26 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtArt. 2.14, 5.3, 6.2 en 6.38 Wet IB 2001. Verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen (giften) vormt…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD9217
standpunt in overeenstemming is met de tekst van het eerste lid van artikel 2.14 Wet IB 2001. Genoemde bepaling ziet niet op samenloop van voordelen (in casu de betaling van de jaarlijkse … voortvloeit en niet op de bron zelf. Voorts lijkt het tweede lid van artikel 2.14 Wet IB 2001 slechts te zijn opgenomen om toedeling van hetzelfde vermogensbestanddeel (als bron) aan de verschillende
- BelastingrechtPensioen voormalig griffier Internationaal Gerechtshof; vrijstelling?, Statuut van het IGH art. 32, lid 8…
Parket bij de Hoge Raad|16 januari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BF7264
fiscaal onzuiver pensioen van een internationale organisatie: art. 11, lid 1, letter g, art. 2.14 Wet IB 2001, wetswijziging met terugwerkende kracht, compensatie van verlaging heffing in box 1 met corresponderende verhoging
- BelastingrechtArt. 2.14, 3.119a, 10bis.1, 10bis.9 Wet IB 2001. Bestaande eigenwoningschuld. Verhouding rangorderegeling tot…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1403
overzicht 1.1 Deze zaak gaat over de verhouding tussen de rangorderegeling in art. 2.14 Wet IB 2001 en het overgangsrecht in hoofdstuk 10bis Wet IB 2001 dat is getroffen voor bestaande eigenwoningschulden … neerkomt dat de Rechtbank een onjuiste toepassing heeft gegeven aan de rangorderegeling van art. 2.14 Wet IB 2001 en het overgangsrecht zoals opgenomen in art. 10bis.1 Wet IB 2001. 2.10 De toelichting
- BelastingrechtIn Nederland wonende grensarbeider, wiens in België gevestigde werkgever niet ingevolge de Wet-LB…
Parket bij de Hoge Raad|20 juni 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC4763
werkzaamheden in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001. De rangorderegeling in artikel 2.14 Wet IB 2001 verhindert dit. 3. Privé-gebruik van de (door een buitenlandse werkgever) ter beschikking gestelde … artikel 3.90 Wet IB 2001. Ook op basis van de rangorderegeling in artikel 2.14 Wet IB 2001 kan het voordeel dus niet alsnog worden belast als een resultaat uit overige werkzaamheden
- BelastingrechtVN pensioenuitkeringen. Weigering van een ambtshalve vermindering. Is sprake van nieuwe jurisprudentie?…
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:102Aangehaald in 6 uitspraken
Invoeringswet op grond van haar strekking voorgaat boven de algemene rangorderegeling van art. 2.14 Wet IB 2001. Van belang is de betekenis die de Hoge Raad in het arrest van 18 oktober
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of het in een Liechtensteinse Stiftung…
Parket bij de Hoge Raad|18 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:842
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of het in een Liechtensteinse Stiftung ingebrachte vermogen kwalificeert als een APV in de zin van artikel 2.14a, lid 2, Wet IB 2001, en of dit vermogen aan belanghebbende moet worden toegerekend. De vader van belanghebbende heeft in 2007 een Stiftung…
- BelastingrechtWet IB 2001. Inkomsten uit trust. Box 1 of box 3?
