18 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft…
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:139
Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en billijkheid? Toepassing verlengingsregel voor echtgenoten en geregistreerde partners (art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a…
- Personen- en familierechtHuwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:328
jurisprudentie (iv) opeisbaarheid vergoedingsrechten; (v) verjaring vergoedingsrechten; (vi) verlenging verjaringstermijn (art. 3:320 en 3:321 BW); en (vii) kritiek op korte verlengingstermijn van art. 3:320 BW. (i) Vergoedingsrechten algemeen
- Civiel recht overig14 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C02/258 HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. N.V…
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO3852
14 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C02/258 HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. N.V. INTERPOLIS SCHADE, gevestigd te Tilburg, 2. [Eiseres 2], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in…
- Civiel recht overigOnrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW…
Parket bij de Hoge Raad|25 april 2014|ECLI:NL:PHR:2014:345
Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow NBW en Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW. Gronden voor verlenging? Vertegenwoordiging en bewind, art. 3:321 lid 1, aanhef en onder b en c, en lid 2 BW. Opzettelijk verborgen houden van een…
- Civiel recht overigVermogensrecht. Verjaring van rechtsvordering tot vergoeding van schade wegens ondeugdelijk belastingadvies…
Parket bij de Hoge Raad|13 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:284Aangehaald in 6 uitspraken
Vermogensrecht. Verjaring van rechtsvordering tot vergoeding van schade wegens ondeugdelijk belastingadvies. Aanvang korte verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Moment waarop benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon.…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF1792
terwijl enkele regels verder 1996 wordt genoemd. Andermaal wordt beroep gedaan op art. 3:321 BW (pleitnotities mr Adank blz. 3). 3.10 Het Hof heeft het bestreden vonnis bekrachtigd
- Civiel recht overigBeëindiging affectieve relatie zonder samenlevingscontract. Draagplicht vrouw met betrekking tot…
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV9539
Anders dan tussen niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten (tussen wie krachtens artikel 3:321 BW een verlengingsgrond bestaat), kunnen vorderingen van ongehuwd samenlevende partners op elkaar ook tijdens de relatie
- Civiel recht overigSchorsing van tenuitvoerlegging dwangsommen overeenkomstig 438 lid 2 Rv. vormt wettelijk beletsel als bedoeld…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW1259
lijn met het gesloten stelsel van verlengingsgronden zoals dat geldt voor art. 3:321 BW, niet rechtstreeks voortvloeit uit art. 438 Rv, maar uit het vonnis van de voorzieningenrechter. 2.3 De regeling
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7347
ingetreden. 13. Met Hartkamp ervan uitgaande dat de opsomming van de verlengingsgronden in art. 3:321 BW als limitatief moet worden beschouwd, ben ik van oordeel dat de door Van Schaick
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5635
Rolnr. C98/363 Zitting d.d. 24 december 1999 (bij vervroeging) Conclusie mr Spier inzake 1. [erfgenaam 1] 2. [erfgenaam 2] 3. [erfgenaam 3] (hierna: de erven) tegen Koninklijke Scheldegroep b.v. (hierna: De Schelde) Edelhoogachtbaar College, 1. Feiten 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals deze door…
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Brandverzekering. Is vordering tegen verzekeraar verjaard? Art. 7:942 (oud) BW; aanvang…
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2222
augustus 2008 failliet was verklaard, maakt dat niet anders. De verlengingsgronden van artikel 3:321 BW zijn limitatief bedoeld, behoudens andere wettelijke verlengingsgronden. Artikel 36 Faillissementswet (Fw) heeft alleen betrekking op rechtsvorderingen
- Civiel recht overigVerjaring (art. 3:310 lid 1 BW). Aanvang vijfjarige verjaringstermijn indien het niet geldend kunnen maken…
Parket bij de Hoge Raad|16 april 1999|ECLI:NL:PHR:1999:4
mede van belang dat in deze zaak niet is gesteld of gebleken dat art. 3:321 BW toepasselijk is. De zoon klaagt in zijn incidenteel cassatiemiddel onder I dat van een onjuiste
- Civiel recht overigOnrechtmatige overheidsdaad. Verjaring. Strafrechtelijk beslag. Dat de staat niet heeft ver-meld wat er met…
Parket bij de Hoge Raad|4 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BI7190
3:309 BW (bedoeld zal zijn 3:310 BW) juncto art. 3:321 BW - kennelijk tegen rechtsoverweging 10 (hiervoor geciteerd) van het bestreden arrest waarin het hof overweegt dat het beroep
- Civiel recht overigHuwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalig echtelieden (zie C05/148) over vergoeding door de man…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW3044
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalig echtelieden (zie C05/148) over vergoeding door de man overeenkomstig hun huwelijkse voorwaarden van de aan de vrouw door haar vader geschonken bedragen die zijn aangewend ter bestrijding van de kosten van huishouding die voor rekening kwamen van de man; beroep op…
- OndernemingsrechtVerbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:391
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend (art. 194 Fw). Geldt gedurende de periode…
- Civiel recht overigProcesrecht, geslaagd beroep op bevrijdende verjaring tegen bij wege van eisvermeerdering op nieuwe…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA7021
belang zijnde gegevens beschikte. Voor zover in deze stelling een beroep op artikel 3:321 BW sub f moet worden gelezen (verlenging van de verjaringstermijn bij het opzettelijk verzwijgen van een schuld
- Civiel recht overigCMR. Schorsing van verjaring schadevordering door schriftelijke vordering als bedoeld in art. 32 lid 2 CMR…
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV2839
schorsing van verjaring bestaat niet onder Nederlands recht. Verlenging (art. 3:320 en 3:321 BW) en stuiting (art. 3:316-3:319 BW) verschillen van schorsing in het CMR. Het rechtsgevolg
- Civiel recht overigVermogensrecht. Financieel recht. Verjaring schadevordering ter zake van afgesloten swaps. Devolutieve…
Parket bij de Hoge Raad|3 november 2023|ECLI:NL:PHR:2023:986
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, dat de verjaringstermijn op grond van artikel 3:321 BW is verlengd en dat Rabobank op de voet van artikel 3:322 BW afstand
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.