 Sv - in verband met aanvang van de termijn waarbinnen verzet kan worden ingesteld - slechts eist dat sprake

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE5618

    tolk in de zin van art. 275 Sv heeft opgetreden.(7) Art. 276 lid 2 Sv is derhalve op de onderhavige situatie niet van toepassing. Voorzover in het middel op dat artikel

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2126

    Deze klacht niet kan gelden als een cassatiemiddel in de zin van art. 437 lid 2 Sv, nu slechts wordt geklaagd over schending van wettelijke voorschriften zonder dat wordt aangegeven waarin

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD8086

    ogen heeft gestaan en waarvan de wetgever slechts afwijking in de in art. 327a lid 2 Sv genoemde gevallen heeft voorgeschreven, meebrengt dat als regel vonnis en proces-verbaal eerst drie

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.