23 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigBeroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van…
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:473
3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:319 BW) of voortdurende stuiting (art. 3:316 BW)? 15/01943 mr. Hartlief Zitting 3 juni 2016 Conclusie inzake … andere daad van rechtsvervolging” die de verjaring van een rechtsvordering stuit. 3.7.1 In artikel 3:319 BW is bepaald dat door stuiting van de verjaring van een rechtsvordering, anders dan door
- Civiel recht overigVermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1763
3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren aanving. In dit geval betekent de erkenning evenwel … vraag of het hof toepassing had moeten geven aan de regel van art. 3:319 BW dat na stuiting een nieuwe verjaringstermijn van ten hoogste vijf jaren begint te lopen. 1. Feiten
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Verjaring. Een door VCG tegen Groeivermogen aangespannen collectieve actie is geëindigd in een…
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2024|ECLI:NL:PHR:2024:262
vijf jaren te lopen op voet van artikel 3:310 lid 1 en 3:319 BW? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/01980 Zitting 8 maart 2024 CONCLUSIE … artikelen 3:316 lid 2 en 3:324 BW geen toepassing vinden. Ook artikel 3:319 BW is niet (onmiddellijk) van toepassing. Uit de tekst van de bepaling (eerste lid) volgt immers
- Civiel recht overigVerjaring. Stuiting. Art. 3:319 BW; nieuwe verjaringstermijn opnieuw gestuit? Stelplicht en bewijslast…
Parket bij de Hoge Raad|11 oktober 2013|ECLI:NL:PHR:2013:988
Verjaring. Stuiting. Art. 3:319 BW; nieuwe verjaringstermijn opnieuw gestuit? Stelplicht en bewijslast. Schriftelijke aanmaningen verzonden? Art. 3:317 lid 1 BW. 12/04714 mr. De Vries Lentsch-Kostense Zitting 11 oktober … dagvaarding is overgegaan. Het middel klaagt dat het hof heeft miskend dat krachtens art. 3:319 BW op 18 februari 1995 een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1538
verjaringstermijn dient te worden verstaan het afbreken van een lopende verjaring(14). Art. 3: 319 BW bepaalt in het eerste lid dat door stuiting van de verjaring van een rechtsvordering een nieuwe … gewezen. De artikelen die voor overeenkomstige toepassing in aanmerking komen, zijn de art. 3: 319 BW, zoals het hof heeft gedaan (rov.5.9) en 3: 324 BW, zoals door de Gemeente wordt bepleit
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:51
instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd als bedoeld in art. 3:319 BW. Dit heeft tot gevolg dat art. 3:324 BW op een ter verificatie ingediende en erkende … instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd als bedoeld in artikel 3:319 BW (vgl. HR 28 juni 2002, NJ 2003, 676). Dit brengt met zich dat artikel 3
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt…
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1128
verjaring van een vordering die is toegewezen. Laatstbedoelde situatie is uitgezonderd van art. 3:319 BW en geregeld in art. 3:324 BW, dat ziet op de tenuitvoerlegging van rechterlijke vonnissen. Weliswaar … voorzien in een nieuwe verjaringstermijn nadat een collectieve vordering is toegewezen, althans dat art. 3:319 BW op die situatie niet van toepassing is. De argumentatie van Dexia waarom ‘reparatie
- Civiel recht overigVerjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art…
Parket bij de Hoge Raad|7 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA3740
termijn. In dit geding staat centraal de vraag of het tweede lid van art. 3:319 BW ook van toepassing is op een geval als het onderhavige, waarin de (oorspronkelijke) verjaringstermijn vóór … juni 1990 is op de voet van art. 3:325 juncto art. 3:319 BW verjaard op 27 juni 2010. Voor de vordering tot betaling van de rente
- VerbintenissenrechtProcesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:845
Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvankelijkheid omdat niet alle partijen bij…
- Civiel recht overigMerkenrecht; vervolg op HR 5 april 2002, nr. C00/197, NJ 2003, 356 en HR 15 april 2005, nr. C03/230, NJ 2006…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH1544
