3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Stuit voeging in cassatie af op omstandigheid dat…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1008
bevat de Derde Afdeling van Titel 11 van Boek 1 Rv geen bepalingen. Hoewel art. 218 Rv niet uitdrukkelijk in art. 418a Rv van toepassing is verklaard in cassatie, kan deze bepaling … evenals art. 217 Rv) analogisch worden toegepast. Art. 218 Rv bepaalt dat de vordering tot voeging moet worden ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie
- Civiel recht overigProcesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut bij voeging in procedure…
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:999
2008/168. In gelijke zin J.H. van Dam-Lely, T&C Rv, commentaar op art. 218 Rv, aant. 2.b. Zie o.a HR 28 maart 2014, ECLI … juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, NJ 2015/295, rov. 3.2. Art. 218 Rv bepaalt dat de vordering tot voeging wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop
- Civiel recht overigProcesrecht. Verstekprocedure waarin een derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt…
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:249
belang is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.