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AY5991
Wet IB 2001. Inkomsten uit trust. Box 1 of box 3? Nr
- BelastingrechtArt. 5.3, lid 3, Wet IB 2001 (tekst tot 30 december 2009). Alimentatieverplichtingen jegens ex-echtgenote en…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO0403
Art. 5.3, lid 3, Wet IB 2001 (tekst tot 30 december 2009
- BelastingrechtArt. 3.101 en 3.104 Wet IB 2001. Is de bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) belastbaar als periodieke…
Parket bij de Hoge Raad|28 augustus 2026|ECLI:NL:PHR:2026:824
aanspraak op de BIV). Middel 1 faalt daarom. - (8.34-8.37) De rangorderegeling van art. 2.14 Wet IB 2001 staat – anders dan middel 3 betoogt – niet eraan … gericht tegen rov. 4.12 met het betoog dat de rangorderegeling van art. 2.14 Wet IB 2001 eraan in de weg staat om de BIV als publiekrechtelijke periodieke uitkering in de heffing
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1234Aangehaald in 5 uitspraken
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een Liechtensteinse Stiftung afgezonderde vermogen, moet worden aangemerkt als discretionair vermogen, zodat dit na overlijden van de moeder moet worden toegerekend aan belanghebbende, als erfgenaam, op grond van artikel 16…
- BelastingrechtWettelijke handelsrente over vordering: ROW?; art. 3:94 Wet IB 2001 Het gaat in deze zaak om de toerekening…
Parket bij de Hoge Raad|10 november 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1011
desbetreffende belastbare inkomen.” 4.2 Vervolgens wordt in het tweede lid van art. 2.14 Wet IB 2001 meer specifiek bepaald: “Voorzover vermogensbestanddelen inkomen, al dan niet vrijgesteld, uit werk en woning
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00395, alsmede in de samenhangende zaak met…
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1435Aangehaald in 5 uitspraken
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00395, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00397. In cassatie is in geschil of de Inspecteur de beschikkingen VAR-wuo terecht heeft herzien in beschikkingen VAR-loon. In het bijzonder betreft het geschil de vragen of i) het Hof op de juiste…
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Vormen werkzaamheden waarvoor vergoeding wordt betaald uit persoonsgebonden budget aan…
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AY3626
laatste twee merkt Freudenthal op dat deze meer samenhangen met de rangorderegeling in artikel 2.14 Wet IB 2001 dan dat deze als specifiek bronkenmerk zijn aan te merken. 5.3. Voor deze conclusie
- BelastingrechtAmbtshalve is de vraag gerezen of de resterende termijnen van uitkeringen uit aanspraken ter zake waarvan…
Parket bij de Hoge Raad|8 mei 2018|ECLI:NL:PHR:2018:493
artikel 3.107, lid 2, Wet IB 2001 is de rangorderegeling zoals neergelegd in artikel 2.14 Wet IB 2001 lid 2, Wet IB niet van toepassing op het recht waaruit deze uitkeringen voortvloeien
- BelastingrechtAmbtshalve is de vraag gerezen of de resterende termijnen van uitkeringen uit aanspraken ter zake waarvan…
Parket bij de Hoge Raad|8 mei 2018|ECLI:NL:PHR:2018:494
artikel 3.107, lid 2, Wet IB 2001 is de rangorderegeling zoals neergelegd in artikel 2.14 Wet IB 2001 lid 2, Wet IB niet van toepassing op het recht waaruit deze uitkeringen voortvloeien
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00397, alsmede in de samenhangende zaak met…
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1438
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00397, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00395. In cassatie is in geschil of de Inspecteur de beschikkingen VAR-wuo terecht heeft herzien in beschikkingen VAR-loon. In het bijzonder betreft het geschil de vragen of i) het Hof op de juiste…
- BelastingrechtArt. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en 19d Wet LB. Op grond van welke bepaling in de Wet IB 2001…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:891
Art. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00697, alsmede in de samenhangende zaak met…
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:160
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00697, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00698. In cassatie is in geschil of de waarborgen van artikelen 6 en 7 EVRM en artikel 1 EP EVRM moeten worden toegepast met het oog de belastingheffing ter zake van de afkoop van zijn lijfrente en de in…
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00698, alsmede in de samenhangende zaak met…
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:159
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00698, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00697. In cassatie is in geschil of de waarborgen van artikelen 6 en 7 EVRM en artikel 1 EP EVRM moeten worden toegepast met het oog de belastingheffing ter zake van de afkoop van zijn lijfrente en de in…
- BelastingrechtA-G Niessen heeft een conclusie genomen over de vraag of de aftrekbeperking van art. 3.14, eerste lid, aanhef…
Parket bij de Hoge Raad|22 augustus 2019|ECLI:NL:PHR:2019:828
A-G Niessen heeft een conclusie genomen over de vraag of de aftrekbeperking van art. 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet IB 2001 een ontoelaatbare dubbele bestraffing (ne bis in idem) voor belanghebbende meebrengt, nu belanghebbende reeds strafrechtelijk is veroordeeld. Belanghebbende is onherroepelijk…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.