bankgarantie genoemde voorwaarden al dan niet definitief zijn vervuld. Op grond van art. 3:319 BW zou de verjaring zijn gestuit tot het moment dat de laatste definitieve uitspraak (15 april … sprake geweest. Als MSD de vordering had willen stuiten (op de voet van art. 3:319 BW), had zij in rechte aanspraak moeten maken op de verbeurde dwangsommen, hetgeen zij heeft nagelaten
- Strafrecht overigBeklag, beslag. Opeisen eigendom binnen termijn ex art. 3:86.3 BW door verzekeringsmaatschappij. HR herhaalt…
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2013|ECLI:NL:PHR:2013:948
vierde lid van art. 3:86 BW genoemde artt. 3:316, 3:318 en 3:319 BW alsmede het in dat vierde lid niet genoemde art. 3:317 BW luiden als volgt … geval, anders dan op grond van het van overeenkomstige toepassing verklaarde art. 3:319 BW bij het instellen van een rechtsvordering het geval is, niet een nieuwe driejaarstermijn begint te lopen, zodat
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6983
derde lid vermelde termijn van drie jaar de artikelen 3:316, 3:318 en 3:319 BW van overeenkomstige toepassing. Stuiting van de verjaring op de voet van art. 3:317 BW
- Civiel recht overigProcesrecht. Verzet tegen dwangbevel tot invordering bestuurlijke dwangsommen; verjaring ex art. 5:35 Awb…
Parket bij de Hoge Raad|12 december 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BG6471
brief van de Gemeente (verzonden op 1 april 2003) op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn (van zes maanden) is gaan lopen en dat daardoor de verjaringstermijn
- Civiel recht overigCaribische zaak. Invordering aanslag winstbelasting. Vordering tot verklaring voor recht dat het…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1424
Caribische zaak. Invordering aanslag winstbelasting. Vordering tot verklaring voor recht dat het invorderingsrecht is verjaard. Heeft verlening van uitstel van betaling naar het tot juni 2014 geldende recht stuitende werking? (Art. 13 (oud) Landsverordening invordering directe belastingen en HR 7 juni 1935, NJ 1935,…
- Burgerlijk procesrechtVerjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1005
Verjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en voorzieningenrechter verbiedt de executie gedeeltelijk. Is voor de resterende dwangsommen vervolgens de regeling van art. 3:324 Rv van toepassing?
- Strafrecht overigKlaagschrift ex art. 552a Sv door oorspronkelijke eigenaren van een gestolen boot die daarna is doorverkocht…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:105
weer een nieuwe termijn te lopen (zie art. 3:86 lid 4 jo. art. 3:319 BW). Na verloop van die drie jaren geniet de verkrijger te goeder trouw ook bescherming tegen
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Verjaring van de rechtsvordering tot het doen van uitkering? Stuiting van de verjaring…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2007
schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Na stuiting ging ingevolge art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn lopen met de aanvang van de volgende dag, waarbij de nieuwe termijn gelijk
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Verklaringsprocedure op de voet van art. 477a Rv. Devolutieve werking hoger beroep.
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ2971
gezien art. 3:307 lid 1 BW, art. 3:310 lid 1 BW, art. 3:319 BW en art. 73 Overgangswet), tenzij de verjaring voordien op rechtsgeldige wijze is gestuit
- Civiel recht overigOnverschuldigde betaling. Verjaring. Huurrecht. Huurverhoging wordt in appel (na vernietiging in cassatie en…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:57
Onverschuldigde betaling. Verjaring. Huurrecht. Huurverhoging wordt in appel (na vernietiging in cassatie en verwijzing) vernietigd. Vordering tot terugbetaling van te veel betaalde huur. Aanvang verjaringstermijn van deze vordering.
- Civiel recht overigPensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds…
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1082
Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.