19 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Zakenrecht. Verjaring. Erfdienstbaarheid van overpad tot stand gekomen door verjaring?…
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:122
Art. 81 RO. Zakenrecht. Verjaring. Erfdienstbaarheid van overpad tot stand gekomen door verjaring? Voortdurende en zichtbare erfdienstbaarheid als bedoeld in art. 724 lid 3 oud BW.
- Civiel recht overigVermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1763
3:306 BW (dan wel in verbinding met art. 3:306 en 3:314 BW). 09/01542 Mr. E.B. Rank-Berenschot Zitting 22 oktober 2010 CONCLUSIE inzake: [Eiser], eiser tot cassatie
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht; verkrijgende verjaring. Tuintjes bij woningen staan op naam van gemeente…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:198
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin bepaald wordt dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand
- Civiel recht overigGoederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge…
Parket bij de Hoge Raad|17 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:532
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin bepaald wordt dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand
- Civiel recht overigCaribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM)…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:380Aangehaald in 5 uitspraken
Light vanaf 1 januari 2009 op grond van verjaring ex art. 3:105 jo. 3:314 BW eigenaar is van de strook. Het Gerecht heeft daartoe geoordeeld dat vast is komen … beroep worden beoordeeld aan de hand van artikel 3:105 BW in verbinding met 3:314 BW (verjaring na twintig jaar). (rov. 2.7) - Uit de stukken en foto's blijkt dat Party
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 314 BW. Bezit en houderschap; art. 3:111 e.v. BW.
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8086
Art. 81 RO. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 314 BW. Bezit en
- Civiel recht overigOnrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen varkenshouder en Staat over juistheid van registratie…
Parket bij de Hoge Raad|14 november 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BF1881
gaan lopen (rov. 7). 4.8 Het onderdeel beroept zich nog op art. 3:314 BW. Voor zover dit beroep bedoeld is als een ondersteuning van de onder 4.6 samengevatte klacht … slot van het onderdeel, bereid aan te nemen dat de verwijzing naar art. 3:314 BW een andere strekking heeft, te weten dat sprake is van een doorlopende onrechtmatige daad zodat [eiser
- VerbintenissenrechtVerkrijging strook grond ex art. 3:105; vordering gedepossedeerde tot schadevergoeding in natura (overdracht…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2022|ECLI:NL:PHR:2022:655
Verkrijging strook grond ex art. 3:105; vordering gedepossedeerde tot schadevergoeding in
- Civiel recht overigVordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2015|ECLI:NL:PHR:2015:505
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin wordt bepaald dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand … M.W.E. Koopmann, Bevrijdende verjaring (Mon. BW B14) 2010/22.5. De ratio van art. 3:314 BW en het daarop aansluitende art. 3:105 BW is dat na verloop van zekere tijd het recht
- Civiel recht overigGoederenrecht. Naar verkeersopvatting geen sprake van inbezitneming of een voltooide verkrijgende verjaring…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH1634
eiser 1] als degene die het perceel bezat toen de verjaringstermijn van art. 3:314 BW was voltooid, in 1995 het perceel in eigendom heeft verkregen. 5. Op het door Hismar ingestelde
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY6754
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin bepaald wordt dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand
- Civiel recht overigGoederenrecht. Bezit strook grond. Extinctieve verjaring van revindicatie, art. 3:105 BW. Feitelijke…
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:692
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin bepaald wordt dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door…
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:19Aangehaald in 7 uitspraken
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
- Civiel recht overigVermogensrecht. Verjaring van rechtsvordering tot opheffing van een met een erfdienstbaarheid strijdige…
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ9064
aankomt of de met de erfdienstbaarheid strijdige toestand, gelet op art. 3:306 en 3:314 BW, reeds bestond op 18 mei 1978. De rechtbank heeft [eiser] c.s. toegelaten tot bewijs
- Civiel recht overigLandinrichtingswet. Ruilverkaveling. Vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking mogelijk naast de…
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM9600
door (iib) verkrijging na verjaring in de zin van art. 3:105 juncto art. 3:314 BW, doordat zij in 1996 de in geschil zijnde strook al meer dan 20 jaar
- Civiel recht overigVerkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Goede trouw opvolgende…
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW5324
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin bepaald wordt dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand
- GoederenrechtErfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW. Geval van…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:612
Erfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW
- Civiel recht overig31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C01/252HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0261
geldt hiervoor de algemene termijn van twintig jaren, die aanvangt op het in art. 3:314 BW omschreven tijdstip. Voor beide verjaringsvormen geldt dat wanneer een termijn eenmaal is gaan lopen, deze
- Civiel recht overigVerjaring. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Schadevordering wegens verzuim notaris om huwelijkse voorwaarden…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:607
strijdige toestand . Dit leidde tot de invoeging van de bepaling van het huidige art. 3:314 BW. 3.7 Het arrest TMG/Staat ziet op art. 3:310 lid 1 BW, maar niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.