22 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Incident tot voeging in hoger beroep. Tijdstip waarop vordering tot voeging moet worden…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:279
Incident tot voeging in hoger beroep. Tijdstip waarop vordering tot voeging moet worden ingesteld (art. 218 Rv); belang bij voeging (art. 217 Rv). Zaaknr: 16/02774 mr. P. Vlas Zitting: 31 maart … partij te mogen voegen in een tussen andere partijen aanhangig geding dient ingevolge art. 218 Rv te worden ingesteld bij incidentele conclusie (in eerste aanleg) of memorie (in hoger beroep) vóór
- Civiel recht overigProcesrecht. Vordering tot voeging of tussenkomst. Art. 217 Rv. Maatstaf; eisen van goede procesorde…
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2014|ECLI:NL:PHR:2014:7
tussenkomst in verband met gevolgen uitspraak hoofdzaak? Vordering tot voeging ingesteld binnen termijn art. 218 Rv. Gronden voor afwijzing. Slagende motiveringsklachten. Voldoende belang bij vordering tot voeging? HR 6 september 2013, ECLI … later instelt dan op de roldatum van de laatste conclusie in het aanhangige geding (art. 218 Rv.) - afgezien van misbruik van recht waarvan in het onderhavige geval geen sprake is - steeds moet
- Burgerlijk procesrechtVordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Vordering tijdig ingesteld nadat tegen verweerder in…
Parket bij de Hoge Raad|24 oktober 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1149
Rv). Vordering tijdig ingesteld nadat tegen verweerder in cassatie verstek is verleend? Toepassing art. 218 Rv in cassatie. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 25/01812 Zitting 24 oktober … conclusie bevat de Derde Afdeling van Titel 11 van Boek 1 Rv geen bepalingen. Art. 218 Rv bepaalt voor de procedure in eerste aanleg en hoger beroep
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie (art. 217 Rv); vereisten; belang bij voeging?
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:167
Rv is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld , is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede … 2015/295, JBPR 2015/64, m.nt. M.O.J. de Folter ( TenneT/ABB, Alstrom/ABB ), rov. 3.2. Op grond van art. 218 Rv moet de vordering tot voeging worden ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Stuit voeging in cassatie af op omstandigheid dat…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1008
bevat de Derde Afdeling van Titel 11 van Boek 1 Rv geen bepalingen. Hoewel art. 218 Rv niet uitdrukkelijk in art. 418a Rv van toepassing is verklaard in cassatie, kan deze bepaling … evenals art. 217 Rv) analogisch worden toegepast. Art. 218 Rv bepaalt dat de vordering tot voeging moet worden ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie
- Civiel recht overigKlimaatzaak Milieudefensie c.s./Shell. Vordering van derde om zich in cassatie te mogen voegen aan de zijde…
Parket bij de Hoge Raad|20 juni 2025|ECLI:NL:PHR:2025:695
Klimaatzaak Milieudefensie c.s./Shell. Vordering van derde om zich in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Shell. Toetsingskader. Art. 3:305a BW. Art. 217 Rv.
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Procesrecht. Subjectieve cumulatie en voortzetting geding ex art. 29 Fw door betwistende…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1148
partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Deze vordering wordt volgens art. 218 Rv ingesteld bij incidentele conclusie. De regeling van voeging is in art. 418a Rv niet
- Civiel recht overigProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut bij voeging in procedure…
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:999
2008/168. In gelijke zin J.H. van Dam-Lely, T&C Rv, commentaar op art. 218 Rv, aant. 2.b. Zie o.a HR 28 maart 2014, ECLI … juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, NJ 2015/295, rov. 3.2. Art. 218 Rv bepaalt dat de vordering tot voeging wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop
- Civiel recht overigIncidentele vordering tot voeging. Vereisten voor voeging (art. 217 Rv). Precedentwerking.
Parket bij de Hoge Raad|19 februari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:154
Rv). Een dergelijke vordering kan ook (voor het eerst) in cassatie worden ingesteld. Art. 218 Rv schrijft vervolgens voor dat de vordering tot voeging wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór … belang is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede
- Civiel recht overigProcesrecht. Voeging, art. 217 Rv. Belang (HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, NJ 2015/295).
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1131
zich in deze cassatieprocedure te voegen. 8. Tot slot wijs ik erop dat in art. 218 Rv is bepaald dat de vordering tot voeging (resp. tot tussenkomst) wordt ingesteld bij incidentele conclusie … aanhangige geding wordt genomen. In het onderhavige geval is aan de eis van art. 218 Rv voldaan, nu de conclusie tot voeging in cassatie door de Staat is ingediend op de eerste
- Civiel recht overigProcesrecht. Incident tot voeging, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut en Staat bij voeging in procedure…
Parket bij de Hoge Raad|16 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1335
vereiste van art. 217 Rv is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin … incident voorliggende vraag vermeld ik alleen het procesverloop in cassatie. Art. 218 Rv bepaalt dat de vordering tot voeging wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste
- Civiel recht overigProcesrecht. Incidentele vordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Belang (HR 28 maart 2014…
Parket bij de Hoge Raad|3 april 2015|ECLI:NL:PHR:2015:413
voegen. Indien aan deze eis is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin
- Civiel recht overigProcesrecht. Verstekprocedure waarin een derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt…
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:249
belang is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede
- Civiel recht overigProcesrecht. Voeging in hoger beroep van partij die al in eerste aanleg gevoegde partij was. Vervolg van HR 3…
Parket bij de Hoge Raad|2 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:915
Lely, Procederen bij dagvaarding in eerste aanleg, 2011, nr. 9.7.5; Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, art. 218 Rv, aant. 6 (G. Snijders). Dit is anders als de gevoegde partij een zelfstandig belang heeft
- Civiel recht overigEnquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|25 mei 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW0242
roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen (art. 218 Rv.)(7). 2.8 In geval van voeging schaart de derde zich aan de zijde van één van beide partijen
- Civiel recht overigProcesrecht. Vrijwaringszaak; gelijktijdige afdoening met hoofdzaak indien daarin nog schadestaat volgt? Art…
Parket bij de Hoge Raad|9 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:509
Procesrecht. Vrijwaringszaak; gelijktijdige afdoening met hoofdzaak indien daarin nog schadestaat volgt? Art. 215 Rv. Samenhang met 16/02745 (hoofdzaak).
- OmgevingsrechtNr. 1404 25 juni 2004 Za gewezen in de zaak van 1. [eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiser…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO8023
dergelijke conclusie bestond tot het moment van het nemen van de laatste conclusie (artikel 218 Rv.). [Eisers] is echter niet tussengekomen in het geding bij de Rechtbank, al heeft zij wel deelgenomen
- Civiel recht overigVrouwenstandpunt SGP t.a.v. passief kiesrecht vrouwen voor gekozen algemeen vertegenwoordigende…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BK4549
roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen; zie art. 217 - 218 Rv. Deze bepalingen zijn ingevolge art. 353 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een…
Parket bij de Hoge Raad|1 september 2023|ECLI:NL:PHR:2023:754
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omvang gebondenheid aan vonnis (o.m. art.…
- Civiel recht overig29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP4504
AmRo heeft daarop bij "incidentele memorie tot voeging in een incidenteel appel ex art. 218 Rv." gevraagd haar toe te laten als gevoegde partij aan de zijde van [verweerster 1], teneinde
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.