71 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door…
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:19Aangehaald in 7 uitspraken
Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3 … heeft - kort gezegd - geoordeeld dat [verweerder] op grond van art. 3:105 jo. 3:306 BW eigenaar is geworden van de erfdienstbaarheid door verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging
- Civiel recht overigVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1188
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar … rechtsvordering tot opeising van een legaat. Het hof heeft de objectieve verjaringstermijn van art. 3:306 BW op grond van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid ter zijde gesteld. Dat oordeel
- Personen- en familierechtHuwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:328
Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW of de vijfjaarstermijn van art. 3:307 BW van toepassing?; schending grenzen rechtsstrijd; PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD … niet voltooid, omdat in dit geval de algemene verjaringstermijn van 20 jaar van artikel 3:306 BW heeft te gelden. Dat betekent dat het beroep op verjaring van de man faalt
- Civiel recht overigVermogensrecht. Verkrijging van eigendom van een goed door extinctieve verjaring dan wel verkrijging van…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM5707
grond verkregen uit kracht van een geldige titel? Beroep op twintigjarige termijn van art. 3:306 BW? (art. 81 RO). 08/04257 mr. De Vries Lentsch-Kostense Zitting 21 mei 2010 Conclusie inzake … tien jaar van art. 3:99 BW, dan wel de twintigjarige termijn van art. 3:306 BW van de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit leidende tot verkrijging
- Civiel recht overigArt. 80 a lid 1 RO. Goederenrecht. Eigendom onroerende zaak. Verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW en 3:306 BW)?
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1132
Goederenrecht. Eigendom onroerende zaak. Verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW en 3:306 BW)? 15/01869 Mr. E.B. Rank-Berenschot Zitting: 10 juli 2015 CONCLUSIE inzake art. 80a RO [eiser] , eiser tot cassatie … door middel van verjaring op de voet van art. 3:105 lid 1 jo 3:306 BW eigenaar is geworden van een perceel grond gelegen aan de [a-straat 1], kadastraal bekend
- Civiel recht overigVermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1763
plaatsgevonden op de voet van art. 3:105 in verbinding met 3:102 en 3:306 BW (dan wel in verbinding met art. 3:306 en 3:314 BW). 09/01542 … BW hadden kunnen instellen. Deze vordering verjaart op grond van art. 3:306 BW door verloop van twintig jaren. [Verweerder] heeft in dit verband echter bij grief 2 gesteld dat de verjaring
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht; verkrijgende verjaring. Tuintjes bij woningen staan op naam van gemeente…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:198
woningen door verkrijgende verjaring op de voet van art. 3:105 BW jo. 3:306 BW de eigendom hebben verkregen van een strook aanpalende gemeentegrond die dienst doet als openbare groenvoorziening … geworden van [eisers] door verjaring op grond van art. 3:105 BW jo. art. 3:306 BW, alsmede veroordeling van de gemeente tot medewerking aan de inschrijving van die eigendomsverkrijging
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vordering tot ontruiming gekraakt pand. Aan het middel te stellen eisen, art. 407 Rv…
Parket bij de Hoge Raad|16 januari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:14
Levert beroep krakers op verjaring (art. 3:314 lid 1 en 3:306 BW) misbruik van recht op (art. 3:13 BW)? Rolnr. 14/01473 Mr M.H. Wissink Zitting: 16 januari 2015 conclusie … beroep op verjaring op de voet van art. 3:314 lid 1 jo 3:306 BW in dit geval misbruik van bevoegdheid oplevert, de door art. 3:13 lid 2 BW voorgeschreven
- VerbintenissenrechtAansprakelijkheid andere echtgenoot voor verbintenissen aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:119
vorderingen tot terugbetaling jegens [eiseres 2] de algemene 20-jarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW van toepassing is en dat de door [verweerster] gevorderde buitengerechtelijke kosten toegewezen worden, omdat daartegen geen … niet anders bepaalt, de algemene verjaringstermijn van 20 jaar ex art. 3:306 BW van toepassing. Nog daargelaten dat uit de correspondentie uit 2019 volgt dat [verweerster] diverse stuitingshandelingen heeft verricht
- Civiel recht overigVerkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor…
Parket bij de Hoge Raad|2 augustus 2024|ECLI:NL:PHR:2024:804
