38 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVerjaring schadevordering van werknemer op werkgever. Stuiting van de verjaring door erkenning van…
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1166
schadevordering van werknemer op werkgever. Stuiting van de verjaring door erkenning van aansprakelijkheid (art. 3:318 BW). Verzekeraar van werkgever erkent aansprakelijkheid en wikkelt schade gedeeltelijk af. Is vordering voor het overige … verweerster in cassatie (hierna: [verweerster]) gestuit is door erkenning op de voet van art. 3:318 BW. In het bijzonder gaat het om de vraag of een dergelijke stuiting bewerkstelligd is door
- Civiel recht overigContractenrecht. Uitleg overeenkomst, opgaan eerdere overeenkomst in latere overeenkomst. Erkenning…
Parket bij de Hoge Raad|27 januari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:37
betrekking tot de stuiting van de verjaring door erkenning als bedoeld in art. 3:318 BW. In de eerste plaats is de vraag aan de orde of, en zo ja onder welke … voorop met betrekking tot stuiting van de verjaring door erkenning als bedoeld in art. 3:318 BW. 2.2. Smeehuijzen heeft in zijn dissertatie voor de diverse gronden van stuiting van de verjaring
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008…
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:96
rechtsvordering tot verdeling woningwaarde/samenlevingsgemeenschap (art. 3:178 BW) die niet verjaart; erkenning (art. 3:318 BW) miskend; stuiting; moment opeisbaarheid; redelijkheid en billijkheid. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer
- Civiel recht overigBestuurdersaansprakelijkheid. Verjaring en stuiting. Grenzen rechtsstrijd.
Parket bij de Hoge Raad|11 december 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2413
daarvoor benodigde feitelijke grondslag, te weten het stuitingsverweer op grond van art. 3:318 BW en art. 3:317 BW heeft schuldig gemaakt. Daarmee heeft het hof volgens het onderdeel … aangenomen feiten en omstandigheden, vereist voor de stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:318 BW (erkenning) én voor die als bedoeld in art. 3:317 BW (schriftelijke mededeling in de brief
- Civiel recht overigInternationaal wegvervoer. Verjaring art. 32 lid 1 CMR. Na schorsing verjaring (art. 32 lid 2 CMR) nog…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:778
3:316 BW), schriftelijke aanmaning of mededeling (art. 3:317 BW) en erkenning (art. 3:318 BW) met het oog op toepassing van art. 32 CMR. 12/04360 Mr. P. Vlas Zitting … instellen van een eis in rechte (art. 3:316 BW) en de erkenning (art. 3:318 BW). De schriftelijke vordering heeft zowel bij art. 32 lid 2 CMR (schorsing
- Civiel recht overigVermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1763
BW. Hof had moeten onderkennen dat na de erkenning in de zin van art. 3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe … waaronder de regel dat de verjaring van de rechtsvordering wordt gestuit door erkenning (art. 3:318 BW). De stuiting breekt een lopende verjaring af, maar heeft, in de woorden van Hartkamp, natuurlijk
- Civiel recht overigVerjaring van aanspraak uit hoofde van lening (art. 3:307 lid 2 BW) tussen erfgenamen. Beperkende werking van…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:339
BW). Wettelijke rente (art. 6:119 BW) als gefixeerde schadevergoeding. Stuiting door erkenning (art. 3:318 BW). Uitleg van vordering (art. 23 Rv). Pro-memoriepost (p.m.). (Formele) eiswijziging (art. 130 Rv) nodig
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Kredietovereenkomst. Verjaringsverweer; art. 3:307 lid 1 BW. Materiële rechtsverhouding…
Parket bij de Hoge Raad|23 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ8449
kunnen worden aangemerkt als een impliciete erkenning van een schuld als bedoeld in art. 3:318 BW. 1. Feiten(1) en procesverloop 1.1 Het hof is in zijn thans bestreden arrest uitgegaan … Financieringen zijn gedaan, hebben te gelden als een erkenning in de zin van art. 3:318 BW van het bestaan van de gehele schuld (rov. 2.2 en 2.3). 2.4 Art. 3:318
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5811
Alliance) jegens hem aansprakelijkheid erkende, zodat de eventuele verjaring - gezien art. 3:318 BW - is gestuit. Na de rapportage van prof. Tulleken heeft Sun Alliance een voorschot betaald; Sun Alliance heeft nimmer … beroept zich op stuiting van zijn vorderingsrecht door erkenning in de zin van artikel 3:318 BW zijdens Alliance. Nog afgezien van het feit of Sun Alliance als vertegenwoordiger van [betrokkene
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging…
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:249
verjaring van de rechtsvordering gestuit kunnen worden door erkenning van [verweerster] van die vordering (3:318 BW). Echter, evenmin is gesteld of gebleken dat [verweerster] in de periode 22 december … verklaring van [betrokkene 2] kan dan ook geen erkenning als bedoeld in artikel 3:318 BW van een rechtsvordering van [eisers] door [verweerster] worden afgeleid.” 2.9 De rechtbank is tot de slotsom
