25 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig20 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C02/053HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1a. [eiseres…
Parket bij de Hoge Raad|20 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6204
mede-eigendom van de betrokken sieraden hebben beroepen(13). Volgens [eiser] c.s. brengt art. 3:119 BW mee dat zij moeten worden vermoed rechthebbende te zijn en dat de curator … beslag genomen sieraden en gelden geen beroep op art. 3:119 BW toekomt. Aangezien de sieraden en het geldbedrag zijn gevonden in de kamer van de meerderjarige [betrokkene 2](14), kunnen [eiser
- Civiel recht overigGoederenrecht. Geschil over eigendom van Stradivarius-viool die in consignatie is gegeven aan vioolhandelaar…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1017
eerste alinea van rov. 4.7 overweegt het hof het volgende: “Op grond van artikel 3:119 BW wordt [verweerder], als huidige bezitter van de viool, vermoed rechthebbende te zijn en dient [eiseres … haar beter recht te bewijzen. Het vermoeden van artikel 3:119 BW ziet in beginsel op het actuele bezit van het goed en kan door de huidige bezitter ook worden ingeroepen tegen
- GoederenrechtGoederenrecht. Procesrecht. Erfgenamen van particulier die (boeken met) tekeningen in de jaren '30 in…
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:651
Goederenrecht. Procesrecht. Erfgenamen van particulier die (boeken met) tekeningen in de jaren '30 in bruikleen heeft gegeven aan museum, vorderen verklaring voor recht van eigendom en voortduring bruikleen. Volgens museum behoren deze werken tot de verzameling die de particulier in 1940 aan zijn bank heeft verkocht…
- Civiel recht overigGoederenrecht, burenrecht. Is sprake van een onzekere grens als bedoeld in art. 5:47 BW (van Sint Maarten)…
Parket bij de Hoge Raad|29 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:342
grond van art. 5:47 lid 2 BW geldt de regel van art. 3:119 BW niet. In art. 3:119 BW is bepaald dat de bezitter van een goed wordt vermoed
- Strafrecht overigVoor de vraag of klaagster (moeder van overleden slachtoffer, namens wie is gesteld dat haar zoon het…
Parket bij de Hoge Raad|6 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8586
houder van een goed wordt vermoed dit voor zichzelf te houden en artikel 3: 119 BW zegt dat de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn. De zoon van klaagster … moet worden vermoed dat geld voor zichzelf te hebben gehouden en hij krachtens art. 3: 119 BW moet worden vermoed rechthebbende te zijn geweest. Bovendien zou het Hof ten onrechte hebben verwezen
- Personen- en familierechtUitleg huwelijkse voorwaarden en toepassing finaal verrekenbeding alsof partijen gehuwd waren in wettelijke…
Parket bij de Hoge Raad|31 mei 2024|ECLI:NL:PHR:2024:584
Uitleg huwelijkse voorwaarden en toepassing finaal verrekenbeding alsof partijen gehuwd waren in wettelijke gemeenschap van goederen (‘alsof-beding’). Zijn opbrengsten van onroerend goed dat van verrekening is uitgesloten ook uitgesloten van verrekening?
- Civiel recht overigGoederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008…
Parket bij de Hoge Raad|24 maart 2017|ECLI:NL:PHR:2017:229
ligt dit mogelijk anders. [eiser] heeft zich onder meer beroepen op zijn bezit (artikel 3:119 BW) en gesteld dat uit de door hem bedoelde koopovereenkomst van 20 juli 2002 volgt … eiser] heeft in deze procedure niet eerder een beroep op het bepaalde in artikel 3:119 BW gedaan. [verweerder] heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit nieuwe beroep. Evenmin is hij er inhoudelijk
- VerbintenissenrechtGoederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale…
Parket bij de Hoge Raad|20 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:285
Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.
- Strafrecht overig6 mei 2003 Strafkamer nr. 01501/02 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF5271
zijn minderjarige kinderen en zou op de voet van art. 3:109 BW jo 3:119 BW aan de eigenaar teruggegeven dienen te worden. 3.2. Vooropgesteld dient te worden dat, anders
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag beslagene ex art. 552a Sv vanwege art. 94 Sv beslag op een auto. De rechtbank heeft het…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:422
geweest van de personenauto en daardoor rechthebbende, een onjuiste toepassing heeft gegeven aan art. 3:119 BW. Deze bepaling houdt in dat de bezitter van een goed wordt vermoed de rechthebbende
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vertegenwoordiging. Handelde de koper voor zich of namens een commanditaire vennootschap?…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1851
Art. 81 lid 1 RO. Vertegenwoordiging. Handelde de koper voor zich of namens een commanditaire vennootschap? Onbegrijpelijk oordeel?
- Civiel recht overigVermogensrecht. Ned. Antillen. Verkrijgende verjaring van stuk grond ex art. 3:105 lid 1 in verbinding met…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO2422
opvolger onder algemene titel van het eilandgebied de Bovenwindse Eilanden. 5 Vgl. art. 3:119 BW. 6 Vgl. inleidend rekest
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verkrijging tweedehands auto van beschikkingsonbevoegde? Bescherming…
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:481
vermoeden dat [verweerders], als bezitter, de rechthebbende van de auto zijn (art. 3:119 BW). Daarop heeft de rechtbank de vorderingen van [eiser] afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1416
zijn (art. 3:109 BW). De bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn (art. 3:119 BW).’ Steneker schrijft dat als de beslaglegger ‘summierlijk mocht aannemen dat het beslagobject wel aan de schuldenaar
- Strafrecht overigDiefstal van auto en autosleutel d.m.v. valse sleutel, art. 310 jo. 311.1.5 Sr. Staat toestemming van…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1591
toebehorenseis in artikel 310 en in artikel 321 Sr hetzelfde zal zijn. Artikel 3:119 BW spreekt slechts een vermoeden uit. Dat vermoeden kan op losse schroeven komen te staan door andere
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag, beslag. Verwerping verweer dat vanwege onrechtmatigheid van de beslaglegging het…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:951
proces nodeloos complex heeft gemaakt. De raadsvrouw stelt dat op grond van artikel 3:119 BW de bezitter van een goed wordt vermoed de rechthebbende daarvan te zijn. De raadsvrouw stelt
- Civiel recht overigGeschil tussen een curator van een op grond van een geestelijke stoornis onder curatele gestelde (art. 1:378…
Parket bij de Hoge Raad|7 april 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU6935
overwegingen heeft gewijd aan de art. 3:109 en 3:119 BW; terwijl die bepalingen in het geschil in conventie een rol spelen, maar in reconventie niet (of slechts zéér zijdelings
- Civiel recht overigVermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater; bezit…
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2025|ECLI:NL:PHR:2025:644
Ingevolge art. 3:109 BW wordt de houder vermoed bezitter te zijn. Art. 3:119 BW bepaalt in aansluiting hierop dat de bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn. Volgens art. 3:119
- Civiel recht overigWissel- en chequerecht. Art. 182 lid 1 K. laat toe dat een cheque aan twee of meer personen betaalbaar wordt…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD0723
stelplicht- en bewijslastverdeling is verder nog van belang dat krachtens artikel 3:119 BW de bezitter van een goed vermoed wordt rechthebbende te zijn. Uit wat ten processe omtrent de aanbieding door
- Strafrecht overigConclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1175
Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve constatering overschrijding redelijke termijn, hetgeen tot strafvermindering moet leiden.…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.