26 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- GoederenrechtArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Eigendomsverkrijging van een perceel grond door verjaring? Art. 3:105 BW…
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1383
perceel grond door verjaring? Art. 3:105 BW. Bezit of houderschap? Art. 3:107 BW; art. 3:108 BW. Zaaknr: 18/00674 mr. W.L. Valk Zitting: 2 november 2018 Conclusie inzake: [verzoekster] tegen
- Civiel recht overigVerkrijgende verjaring recht van erfpacht of erfdienstbaarheid (art. 3:105 BW); ondubbelzinnig bezit…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:30
BW) (rov. 5.3); Inbezitneming - Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (art. 3:107 BW). Of iemand een goed voor zichzelf of voor een ander houdt, wordt naar verkeersopvattingen beoordeeld
- GoederenrechtVermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en…
Parket bij de Hoge Raad|13 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:255
Vermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 314 BW. Bezit en houderschap; art. 3:111 e.v. BW.
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8086
zich beroepen, is in de eerste plaats bezit van het goed vereist. Art. 3:107 BW omschrijft bezit als het houden van een goed voor zichzelf, dat wil zeggen het uitoefenen … wordt vermoed dat voor zichzelf te houden, zodat hij in verband met art. 3:107 BW in dat geval ook wordt vermoed de bezitter ervan te zijn. Dit wettelijk vermoeden van bezit
- Civiel recht overigVerkrijging van een strook grond door verjaring (art. 3:99 en 3:105 BW); inbezitneming; maatstaf…
Parket bij de Hoge Raad|10 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:295
Verkrijging van een strook grond door verjaring (art. 3:99 en 3
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4874Aangehaald in 5 uitspraken
situatie geschreven zijn. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf, leert art. 3:107 BW. Degene aan wie de economische eigendom is overgedragen, houdt het goed (de juridische eigendom) niet
- Civiel recht overigEigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:876Aangehaald in 11 uitspraken
Eigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende
- Civiel recht overigVermogensrecht. Verkrijging door extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW? Motivering.
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836
vervreemder de feitelijke macht over het geheel krijgt.) 10. De maatstaven van art. 3:107 BW e.v. wijken, zoals gezegd, niet af van hetgeen gold naar oud recht waarvoor ingevolge
- GoederenrechtGoederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.
Parket bij de Hoge Raad|10 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:383
onbestreden het volgende kader: “Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Of iemand een goed voor zichzelf houdt of voor een ander, wordt beoordeeld naar verkeersopvattingen
- Civiel recht overigGoederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke…
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:692
erin geresulteerd moeten hebben dat hij bezit heeft verkregen in de zin van art. 3:107 BW, anders gezegd, dat hij naar verkeersopvatting op grond van uiterlijke feiten en met tenietdoening
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|3 september 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA3194
aanwezig, in voorraad." Dat veronderstelt dus feitelijke beschikkingsmacht, het houden van een goed (art. 3:107 BW). 3.2. De nationale achtergrond van het begrip 'voorhanden hebben' wijst in dezelfde richting
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Financier van aandelentransactie stort geld op kwaliteitsrekening notaris. Deel geld wordt…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:43
Art. 81 lid 1 RO. Financier van aandelentransactie stort geld op kwaliteitsrekening notaris. Deel geld wordt in strijd met de financieringsvoorwaarden overgemaakt naar depotrekening. Vraag aan wie het depotbedrag toebehoort; opgewekt vertrouwen bij verkoper.
- GoederenrechtGoederenrecht. Erfgrenskwestie. Verkrijging door verjaring.
Parket bij de Hoge Raad|16 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:82
Goederenrecht. Erfgrenskwestie. Verkrijging door verjaring.
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van…
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1255
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee tegen de uitspraak van het gerechtshof te Den Haag van 23 maart 2016, nr. 16/02411, ECLI:NL:GHDHA:2016:819. Belanghebbende is eigenaar van een bungalowpark,…
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht; verkrijgende verjaring. Tuintjes bij woningen staan op naam van gemeente…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:198
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht; verkrijgende verjaring. Tuintjes bij woningen staan op naam van gemeente, maar zijn in gebruik bij bewoners. Zijn bewoners door verjaring eigenaar geworden van de tuintjes?
- Civiel recht overigGoederenrecht, verbintenissenrecht. Economische eigendom. Gestelde afspraak tot wijziging tenaamstelling c.q…
Parket bij de Hoge Raad|22 juni 2018|ECLI:NL:PHR:2018:705
woning vanaf 1980 als inbezitneming moet worden gekwalificeerd, dat [eiser] op grond van artikel 3:107 BW bezitter van die zaak is geworden en vervolgens op grond van artikel 3
- Civiel recht overigGoederenrecht. Verkrijgende verjaring van strook grond. Art. 3:107, 108 en 113 lid 2 BW. Verschaffing…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:462
besloten liggen en deze zijn als zodanig niet meer in de wettekst van art. 3:107 BW e.v. opgenomen. Er is sprake van niet dubbelzinnig bezit als eigenaar, wanneer de bezitter zich
- Civiel recht overigVermogensrecht. Splitsing; art. 638f BW (oud). Geschil tussen appartementseigenaren. Bouw serre op aan andere…
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO5223
geweest van (ingevolge art. 3:111 BW niet voor interversie vatbaar) houderschap (vgl. art. 3:107 BW), zodat om die reden van verjaring geen sprake kan zijn. 3.5 Onder 7 wordt opgekomen
- Civiel recht overigGoederenrecht. Geschil over eigendom van Stradivarius-viool die in consignatie is gegeven aan vioolhandelaar…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1017
daarmee het bezit over de viool in de zin van artikel 3:107 BW heeft verkregen. Aan dat bezit is in artikel 3:119 BW het vermoeden gekoppeld dat de bezitter
- Civiel recht overigProcesrecht. Goederenrecht. Geschil over erfgrens. Comparitie na aanbrengen in hoger beroep…
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1267
jaar voor verkrijgende verjaring is dus nog niet verstreken, aldus [eisers] 23. Artikel 3:107 BW omschrijft bezit als het houden van een goed voor zichzelf. Daaronder wordt verstaan het uitoefenen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.