2 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVerbreking samenwoning. Vordering tot verdeling van vermogen. Geen (beperkte) gemeenschap van goederen tussen…
Parket bij de Hoge Raad|19 oktober 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX5636
beider naam stonden, ook aan beide partijen gezamenlijk toebehoorden (in de zin van art. 3:166 BW) zodat daarvan na beëindiging van de relatie verdeling kan worden gevorderd. In het bijzonder ligt … onderlinge verhouding niet leidt tot een gemeenschap in de zin van art. 3:166 BW. Voorts klaagt het middel dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd nu het op onjuiste gronden
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Beëindiging zakelijke samenwerking. Geldvordering. Beroep op bevrijdende verjaring; art. 3:307…
Parket bij de Hoge Raad|27 januari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU5623
worden voldaan. Zulk een afspraak doet niet een gemeenschap als bedoeld in art. 3:166 BW ontstaan. Om die reden is art. 3:178 lid 1 BW (vordering tot verdeling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.