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Curaçaose zaak. Verjaring van vordering tot schadevergoeding. Subjectieve bekendheid met…
Parket bij de Hoge Raad|6 februari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:52
beroep hebben [verzoeker] c.s. zich beroepen op stuiting door middel van erkenning. Ingevolge art. 3:318 BW stuit erkenning van het recht tot welks bescherming een rechtsvordering dient, de verjaring … schuld erkent, de verjaring stuit. 2.23 Op grond van het bepaalde in art. 3:318 BW stuit erkenning van het recht tot welks bescherming een rechtsvordering dient de verjaring van de rechtsvordering
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9243
lijden, ongenoegzaam is om de stuitende werking van art. 2019 BW (oud)/art. 3:318 BW teweeg te brengen. 10. Bij de beoordeling van middelonderdeel 1 moet het volgende worden vooropgesteld … dezen toepasselijke art. 2019 BW (oud) dat overigens niet verschilt van art. 3:318 BW; de in middelonderdeel 1.2 vervatte stelling dat stuiting van de verjaring door erkenning alleen kan plaatsvinden door
- Civiel recht overigCaribische zaak. Invordering aanslag winstbelasting. Vordering tot verklaring voor recht dat het…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1424
weten – verkort weergegeven – door: (i) erkenning door de debiteur van zijn schuld (art. 3:318 BW); (ii) aanmaning door de crediteur van zijn debiteur (art. 3:317 BW) en (iii) het instellen … stuitingsgronden opgenomen die gelijk zijn aan die van art. 3:316 en 3:318 BW (daad van rechtsvervolging en erkenning). Art. 4:106 Awb bevat daarnaast het voorschrift dat het bestuursorgaan
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0807
nieuwe overeenkomst, dan toch in ieder geval een erkenning als bedoeld in art. 3:318 BW inhoudt waardoor de verjaring is gestuit. 4. [Eiser] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij heeft aangevoerd … schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt; art. 3:318 BW bepaalt dat de verjaring ook wordt gestuit door erkenning van het recht tot welks bescherming
- Civiel recht overigBevrijdende verjaring (art. 3:310 lid 1, 7:23 lid 2 en 7:761 lid 1 BW). Aanvangstijdstip verjaring. Verzuim…
Parket bij de Hoge Raad|27 november 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2354
BW), de stuiting van de verjaring op grond van erkenning (art. 3:318 BW) en de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. 1 Feiten en procesverloop 1.1 De relevante feiten in deze … heeft het hof hiermee blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot art. 3:318 BW, althans een onbegrijpelijke beslissing gegeven. Kort gezegd voert het middel hiertoe
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt…
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1128
worden gestuit op de wijzen als aangegeven in de art. 3:316 t/m 3:318 BW. Het tweede lid van art. 3:52 BW bepaalt dat de rechtshandeling na de verjaring … gezegd, worden gestuit op de wijzen als aangegeven in de art. 3:316 t/m 3:318 BW. Art. 3:316 lid 1 BW bepaalt dat de verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC8696
beroep op de stuitende werking van een erkenning door de schuldenaar (art. 3:318 BW) en impliciet betrokken bij de vraag of het beroep van verweerder op verkrijgende verjaring naar maatstaven … stuitingshandelingen door eiser, als een beroep op erkenning van het vorderingsrecht door verweerder (art. 3:318 BW) of als de stelling dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat verweerder
- Civiel recht overig4 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/257HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR7921
nakoming op 15 december 1996 zijn verjaard. 9. [Eiser] heeft zich beroepen op artikel 3:318 BW dat bepaalt dat erkenning van het recht tot welks bescherming een rechtsvordering dient, de verjaring … wordt bestreden - dat [eiser] heeft aangevoerd dat de verjaring op de voet van art. 3:318 BW is gestuit doordat [verweerder] c.s. met de brief van 21 oktober 1997 het recht
- Civiel recht overigPensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds…
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1082
Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3
- Civiel recht overigBeroepsaansprakelijkheid advocaat? Rechtsdwaling. Vordering (ex art. 3:310 BW) verjaard? Datum waarop…
Parket bij de Hoge Raad|11 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL8502
rechtsopvatting: in beide stellingen is sprake van een erkenning in de zin van art. 3:318 BW. Zou art. 3:318 BW onder deze omstandigheden niet van toepassing zijn
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.