6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5634
vordering verweerd. Primair stelt zij dat de vordering verjaard is op grond van art. 3:310 BW. Subsidiair betoogt zij uitvoerig dat en waarom zij zich wel als goed werkgeefster heeft gedragen … overwogen dat de vordering van de erven weliswaar verjaard is op grond van art. 3:310 BW, maar dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is de verjaringsregel ten deze
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5635
beroepen de erven zich erop dat het begrip "gebeurtenis" in de zin van art. 3:310 BW niet is het moment van blootstelling aan asbest, maar het moment waarop de asbestdeeltjes … vordering verjaard is wegens de voltooiing van de absolute verjaringstermijn ex art. 3:310 BW. Deze grief valt in een aantal subgrieven uiteen. 2.11.2 De verjaringsregeling is gezien haar maatschappelijke gevolgen onredelijk
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7688
Hertel beroept zich er op dat de vordering zowel op grond van art. 3:310 BW als op grond van art. 2004 (oud) BW is verjaard (cva sub 8/9). Volgens haar wist … erven voeren aan dat het begrip "gebeurtenis" in de zin van art. 3:310 BW moet worden opgevat als het moment waarop de groei van de tumor aanvangt (cvr sub 21). Subsidair
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|8 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7048
zedendelicten gerealiseerde wijziging van de verja-ringsregeling (het nieuwe vierde lid van art. 3:310 BW) voor de dochter "te laat kwam". Zij achtten de vordering verjaard op grond van de "algemene … vordering ingevolge het op 1 september 1994 in werking getreden vierde lid van art. 3:310 BW niet vóór 27 mei 1999 (12 jaar na het bereiken door de dochter
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7482
behandeling bekend had kunnen zijn, eerst in 1988 was. In het stelsel van art. 3:310 BW is dat inderdaad een bepalende factor, maar in het stelsel
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8719
omdat de vordering op Kenmark inmiddels op 22 januari 1993 op grond van art. 3:310 BW is verjaard. Sigillo heeft gemotiveerd gesteld dat wel degelijk sprake is geweest van een tijdige
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.