houden gedurende de voor verkrijgende verjaring ex art. 3:105 lid 1 jo. art. 3:306 BW vereiste termijn van twintig jaren, en dat [verweerder] gehouden is tot schadevergoeding; (V) veroordeling … BW, althans op grond van bevrijdende verjaring ex art. 3:105 BW jo art. 3:306 BW eigenaar is geworden van het perceelsgedeelte grond kadastraal bekend Gemeente [plaats] , [sectie] , nummer [001] zoals
- Civiel recht overigGeschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8240
door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoeld in art. 3:306 BW, bezit en houderschap, interversie (art. 3:111 BW); HR doet zelf af. Rolnummer C04/118HR
- Civiel recht overig4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO6210
3:307 BW van toepassing is (en niet de twintigjarige termijn van art. 3:306 BW zoals het hof oordeelde), zodat de vordering van de Gemeente is verjaard. Subsidiair bestrijdt het middel … jaren. Onder het vanaf 1 januari 1992 geldende recht zou de vordering krachtens artikel 3:306 BW zijn verjaard door verloop van twintig jaren. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 73 Overgangswet Nieuw
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Zakenrecht. Verjaring. Erfdienstbaarheid van overpad tot stand gekomen door verjaring?…
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:122
bezit wordt voltooid. De verjaring treedt in door verloop van twintig jaren (art. 3:306 BW). De verjaringstermijn begint te lopen vanaf de dag volgend op die waarop een niet-rechthebbende bezitter
- Civiel recht overigVordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2015|ECLI:NL:PHR:2015:505
concludeerde dat – gelet op art. 3:105 lid 1 BW juncto art. 3:306 BW en 3:314 lid 2 BW – de vordering van de gemeente tot beëindiging van het bezit … overhandigde kadastrale kaart hem op een ander spoor had moeten zetten. Toepassing van art. 3:306 BW, art. 3:314 lid 2 BW en art. 3:105 BW zou tot de conclusie
- Civiel recht overigGoederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke…
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:692
aanpalende strook gemeentegrond door verjaring als bedoeld in art. 3:105 jo 3:306 BW. 1 Feiten en procesverloop 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten : Eisers tot cassatie … grond van het bepaalde in art. 3:105 lid 1 BW jo art. 3:306 BW is verjaard, en II. de Gemeente veroordeelt tot medewerking aan de levering van genoemde drie stroken
- Civiel recht overigVermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een…
Parket bij de Hoge Raad|14 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1238
Vermogensrecht. Voor verjaring vereist bezit. Heeft het hof ten aanzien van betwisting van bezit terecht een verzwaarde motiveringsplicht aangenomen?
- Civiel recht overigRecht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD7601
zijn, zodat de rechtsvordering van [verweerder] strekkende tot beëindiging van het bezit ingevolge art. 3:306 BW is verjaard met als gevolg dat zij ([eiseres]) op de voet van art. 3:306 … gesteld dat de rechtsvordering van [verweerder] strekkende "tot beëindiging van het bezit" krachtens art. 3:306 BW is verjaard, zodat zij op grond van het bepaalde in art. 3:105 BW
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg; vestiging; verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW)…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2021|ECLI:NL:PHR:2021:457
geen beroep op de goede trouw toekomt) art. 3:105 jo. 3:306 BW. Ten aanzien van het beroep op art. 3:105 jo. 3:306 BW heeft [eiser] betoogd … betrekking tot het beroep van [eiser] op extinctieve verjaring (art. 3:105 jo. 3:306 BW) heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de bevrijdende verjaringstermijn
- VerbintenissenrechtVerkrijging strook grond ex art. 3:105; vordering gedepossedeerde tot schadevergoeding in natura (overdracht…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2022|ECLI:NL:PHR:2022:655
ontstane) splitsing tussen bezit en eigendom, dat de regeling van artikel 3:105 jo 3:306 BW in de wet is gekomen. Het behoeft daarom geen verder betoog dat de Hoge Raad … grond van de algemene regeling van artikel 3:105 lid 1 BW jo artikel 3:306 BW wordt de bezitter inderdaad na 20 jaren eigenaar van de gestolen zaak
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|31 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE0631
BW met zijn verjaringstermijn van vijf jaar (en niet onder art. 3:306 BW met zijn termijn van twintig jaar) nu deze bepaling blijkens de parlementaire geschiedenis een ruime strekking heeft … verhaalsvordering van toepassing is de algemene verjaringstermijn van twintig jaar als bedoeld in art. 3:306 BW. Het Hof overwoog daartoe als volgt: "4.2. (...) Gelet op het karakter van de verhaalsvordering zoals
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.