Zoekresultaten

Voor “"3:320 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

25 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Ondernemingsrecht
    Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…

    Parket bij de Hoge Raad27 maart 2020ECLI:NL:PHR:2020:391

    rechtspersoon is opgehouden te bestaan, voor de verjaring een verlengingsgrond als bedoeld in art. 3:320 BW? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/01909 Zitting 27 maart 2020 CONCLUSIE … 137g Fw, art. 193 Fw en art. 194 Fw, in verbinding met art. 3:320 BW, waaruit volgt dat een lopende verjaringstermijn niet afloopt zolang een vereffening in faillissement niet is heropend

  • Personen- en familierecht
    Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art…

    Parket bij de Hoge Raad1 april 2022ECLI:NL:PHR:2022:328

    3:320 en 3:321 BW); en (vii) kritiek op korte verlengingstermijn van art. 3:320 BW. (i) Vergoedingsrechten algemeen 3.4 Veel problemen waarmee men in het huwelijksvermogensrecht wordt geconfronteerd, vloeien, aldus

  • Civiel recht overig
    Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van…

    Parket bij de Hoge Raad12 mei 2017ECLI:NL:PHR:2017:525

    bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringstermijn zolang rechtspersoon niet meer bestaat? Stuiting verjaring … waarin de rechtspersoon had opgehouden te bestaan er een verlengingsgrond als bedoeld in artikel 3:320 BW is ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen tegen de rechtspersoon. Het feit

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW…

    Parket bij de Hoge Raad25 april 2014ECLI:NL:PHR:2014:345

    verlenging van de verjaringstermijn op grond van het huidige (en onmiddellijk werkende) art. 3:320 BW bij of binnen één jaar na de inwerkingtreding van het nieuw BW, geldt op grond … onder b en c bedoeld. Het tweede lid houdt verband met het in art. 3:320 BW vervatte uitgangspunt dat een grond voor verlenging normaliter (in de woorden van art. 3:320

  • Insolventierecht
    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op…

    Parket bij de Hoge Raad20 december 2019ECLI:NL:PHR:2019:1353

    verjaard. Zij wijzen op hetgeen in art. 2:23c lid 2 BW en art. 3:320 BW is bepaald over verlenging van de verjaringstermijn. Op grond van die bepalingen kan de verjaring … curatoren hebben een beroep gedaan op art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW . [verzoekster] heeft daartegenover gesteld dat art. 2:23c lid 2 BW alleen geldt voor

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van…

    Parket bij de Hoge Raad6 maart 2020ECLI:NL:PHR:2020:283

    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad7 februari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1560

    kunnen spelen. Veronderstellenderwijs aannemend dat het antwoord bevestigend luidt, zou dat ingevolge art. 3:320 BW immers hooguit zes maanden soelaas bieden, te rekenen vanaf het moment waarop de verlengingsgrond is "verdwenen … 3:321 lid 1 onder f BW zou daaraan, in het licht van art. 3:320 BW, niets afdoen. Er was trouwens geen enkele reden om zo lang te wachten, zoals

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige overheidsdaad. Verjaring. Strafrechtelijk beslag. Dat de staat niet heeft ver-meld wat er met…

    Parket bij de Hoge Raad4 september 2009ECLI:NL:PHR:2009:BI7190

    middel. 9. Bij de behandeling van dit middelonderdeel moet het volgende worden vooropgesteld. Art. 3:320 BW bepaalt dat wanneer een verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen … verborgen houdt en derhalve evenmin van verlenging van de verjaring, die gelet op art. 3:320 BW alleen mogelijk is ten aanzien van een lopende verjaring. Ook uit de hiervoor aangehaalde wetsgeschiedenis

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad10 januari 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1792

    Voor zover de verjaring in 1995 al niet was voltooid, is dat ingevolge art. 3:320 BW in elk geval op zijn laatst op 1 juli 1996 gebeurd. Niet gesteld of gebleken

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad1 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7347

    opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan verborgen houdt. Art. 3:320 BW bepaalt dat wanneer een verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad7 december 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD3954

    schuldenaar die opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid verborgen houdt; art. 3:320 BW bepaalt dat wanneer de verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen

  • Verbintenissenrecht
    Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Reikwijdte van décharge en art. 2:9…

    Parket bij de Hoge Raad16 februari 2024ECLI:NL:PHR:2024:185

    Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Reikwijdte van décharge en art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Reikwijdte

  • Civiel recht overig
    Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft…

    Parket bij de Hoge Raad9 februari 2024ECLI:NL:PHR:2024:139

    Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en billijkheid? Toepassing verlengingsregel voor echtgenoten en geregistreerde partners (art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a…

  • Civiel recht overig
    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds…

    Parket bij de Hoge Raad18 oktober 2024ECLI:NL:PHR:2024:1082

    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3

  • Insolventierecht
    Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement…

    Parket bij de Hoge Raad4 maart 2016ECLI:NL:PHR:2016:77

    passen vervaltermijnen. Het artikel sluit aan, zo wordt opgemerkt, bij de regeling in artikel 3:320 BW van de verlenging van de verjaringstermijn voor andere gevallen. ( ) Mede gelet op deze toelichting

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad6 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9241

    C 01/086 HR Mr. F.F. Langemeijer Zitting 11 oktober 2002 Conclusie inzake: [De man] tegen [De vrouw] In dit geschil tussen gewezen echtgenoten over een zgn. nieuw Amsterdams verrekenbeding wordt voortgebouwd op eerdere rechtspraak over dit onderwerp. In het bijzonder is de vraag aan de orde wanneer de vordering tot…

  • Verbintenissenrecht
    Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008…

    Parket bij de Hoge Raad26 januari 2024ECLI:NL:PHR:2024:96

    Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008; beroep op verjaring (art. 3:307 lid 1 BW); Is sprake van rechtsvordering tot verdeling woningwaarde/samenlevingsgemeenschap (art. 3:178 BW) die niet verjaart; erkenning (art. 3:318 BW) miskend; stuiting; moment…

  • Civiel recht overig
    17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…

    Parket bij de Hoge Raad17 oktober 2003ECLI:NL:PHR:2003:AI0308

    17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], handelende als opvolger van [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Milieu Management Diensten B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A.…

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9601

    Rolnummer C 00/237 Zitting 15 februari 2002 (bij vervroeging) Conclusie mr J. Spier inzake De Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) tegen [Verweerder] Inhoudsopgave In verband met de lengte van deze conclusie en de vele onderwerpen die daarin aan de orde komen, geef ik een kort overzicht van de inhoud. 1. Feiten 2.…

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9600

    Rolnr. C00/238 Zitting 15 februari 2002 (bij vervroeging) Conclusie mr J. Spier inzake [Eiser] tegen De Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) Inhoudsopgave In verband met de lengte van deze conclusie en de vele onderwerpen die daarin aan de orde komen, geef ik een kort overzicht van de inhoud. 1. Feiten 2.…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.